In de snijzaal in Westrozebeke maalt een reusachtige gehaktmolen. Er worden gehaktballetjes, chipolata, grillworsten, blinde vinken gemaakt. Werknemers steken eigenhandig stukjes varkensvlees op houten stokjes, voor de barbecue.
...

In de snijzaal in Westrozebeke maalt een reusachtige gehaktmolen. Er worden gehaktballetjes, chipolata, grillworsten, blinde vinken gemaakt. Werknemers steken eigenhandig stukjes varkensvlees op houten stokjes, voor de barbecue. Dat gaat zo door, het hele jaar rond, zes dagen op zeven, van 5 uur in de ochtend tot 21 uur 's avonds. En de werknemers - voor 40 procent Franse grensarbeiders - hebben er blijkbaar zin in. Met lachende gezichten verwerken ze het vlees. Het werkplezier hangt nauw samen met de gedelegeerd bestuurder, Jos Claeys. De 46-jarige zaakvoerder van Westvlees, de Belgische marktleider in varkensvlees, wordt door vriend en vijand als "een fenomeen" omschreven. Breed glimlachend komt de inwoner van Westrozebeke aangestormd voor de fotosessie. "En, ga je nu nog meer varkensvlees eten? Want dat is de bedoeling." En verder gaat het, op naar de volgende vergadering. Jos Claeys stormt de metalen trappen op, en rent ze af in sneltreinvaart. JOS CLAEYS. "We hebben ooit hinder gehad van het Animal Liberation Front. Sindsdien wordt ons bedrijf 's nachts bewaakt. We zijn bang voor een brandstichting. Bovendien is dit een familiebedrijf. Iedereen levert een enorme bijdrage aan de onderneming. Uiteraard kan er maar één haan op de mesthoop zitten. Blijkbaar ben ik dat. Maar het is niet leuk voor mijn collega's in het management dat één persoon de eerste viool speelt. En dan is er nog de relatie met de vakbonden. Die is heel goed, maar uitlatingen in de media worden soms verkeerd geïnterpreteerd. En er zijn niet enkel de vakbonden van de arbeiders, maar ook de belangenverdedigers van de varkensproducenten zoals VEVA, ABS en de Boerenbond. Ik moet heel hard opletten met wat ik doe." CLAEYS. "De balans is ronduit positief. We zijn aangenaam verrast over de kwaliteit en de ingesteldheid van de mensen. De gedrevenheid voor klantentevredenheid. Een aantal vooroordelen over Wallonië blijkt echt niet te kloppen." CLAEYS. ( doetsshhuut) "Inderdaad! Maar hout vasthouden! Zelfs tijdens de nationale stakingsdag van 30 januari werd er gewerkt. Het is ook wel aangenaam dat je voelt dat je er welkom bent. Begin juni organiseerden we een grote barbecue in Aubel voor al onze varkensleveranciers uit de streek. Er waren ook drie generaties Wathelet aanwezig. Grootvader was varkenshandelaar, vader Melchior de voorzitter van het Hof van Luxemburg, en Melchior junior is staatssecretaris. Ook minister Jean-Claude Marcourt kwam al op bezoek. We hebben er heel gemakkelijk toegang tot de politiek, en we voelen ons welkom. Dat is plezant hoor, ergens aankomen en je welkom voelen." CLAEYS. "In Westrozebeke werken we op de maximale productiecapaciteit. Uitbreiden kan hier niet. Naast de fabriek ligt nog een voetbalveld, maar dat is historisch waardevol landschap. Als ik een klein beetje wil overeenkomen met mijn burgemeester, dan moet ik die bomen laten staan. Ik mag geen hoogbouw of fabrieken optrekken. Bomen planten mag. Maar windmolens of een grote fabriek neerzetten, dat kan niet langer. Ondernemen in België... we zijn toch minder welkom dan twintig jaar geleden. Ik kan in Westrozebeke niet meer dezelfde groei realiseren zoals mijn vader, grootvader, en overgrootvader dat konden. "Maar we moésten wel uitbreiden. We kunnen in België nog moeilijk overal op tijd geraken, zeker voor de verse producten. Het verkeer slibt gewoon dicht. We kunnen die problemen alleen oplossen door te verhuizen. Naar Wallonië dus. Bovendien hebben we in Westrozebeke al meer dan duizend werknemers. Dat maakt de sociale druk hoog. Ik ken bijna al mijn mensen nog bij hun voornaam. Maar in een bedrijf met 2500 werknemers wordt het al veel moeilijker om dezelfde animo te houden. Een van onze speerpunten is toch dat we het verschil maken via onze mensen." CLAEYS. "Mijn vader heeft me sterk beïnvloed. We zaten jaren samen in dit kantoor (vader Gerard overleed in 2003 , nvdr). Hij zei altijd: 'Doe wat je wil, maar zorg dat je nooit meer dan duizend werknemers hebt'. Maar groei kan je niet tegenhouden. Op een bepaald moment word je groot dat je niet meer al je mensen kent. Je moet je anders organiseren. "Sommige mensen verwijten me dat ik te paternalistisch ben. Maar ik ben niet paternalistisch om paternalistisch te zijn, maar uit passie, en omdat ik het zo graag doe. Ik vind het niet lastig om mijn mensen graag te zien." CLAEYS. "We willen echt dat de mensen die bij ons werken een gemeenschappelijk doel hebben. Zolang onze klanten tevreden zijn, hebben wij werk. Aan mijn nieuwe medewerkers zeg ik dat er drie heel belangrijke dingen zijn. Ten eerste vraag ik hen wat ze volgende week woensdag of donderdag zullen eten. 'Dat weet ik niet', antwoorden ze dan." CLAEYS. "Nee, nee. Dat is niet de vraag. Het is niet erg dat ze het niet weten. Zij weten het niet, net zoals niemand in de wereld dat weet. Mensen beslissen pas op het laatste moment wat ze willen eten. Dus waarom hebben wij flexibiliteit nodig? Omdat jij niet weet wat je volgende woensdag gaat eten, net zo min als de rest van de wereld. Zal het mooi of slecht weer zijn? Is er iets in promotie? Is er slechte reclame op televisie? Zulke dingen bepalen het eetgedrag. "Het tweede wat ik mijn personeel meegeef, is de zorg voor kwaliteit. Of iets kwaliteit is, kunnen ze zelf heel gemakkelijk bepalen. Ze moeten zich simpelweg afvragen of ze wat ze nu aan het maken zijn zelf willen opeten of aan hun kinderen serveren. Is het antwoord ja, dan is het kwaliteit en zijn we goed bezig. Als ze op een bepaald moment zeggen: 'ik eet dat niet', dan moeten ze hun chef erbij halen. Want dan is het geen kwaliteit. "En ten slotte moeten we passie uitstralen. Ben jij ooit al eens aan een 'vitrine' gepasseerd waar een schone madame zat met krulspelden in het haar? Nee toch? Dat verhaal vertel ik al vijftien jaar, al is het voor onze werkneemsters misschien wat delicaat. Die vrouwen in de vitrine stralen passie uit, die maken zich o zo mooi om toch maar gekozen te worden. Wel, wij zitten ook in een vitrine. Onze producten liggen straks in het grootwarenhuis en moeten ook gekozen worden. Wij moeten passie uitstralen." CLAEYS. "Louter cijfermatig is dat zo. Maar het betekent niet dat de boer weer helemaal van het ijs is. De prijs van de grondstoffen, zeker de soja, is het voorbije jaar verdubbeld. Het veevoeder heeft dus veel van de marge bij de boer weggenomen. Varkens kweken blijft een heel lastige oefening in België. Gelukkig hebben de varkenshouders geantwoord met veel technische verbeteringen. Maar de druk blijft zeer groot. Duitsland, de grootste markt in Europa, zet de prijs voor de varkens in Europa. België is een prijsvolger." CLAEYS. "Warme zomers en koude winters zijn goud voor de slager. Bij een van onze klanten was de omzet in mei 15 procent lager dan vorig jaar. We hebben er de temperaturen naast gelegd; die waren gemiddeld tien graden lager. We hadden één schitterend barbecueweekend. Toevallig dan nog het pinksterweekend. Sommige grootwarenhuizen vinden dat weekend even belangrijk voor de vleesverkoop als de kerstperiode. Maar dit jaar helpt Moeder Natuur ons niet echt." CLAEYS. "We merken geen stijging van de prijzen. Maar het vorige kampioenschap, in 2008, was in Duitsland. Toen stegen de varkensprijzen naar een piek. Er werd toen heel veel gebarbecued in Duitsland. We hopen nu een beetje op de Olympische Spelen. Want barbecueën is feest. Er wordt dan veel meer vlees gegeten dan bij een gewone maaltijd. Vorige week deden we hier een barbecuewedstrijd onder alle personeelsleden. De buren waren ook uitgenodigd. Het is ongelooflijk hoeveel vlees er toen werd gegeten." CLAEYS. "De helft van onze omzet halen we in België. Er zal hier altijd een markt zijn voor ons vers vlees. Ik zie morgen Danish Crown niet op de stoep staan bij de grootwarenhuizen in België. Iedere morgen op tijd. Dat kunnen zij niet. In vers vlees maken flexibiliteit en mensen het verschil. "Anderzijds is een varken maar goed verkocht, als alles verkocht is, van kop tot staart. En daarvoor heb je export nodig. Het kan goed zijn dat één varken naar twintig landen vertrekt. De staart naar Afrika. De kop misschien naar Spanje. De wangen blijven in België, de hammen gaan naar Italië. De buik gaat naar Zuid-Korea, de schouders blijven in België. Wij exporteren naar meer dan 35 landen." CLAEYS. "De markten in China en Zuid-Korea zijn zo groot dat er geen concurrentie is. Iedereen is er leverancier. Daar moet ik mij niet onderscheiden. Ik moet er enkel zijn. Als iedere Chinees één keer meer per jaar varkensvlees eet, is de hele jaaromzet van Westvlees al verkocht." CLAEYS. "Ik denk niet aan productie in het buitenland. Er is in België nog genoeg werk, ook al blijft men het ondernemers zeer moeilijk maken. Het gaat traag. We hebben geen zekerheden. De fiscaliteit, de heksenjacht op bedrijfswagens... Onze lonen zijn al bij de hoogste in Europa, en men maakt het alleen maar moeilijker." CLAEYS. "Uiteraard! Ik wil geen klaagzang aanheffen, maar onze arbeiders kosten vijf keer meer dan in Duitsland. Je hebt daar geen minimumlonen, ze werken er met goedkope buitenlandse werknemers." WOLFGANG RIEPL, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH"Als iedere Chinees per jaar één keer meer varkensvlees eet, is de hele jaaromzet van Westvlees al verkocht" "We willen echt dat de mensen die bij ons werken een gemeenschappelijk doel hebben. Zolang onze klanten tevreden zijn, hebben wij werk"