Daarom is het ook lucratiever deze 50.000 euro te spreiden over twee landen dan ze te concentreren in één land. De belastingplichtige geniet dan tweemaal de laagste belastingtarieven: die van de eigen staat, België, en die van het andere land. Van een brutoloon van 50.000 euro betaald door een Belgische werkgever houdt u netto minder over dan van een brutoloon van 30.000 euro (1,2 miljoen frank) betaald door een Belgische werkgever en een brutoloon van 20.000 euro (800.000 frank) betaald door pakweg een Luxemburgse werkgever.
...

Daarom is het ook lucratiever deze 50.000 euro te spreiden over twee landen dan ze te concentreren in één land. De belastingplichtige geniet dan tweemaal de laagste belastingtarieven: die van de eigen staat, België, en die van het andere land. Van een brutoloon van 50.000 euro betaald door een Belgische werkgever houdt u netto minder over dan van een brutoloon van 30.000 euro (1,2 miljoen frank) betaald door een Belgische werkgever en een brutoloon van 20.000 euro (800.000 frank) betaald door pakweg een Luxemburgse werkgever.Toch stellen we de zaken op die manier iets te simpel voor. Het is namelijk zo dat de Belgische fiscus ook rekening houdt met het buitenlandse inkomen. Eigenlijk belast de Belgische fiscus het totale (Belgische en buitenlandse) inkomen, om deze belasting nadien vrij te stellen naar verhouding van het buitenlandse inkomen op het totaal inkomen. Op die manier houdt de Belgische belastingadministratie rekening met het bedrag van het buitenlandse inkomen om het (hogere) belastingtarief te bepalen op de eigen Belgische inkomsten. Dit noemt men de vrijstelling onder progressievoorbehoud. Deze vrijstelling wordt toegekend voor de buitenlandse inkomsten verdiend in landen waarmee België een verdrag heeft gesloten tot voorkoming van dubbele belasting.Een voorbeeld. Op een belastbaar beroepsinkomen van respectievelijk 30.000 euro uit België en 20.000 euro uit Luxemburg, heft de Belgische staat een kleine 20.000 euro aan belastingen. Hiervan wordt twee vijfde (8000 euro of 320.000 frank) vrijgesteld: het aandeel van het buitenlandse beroepsinkomen in het totale beroepsinkomen. De in België verschuldigde belasting bedraagt dan uiteindelijk 12.000 euro (480.000 frank). Het fiscale voordeel uit een salarissplitsing is dus niet in de eerste plaats te danken aan de belastingheffing in de woonstaat. De vrijstelling onder progressievoorbehoud tempert immers het profijt van de laagste belastingtarieven. De belastingbesparing is eerder te wijten aan de fiscale behandeling van het buitenlandse beroepsinkomen in het buitenland. De buitenlandse fiscus houdt in de praktijk geen rekening met het wereldwijde inkomen van de belastingplichtige, maar alleen met het beroepsinkomen dat in deze staat verdiend werd. Hier kan het voordeel van de salarissplitsing dus wel ten volle spelen. De buitenlandse belastingtarieven _ en die zijn doorgaans een stuk lager dan de Belgische _ zorgen zo voor het fiscale profijt.Liever verdragslandenEen salarissplitsing gebeurt het best met landen waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten. Beroepsinkomsten uit andere landen worden mogelijk dubbel belast. Slechts 50% van deze inkomsten genieten van een belastingvrijstelling in België en zijn daarom minder aantrekkelijk voor een fiscaal geoptimaliseerde inkomenssplitsing. In de praktijk zal dit niet zo'n probleem zijn. Met de meeste geïndustrialiseerde landen heeft België immers een dubbelbelastingverdrag gesloten, onder meer de landen van Europa, Noord-Amerika, Australië en een groot deel van Azië.De fiscale winst uit een salarissplitsing kan snel oplopen. Zo zal een fifty-fiftyverdeling van een belastbaar loon van 85.000 euro (3,4 miljoen frank) over België en Nederland een belastingbesparing van 10.000 euro (400.000 frank) opleveren. Dit betekent een stijging van het netto-inkomen met maar liefst 25%. De splitsing van een belastbaar beroepsinkomen van 65.000 euro (2,6 miljoen frank) over België en Frankrijk zorgt voor een stijging van het nettoloon met meer dan 11.000 euro (440.000 frank). Daar kan geen extralegaal voordeel tegenop.Niet alleen de lagere buitenlandse belastingtarieven _ de Franse fiscus past wel een bijzonder voordelig tarief van 25% toe op Franse beroepsinkomsten van niet-inwoners _ maar ook de eigenheid van buitenlandse fiscale regimes maken het systeem van de salarissplitsing uitermate interessant. Zo kan het in Nederland door "gespecialiseerd" buitenlands personeel verdiende loon voor 30% belastingvrij worden ontvangen.Werkt u in meerdere staten tijdens het jaar, bijvoorbeeld vijf maanden in Zwitserland, drie maanden in Italië en vier in België, dan zal de belastingdruk nog spectaculairder dalen. Het beroepsinkomen wordt dan in drie belastbare grondslagen verdeeld, waarop telkens de belastingtarieven, te beginnen met het laagste, van ieder land afzonderlijk worden toegepast. Hoe meer landen, hoe minder belastingen.VoorwaardenOok de belastingadministratie is zich bewust van het fiscale paradijs dat een internationale tewerkstelling meebrengt. Daarom is ze onverbiddelijk voor allerlei opgezette constructies van fictieve buitenlandse tewerkstelling.Voor een fiscaal succesvolle salarissplitsing moet een aantal voorwaarden zijn vervuld. Het uitgangspunt is dat iedere staat het eigen beroepsinkomen zal belasten: dat België, de woonstaat van de belastingplichtige, het beroepsinkomen verdiend in België belast en het buitenlands inkomen vrijstelt, weliswaar onder progressievoorbehoud, en dat de vreemde staat, de werkstaat, het beroepsinkomen uit deze staat belast. De basisvoorwaarde is daarom dat de bevoegdheid om belasting te heffen op basis van het dubbelbelastingverdrag niet uitsluitend toekomt aan de woonstaat. Een salarissplitsing gaat niet op als in het buitenland geen belastingen worden betaald, maar alleen in België. Dat is het geval bij grensarbeiders.Absoluut uit den boze is het om een deel van de bezoldiging te camoufleren als een buitenlands inkomen door het personeelslid op een buitenlandse loonlijst te zetten. Het loon van een Belgisch inwoner, gedeeltelijk betaald door een buitenlandse vestiging, blijft integraal en uitsluitend belastbaar in België als de werknemer niet effectief fysiek aanwezig is in het buitenland. Een salarissplitsing veronderstelt het verrichten (en dus ook de bereidheid tot het verrichten) van concrete, niet louter occasionele prestaties in het buitenland.De fysieke aanwezigheid kan worden bewezen met allerhande bewijsmiddelen, zoals reis- en hotelkosten, huurgelden voor een buitenlands verblijf enzovoort. Voor Belgische bestuurders van buitenlandse vennootschappen geldt de vereiste van fysieke aanwezigheid in het buitenland strikt genomen niet. Aan te bevelen is het echter wel.Voorts moet te allen tijde worden vermeden dat de belastingbevoegdheid op het loon, net zoals voor grensarbeiders, opnieuw uitsluitend wordt toegekend aan de woonstaat België. De buitenlandse werkstaat moet immers heffingsbevoegd blijven op het buitenlandse beroepsinkomen. Dat kan op drie manieren:Keerzijde van de medailleSociaal volgt in deze niet fiscaal. Een salarissplitsing brengt over het algemeen geen besparing mee met betrekking tot de sociale bijdragen. Bij tewerkstelling in de woonstaat België en een buitenlandse werkstaat (lid van de Europese Unie) blijft de werknemer onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid. Voorts brengt de inkomenssplitsing extra verplichtingen mee: een afzonderlijke loonadministratie, het sluiten van verschillende arbeidsovereenkomsten, bijkomende fiscale verplichtingen voor het personeelslid (onder meer het indienen van een belastingaangifte als niet-inwoner in de buitenlandse werkstaat), toepassing van onderscheiden arbeidswetgevingen, aanpassing van bestaande groepsverzekeringen of pensioenfondsen enzovoort. Een salarissplitsing vergt daarom steeds een gedetailleerde planning.Jef WellensWie zijn belastbaar loon van 85.000 euro gelijkmatig over België en Nederland spreidt, betaalt tot 10.000 euro minder belastingen.Buitenlandse belastingtarieven zijn doorgaans een stuk lager dan de Belgische.