Gezinswoning en beslag. Als zelfstandige kan u maar beter uw gezinswoning voor ten hoogste 30 % voor beroepsactiviteit gebruiken. Het pand blijft dan buiten de grijparmen van schuldeisers in het kader van uw beroepsactiviteit. Gaat u boven de 30 %, dan kunnen die schuldeisers beslag laten leggen op het deel dat u voor uw werk gebruikt. Bovendien moet er dan een notariële akte zijn om het woongedeelte te vrijwaren van beslag. De beslagrechter zal zich allicht laten leiden door het percentage beroepsgebruik dat u fiscaal aftrekt. U hebt dus geen belang meer bij overdrijving van die beroepskosten.
...

Gezinswoning en beslag. Als zelfstandige kan u maar beter uw gezinswoning voor ten hoogste 30 % voor beroepsactiviteit gebruiken. Het pand blijft dan buiten de grijparmen van schuldeisers in het kader van uw beroepsactiviteit. Gaat u boven de 30 %, dan kunnen die schuldeisers beslag laten leggen op het deel dat u voor uw werk gebruikt. Bovendien moet er dan een notariële akte zijn om het woongedeelte te vrijwaren van beslag. De beslagrechter zal zich allicht laten leiden door het percentage beroepsgebruik dat u fiscaal aftrekt. U hebt dus geen belang meer bij overdrijving van die beroepskosten. Negen maanden. Dit is een te lange periode, dacht een nieuwe eigenaar van een appartement in een kasteel. Hij had een te renoveren appartement gekocht in een kasteelruïne die in zijn geheel slechts een kadastraal inkomen van 39 euro had. De man meende dan ook recht te hebben op het verminderd registratierecht voor de verkoop van kleine landeigendommen en bescheiden woningen. De administratie had negen maanden nodig om de belastingplichtige te verwittigen dat hij niet kon genieten van het verminderd registratierecht, gezien de renovatiewerken aan het appartement waaraan op zich nog geen afzonderlijk kadastraal inkomen was toegekend. De eigenaar meende dat die termijn de rechtszekerheid schond, maar het hof van beroep in Antwerpen oordeelde er anders over. Na enige analyse had de eigenaar wellicht ook zelf kunnen bedenken dat een gerenoveerd kasteelappartement niet echt zou beantwoorden aan de omschrijving van een "kleine landeigendom of bescheiden woning". Aandelenopties. Personen die bij beursgenoteerde bedrijven werken, hebben dikwijls aandelenopties in hun bezoldigingspakket. Velen hebben bij de uit- oefening van hun aandelenopties flink geld verdiend, maar niet elk verhaal van aandelenopties is een succesverhaal. Aandelenopties zijn immers belastbaar als beroepsinkomen op het ogenblik van toekenning, ongeacht of ze later effectief worden uitgeoefend. Zo kreeg een werknemer in 2001 aandelenopties van zijn werkgever. Het optiereglement bepaalde dat de aandelenopties slechts vanaf 2004 konden worden uitgeoefend. Bij ontslag vervielen de opties 90 dagen na het ontslag. De werknemer werd evenwel al in 2002 ontslagen en kon aldus nooit zijn aandelenopties verzilveren, niettegenstaande hij er in 2001 wel op belast werd. Een bijzonder onbillijke situatie en dus reden genoeg om de zaak eens aan de rechter voor te leggen, dacht de werknemer. In fiscale zaken bestaan echter geen billijkheidsoverwegingen en moet de fiscus alles invorderen wat wettelijk verschuldigd is. De rechtbank kon niet anders dan te besluiten dat de aanslag correct werd gevestigd. Vruchtgebruik. Elke vennootschap die wat vertrouwd is met onroerendgoedverrichtingen, kent de voordelen van een vruchtgebruikconstructie, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik koopt en de aanschaffingswaarde afschrijft, en de natuurlijke persoon de naakte eigendom koopt en op het einde van de rit volle eigenaar wordt zonder hiervoor iets te moeten betalen. Gelet op de manifeste voordelen, is het weinig verwonderlijk dat de Dienst Voorafgaande Beslissingen overstelpt wordt met aanvragen om de voordelen van de vruchtgebruikconstructie te bevestigen. Om onnodige aanvragen te vermijden, heeft de Dienst zelf enkele voorwaarden gesteld waaraan deze constructies dienen te voldoen om fiscaal in orde te zijn: 1) Het vruchtgebruik moet worden verkregen van een derde (dus geen verkoop van de aandeelhouder/bestuur aan zijn eigen vennootschap); 2) De duurtijd van het vruchtgebruik bedraagt ten minste 20 jaar; 3) Een belangrijk deel van het gebouw moet voor de ondernemingsactiviteit worden aangewend (volgens de Dienst is aan deze voorwaarde voldaan indien ongeveer 50 % voor de eigenlijke bedrijfsactiviteit wordt aangewend); 4) Voor het gedeelte bewoning moet de belastingplichtige effectief een marktconforme huurprijs betalen; 5) De verdeling van de kosten tussen de vruchtgebruiker en de blote eigenaar, waarbij de gewone onderhoudswerken ten laste komen van de vruchtgebruiker en de grove herstellingen door de naakte eigenaar dienen te worden uitgevoerd. Dit betekent niet dat elke andere vruchtgebruikconstructie per definitie fiscaal niet in orde is, maar dit standpunt van de Dienst Voorafgaande Beslissingen geeft toch enkele belangrijke indicaties van de pijnpunten bij fiscale controles. Didier Van Laere is advocaat gespecialiseerd in fiscaal en vennootschapsrecht. De rubriek Fiscuriosa verschijnt maandelijks. Passiefhuizen. De FOD Financiën draagt, in het kader van de globale strijd tegen de emissie van broeikasgassen, haar steentje bij door vanaf het aanslagjaar 2008 een nieuwe belastingvermindering voor passiefhuizen in te voeren. Passiefhuizen zijn zeer goed geïsoleerde woningen die bij normale weersomstandigheden voldoende warm blijven door zonlicht en warmterecuperatie. Zo'n huis heeft in principe geen gewone verwarmingsinstallatie nodig. Het energieverbruik voor verwarming is dan ook slechts een fractie van het energieverbruik dat nodig is om een traditionele woning te verwarmen. En een lager energieverbruik betekent een lagere CO2-uitstoot. De belastingvermindering bedraagt voor het aanslagjaar 2008 slechts 780 euro en zal dan ook niet de doorslag geven om een passiefhuis te bouwen. U zal het vooral moeten hebben van de besparing op uw energiefactuur. Didier Van Laere