In 2022 vonden de Europese regeringen een opmerkelijke, en tot op zekere hoogte onverwachte eenheid tegenover de agressie van Vladimir Poetin in Oekraïne. In 2023 wordt die eenheid op de proef gesteld. Hoe die test eruitziet, zal afhangen van het verloop van de oorlog.

Een deprimerend maar waarschijnlijk scenario is dat het conflict heel 2023 aansleept, waarbij Rusland steeds meer teruggedreven wordt maar Oekraïne er niet in slaagt al zijn grondgebied te heroveren. Dan zullen in Europa stemmen opgaan om Oekraïne onder zachte druk naar een onderhandelde vrede te leiden.

Italië

Sommigen zullen het idee genegen zijn dat dan de gasverkoop kan hervatten en de kosten van energiesubsidiëring kunnen dalen. Anderen zullen bang de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024 afwachten, die zou kunnen betekenen dat het land zijn militaire en economische steun aan Oekraïne vermindert en Europa de last volledig zelf moet dragen. Nog anderen, onder wie misschien de Franse president Emmanuel Macron, zullen benadrukken dat Rusland altijd een naburig land zal blijven, en dat de communicatie dus opnieuw geopend moeten worden. Europa kan niet leven met een voortdurende oorlog aan de deur, zullen ze stellen. Die stemmen zullen allicht hun slag niet thuishalen, maar ze kunnen wel spanning veroorzaken in Europa.

Oekraïne heropbouwen zal middelen opslokken die armere landen in de ontwikkelings- wereld dringend nodig hebben.

Italië zal in dat debat een cruciale rol spelen. Nu staat premier Giorgia Meloni resoluut achter de NAVO en Oekraïne. Maar haar land bevindt zich in een precaire economische situatie, met een staatsschuld van ruim 2,3 biljoen euro. De hoge energieprijzen verlammen zijn grote verwerkende industrie. In tegenstelling tot Duitsland, dat gemakkelijk aan geld kan komen om zijn bedrijven te steunen, zal Italië het moeilijk hebben zijn ondernemingen te beschermen. Meloni zou dus weleens plots de voordelen van onderhandelingen kunnen verkondigen. Haar coalitiepartner, Matteo Salvini, doet dat nu al.

Ook als dat niet gebeurt, zullen de groeiende meningsverschillen rond het energievraagstuk volgend jaar wellicht de grootste bron van spanningen in Europa worden. Almaar meer landen zullen in een recessie belanden, en enkel de rijken kunnen dan nog subsidies blijven uitdelen.

In de knoop

Wat als het conflict in Oekraïne wel eindigt? Dat scenario zal een ander soort spanning creëren in Europa: over wie de wederopbouw van Oekraïne gaat betalen en hoeveel ze daaraan willen spenderen.

De Verenigde Staten zullen, terecht, opmerken dat ze al het leeuwendeel van de kosten op zich hebben genomen om Oekraïne te bewapenen. Nu zal het aan Europa zijn, al zullen multilaterale organisaties als de Wereldbank en het IMF ook hun duit in het zakje doen. Dat zal internationale meningsverschillen veroorzaken. Oekraïne heropbouwen zal middelen opslokken die armere landen in de ontwikkelingswereld dringend nodig hebben. Er zullen scherpe discussies volgen. Hoe dan ook zal Europa nog vele jaren in de knoop liggen met de gevolgen van de oorlog.

In 2022 vonden de Europese regeringen een opmerkelijke, en tot op zekere hoogte onverwachte eenheid tegenover de agressie van Vladimir Poetin in Oekraïne. In 2023 wordt die eenheid op de proef gesteld. Hoe die test eruitziet, zal afhangen van het verloop van de oorlog. Een deprimerend maar waarschijnlijk scenario is dat het conflict heel 2023 aansleept, waarbij Rusland steeds meer teruggedreven wordt maar Oekraïne er niet in slaagt al zijn grondgebied te heroveren. Dan zullen in Europa stemmen opgaan om Oekraïne onder zachte druk naar een onderhandelde vrede te leiden. Sommigen zullen het idee genegen zijn dat dan de gasverkoop kan hervatten en de kosten van energiesubsidiëring kunnen dalen. Anderen zullen bang de uitkomst van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024 afwachten, die zou kunnen betekenen dat het land zijn militaire en economische steun aan Oekraïne vermindert en Europa de last volledig zelf moet dragen. Nog anderen, onder wie misschien de Franse president Emmanuel Macron, zullen benadrukken dat Rusland altijd een naburig land zal blijven, en dat de communicatie dus opnieuw geopend moeten worden. Europa kan niet leven met een voortdurende oorlog aan de deur, zullen ze stellen. Die stemmen zullen allicht hun slag niet thuishalen, maar ze kunnen wel spanning veroorzaken in Europa. Italië zal in dat debat een cruciale rol spelen. Nu staat premier Giorgia Meloni resoluut achter de NAVO en Oekraïne. Maar haar land bevindt zich in een precaire economische situatie, met een staatsschuld van ruim 2,3 biljoen euro. De hoge energieprijzen verlammen zijn grote verwerkende industrie. In tegenstelling tot Duitsland, dat gemakkelijk aan geld kan komen om zijn bedrijven te steunen, zal Italië het moeilijk hebben zijn ondernemingen te beschermen. Meloni zou dus weleens plots de voordelen van onderhandelingen kunnen verkondigen. Haar coalitiepartner, Matteo Salvini, doet dat nu al. Ook als dat niet gebeurt, zullen de groeiende meningsverschillen rond het energievraagstuk volgend jaar wellicht de grootste bron van spanningen in Europa worden. Almaar meer landen zullen in een recessie belanden, en enkel de rijken kunnen dan nog subsidies blijven uitdelen. Wat als het conflict in Oekraïne wel eindigt? Dat scenario zal een ander soort spanning creëren in Europa: over wie de wederopbouw van Oekraïne gaat betalen en hoeveel ze daaraan willen spenderen. De Verenigde Staten zullen, terecht, opmerken dat ze al het leeuwendeel van de kosten op zich hebben genomen om Oekraïne te bewapenen. Nu zal het aan Europa zijn, al zullen multilaterale organisaties als de Wereldbank en het IMF ook hun duit in het zakje doen. Dat zal internationale meningsverschillen veroorzaken. Oekraïne heropbouwen zal middelen opslokken die armere landen in de ontwikkelingswereld dringend nodig hebben. Er zullen scherpe discussies volgen. Hoe dan ook zal Europa nog vele jaren in de knoop liggen met de gevolgen van de oorlog.