De voorbije maanden heb ik vele uren onderhandeld met mijn medewerkers en hun vertegenwoordiging. Tijdens die -- soms pittige -- debatten werd meermaals aangegeven dat communicatie tussen de directie en de werkvloer belangrijk en zelfs essentieel is. Communicatie over het hoe, wat en waarom in een vennootschap versterkt de cohesie en smeedt banden.
...

De voorbije maanden heb ik vele uren onderhandeld met mijn medewerkers en hun vertegenwoordiging. Tijdens die -- soms pittige -- debatten werd meermaals aangegeven dat communicatie tussen de directie en de werkvloer belangrijk en zelfs essentieel is. Communicatie over het hoe, wat en waarom in een vennootschap versterkt de cohesie en smeedt banden. Nochtans zou men in tijden van massale informatieverspreiding ervan uitgaan dat iedereen zich op de een of andere manier informeert. Het viel me op dat de meeste medewerkers nog altijd informatie halen bij vertrouwensmensen. Dat ze die taak nu bij de directie willen leggen, leek me een vertrouwenwekkend signaal. Na grondige analyse blijkt namelijk dat informatie altijd gekleurd wordt en dat de waan van de dag en de externe omgeving de feiten sterk beïnvloeden. Het doet me terugdenken aan een periode, twintig jaar geleden, waarin ik me heb verdiept in de dynamiek van groepen en hun perceptie van de waan van de dag. Toen was informatie nog iets wat men in kranten en op televisie zocht. De beide kanalen liepen parallel, maar duidelijk onafhankelijk. Vandaag is dat anders. Doe even de test samen met mij. Abonneer je op een Twitter-account van een economisch zakenblad of krant, en volg twee uurtjes de waan van de dag in 140 tekens. Doe dat zonder door te klikken naar artikels of diepteanalyses. Na enkele uren zul je merken dat de wereld er totaal verneukt uitziet. De onheilstijdingen volgen elkaar op en succesverhalen worden steevast vertaald in lasterlijke insinuaties. We worden met andere woorden verplicht negatief tegen het nieuws aan te kijken, maar wat als dat je niet ligt? Dan klik je dat kanaal gewoon weg. Mijn test was eenvoudig, na een dag hield ik maar enkele Twitter-accounts over. Ik kan niets anders dan vaststellen dat journalisten hun eigen omgeving vertalen en verpakken in chagrijn en rancune. Geen van beide smaakt bij een lekker glas cava of een toastje met gerookte zalm. Het is geen correcte weergave van de realiteit, maar slechts perceptie. Achter de koppen en tweets gaan nog wel sterke verhalen schuil, alleen wordt het met de dag moeilijker erdoorheen te klikken. Daarom mijn oproep om geen koppenwedloop te houden, maar de consument goed te informeren. Je zou schrikken hoeveel mensen van positief nieuws houden. Maar goede informatie is nog geen garantie voor goed geïnformeerde mensen. Een voorbeeld uit mijn eigen leefwereld. Ons bedrijf is ingeplant in het mooie Limburg, en daar staat de komende jaren heel wat te gebeuren. Aangezien dat een grote impact op de lokale samenleving zal hebben en er wat bedenkingen geformuleerd werden, heeft het provinciebestuur de gelegenheid te baat genomen om de bevolking te informeren. Een uitgebreide evaluatie van het masterplan Limburg werd in een twee uur durende tv-uitzending tot bij de inwoners gebracht. Ze werd zelfs een drietal keer herhaald, dus kansen zat om op de hoogte te zijn. Daarom was mijn verwondering des te groter toen ik achteraf de mensen vroeg wat ze ervan vonden. Ze bleven meestal het antwoord schuldig, of hadden het zo druk met hun andere bezigheden dat dit er echt niet bij kon. Dat is meer dan te betreuren. Het zijn dezelfde mensen die heel snel zullen worden geconfronteerd met de gevolgen van het masterplan. Dan zal de vraag niet worden gesteld of ze geïnformeerd zijn, maar wel wat ze ermee zullen aanvangen. Een geïnformeerde bevolking heeft geen reden tot klagen wanneer blijkt dat het masterplan niet in haar kleine wereldje past. En dan zal er geen recht tot spreken zijn, enkel tandengeknars in... 140 tekens. De auteur is CEO van Melotte en oprichter van Innocrowd.Ik kan niets anders dan vaststellen dat journalisten hun eigen omgeving vertalen en verpakken in chagrijn en rancune.