Wie in het weekend gaat wandelen, joggen of mountainbiken op het platteland, ziet ze dezer dagen tussen de kale velden: een gezelschap jagers in hun herkenbare groene uitrusting. Jagen is anno 2021 een nichehobby voor een snel krimpende groep 50-plussers die snel aan belang verliest, zou je denken. Fout. De jachtsector in België verkeert in goede gezondheid. Het aantal actieve jagers in Vlaanderen schommelt sinds zo'n vijftien jaar rond 13.000. Toen het aantal actieve jagers eind jaren negentig voor het eerst onder 14.000 daalde, kon worden gevreesd voor een langzame uitdoving van de sector, maar dat is niet gebeurd. Jagen blijft wel voor 95 procent een mannenzaak. Maar de voorbije jaren kan een voorzichtige verjonging worden vastgesteld. 63 procent is tussen 48 en 78 jaar oud, maar bijna een derde van de jagers is jonger dan 45 jaar. Vooral bij de 23- tot 32-jarigen vindt de voorbije jaren een stijging van het aantal actieve jagers plaats.
...

Wie in het weekend gaat wandelen, joggen of mountainbiken op het platteland, ziet ze dezer dagen tussen de kale velden: een gezelschap jagers in hun herkenbare groene uitrusting. Jagen is anno 2021 een nichehobby voor een snel krimpende groep 50-plussers die snel aan belang verliest, zou je denken. Fout. De jachtsector in België verkeert in goede gezondheid. Het aantal actieve jagers in Vlaanderen schommelt sinds zo'n vijftien jaar rond 13.000. Toen het aantal actieve jagers eind jaren negentig voor het eerst onder 14.000 daalde, kon worden gevreesd voor een langzame uitdoving van de sector, maar dat is niet gebeurd. Jagen blijft wel voor 95 procent een mannenzaak. Maar de voorbije jaren kan een voorzichtige verjonging worden vastgesteld. 63 procent is tussen 48 en 78 jaar oud, maar bijna een derde van de jagers is jonger dan 45 jaar. Vooral bij de 23- tot 32-jarigen vindt de voorbije jaren een stijging van het aantal actieve jagers plaats. De sector houdt stand en heeft een zekere economische relevantie. De exacte economische voetafdruk van de jacht is niet bekend. De Hubertus Vereniging Vlaanderen (HVV), de belangenorganisatie voor de jacht, heeft geen precieze cijfers over de omzet van de sector. Vijf jaar geleden publiceerde Bernard Brondel aan de Universiteit Gent zijn masterthesis Het economisch belang van jacht in België. Hij kwam tot de conclusie dat een gemiddelde jager in België jaarlijks 11.279 euro uitgeeft aan zijn vrijetijdsbesteding. Aangezien België zo'n 23.000 jagers telt, komt dat neer op een bedrag van 259,4 miljoen euro. Vlaanderen is goed voor 146,6 miljoen euro. Maar dat is niet alles. De sector heeft een groter economisch gewicht dan gedacht, omdat er meer actoren zijn dan de jagers alleen. Op verzoek van Trends maakte de HVV een lijst op van organisaties, instellingen en bedrijven in Vlaanderen die verbonden zijn met de jacht. De vereniging kwam uit op 68 commerciële actoren. Er zijn ten eerste 28 jacht- en wapenwinkels in Vlaanderen. Frederik Vandromme bezit sinds 2014 een jachtwinkel in Oostkamp. Jachthuis Vandromme verkoopt naast jachtwapens ook kledij en accessoires, zoals verrekijkers. "Ik werkte aanvankelijk in de vastgoedsector. Ik ben zelf een jager en kwam tot de vaststelling dat er in West-Vlaanderen amper gespecialiseerde winkels waren. De winkel is rendabel, maar het blijft een nichemarkt. Men zal altijd blijven jagen, maar het is geen booming business. Ik ben niet pessimistisch. Op basis van mijn klanten heb ik een zicht op de evolutie van het jagersprofiel. Er is een zekere verjonging en het blijft niet enkel in de familie. Zo heb ik klanten die halve vegetariërs zijn en uit principe enkel vlees eten dat in het wild is geschoten." Andere commerciële spelers zijn detailhandelaars van wild (25), zaadhandelaars (6) en wildbewerkingsinrichtingen (9). Die laatste zijn inrichtingen waar het wild na de jacht wordt geprepareerd om in de handel gebracht te worden. Voorts worden advocatenkantoren vermeld die zich specialiseren in de verdediging van de belangen van de jagers (6), overheidsinstellingen - de provincies en het Vlaams Agentschap Natuur en Bos - en tientallen niet-commerciële instellingen voor jachtopleidingen en hondenopleidingen, en verschillende jagersverenigingen. Er zijn ook labo's voor trichineonderzoek (een schadelijke worm die bij everzwijnen voorkomt) en nazoekteams die gekwetst grootwild opsporen, na de jacht of na verkeersongevallen. Vlaanderen en Brussel hebben er ten minste 43 die meestal in vzw's zijn georganiseerd. Dat de jachtsector omvangrijker is dan de 23.000 jagers in België en de omzet van 260 miljoen euro, heeft ook te maken met het feit dat jagen meer is dan een nichehobby. Het is volgens de HVV planmatig wildbeheer geworden, gericht op de handhaving van een ecologisch verantwoorde wildstand, en een onderdeel van een breder faunabeheer. "Het buitengebied in Vlaanderen is beperkt", zegt Maarten Goethals, de woordvoerder van de HVV. "Er zijn steeds meer stakeholders die erop actief zijn en een mening hebben over wat ermee moet gebeuren, of het nu natuurverenigingen, wandelaars, mountainbikers of bestuurders van quads zijn. Wij werken samen, overleggen met die actoren en wijzen op de noodzaak van een goed wildbeheer. Die verschuiving heeft de sector moeten maken. Twintig tot dertig jaar geleden werd de wereld van de jacht gekenmerkt door geslotenheid. Het was van 'wij schieten waar wij willen en niemand moet ons lessen geven'. Nu is dat anders met een grotere invloed van de media en de mondige burger. Dat is goed." De rol van de jacht als onderdeel van het wildbeheer blijkt uit de evolutie van de omvang van het jachtgebied. Vlaanderen telt 930.000 hectare jachtgebied. Die oppervlakte daalt. Voor 2021-2022 werd 7.022 hectare jachtgebied geschrapt, maar er kwam ook 2.846 hectare bij. "Het is een dubbel verhaal", weet Vandromme. "Er is ook veel natuurgebied bij gekomen, er zijn de extra bebouwing en de industrie, de intensifiëring van de landbouw en de complexe wetgeving. Jagen is moeilijker geworden en velen trekken daarom naar het buitenland. Maar aan de andere kant hebben we door onze bijdrage aan het wildbeheer en het natuurbehoud ook successen behaald. Klein wild is er vaak nog door de inspanningen van jagers. We doen aan predatiecontrole, meer bepaald van de heel dominante vossen. We zoeken nesten op voor de landbouw de velden begint te maaien." Een bekend voorbeeld van succesvol wildbeheer is volgens de sector de reeënpopulatie. Die doet het in Vlaanderen goed. Dat is deels te danken aan natuurverenigingen die gezorgd hebben voor meer rustgebieden voor de reeën, die zo standvastiger zijn geworden. Vandromme: "De jagers zorgen daar ook voor. Er is een ethiek waarbij je je jachtveld niet leegschiet. Tegelijk speelt de overheid een rol. Je moet een label hebben om reeën te mogen schieten. Bovendien zijn er specifieke verhoudingen vastgelegd van hoeveel bokken, geiten en jongen je mag bejagen. Door gericht te jagen krijgen we een gezonde populatie reewild." De nadruk die de jachtsector legt op de rol die hij speelt bij natuur- en wildbeheer is ook een antwoord op de kritiek dat jagen niet meer van deze tijd is en de natuur verstoort. De jagers zitten in Vlaanderen vaak in het defensief. Toen vorig jaar beelden opdoken van een man die in Limburg een das doodknuppelde, werd direct met een beschuldigende vinger richting de jacht gewezen. Ook de dood van een paar wolven in Limburg werd aan de jachtsector gelinkt. De jagers moeten zich verdedigen tegen organisaties als Natuurpunt, Vogelbescherming Vlaanderen en Welkom Wolf. De sector probeert dat te counteren met eigen initiatieven. Zo heeft de HVV een interactieve kaart waarop de vereniging bijhoudt waar de wolf actief is en schade heeft aangericht. "De wolf is een polemisch onderwerp, ook bij jagers", zegt Goethals. "Na drie à vier jaar merken we dat het effect op ons wildbestand nog meevalt. De aanwezigheid van de wolf in Vlaanderen heeft geen grote impact op het reeënbestand en de everzwijnenpopulatie. Wie zegt dat de wolven de oplossing zijn om het overtal aan everzwijnen in Limburg onder controle te houden, zit er dik naast. We hebben berekend dat er twintig roedels nodig zijn, of 160 wolven, om de problemen met de everzwijnenpopulatie op te lossen. Vlaanderen heeft maar plaats voor drie roedels. Daar komt nog bij dat de overheid, en meer bepaald Natuur en Bos, verkeerd heeft gecommuniceerd over de wolf. Dat was een hoeraverhaal. Er werd gesproken over de Romeo en Julia van de natuur. Er werden menselijke emoties in het verhaal gebracht, terwijl wij een objectieve communicatie naar de stakeholders beter vinden. We werden scheef bekeken, maar nu het debat is verschoven naar andere belangengroepen, zoals de boeren en de paardenkwekers, blijkt dat we geen ongelijk hadden."