"Die groei van de werkgelegenheid is een heuse prestatie als je weet dat dit gebied een groot tewerkstellingsaandeel in de industrie telt," zegt professor Wim Vanhaverbeke. Deze hoogleraar aan de universiteit van Eindhoven doet al jarenlang onderzoek naar regionale economische ontwikkeling. Onlangs pakte hij uit met een studie: Zuid- en Midden West-Vlaanderen: snelle groei-regio, slimme groei-regio?.
...

"Die groei van de werkgelegenheid is een heuse prestatie als je weet dat dit gebied een groot tewerkstellingsaandeel in de industrie telt," zegt professor Wim Vanhaverbeke. Deze hoogleraar aan de universiteit van Eindhoven doet al jarenlang onderzoek naar regionale economische ontwikkeling. Onlangs pakte hij uit met een studie: Zuid- en Midden West-Vlaanderen: snelle groei-regio, slimme groei-regio?. Vanhaverbeke voerde een Porter-analyse uit waarbij hij een aantal sectoren onder de loep neemt en nagaat hoe sterk die in een specifieke regio staan. "Het zal niemand verwonderen dat de tapijtsector er tamelijk sterk uit komt. Een cluster die goed is voor 40% van de wereldexport. Een andere interessante cluster is de diepvriesgroentesector in het Roeselaarse. Die is verantwoordelijk voor 45% van de totale EU-export van diepvriesgroenten. Deze kleine regio kan dus interessante resultaten neerzetten, maar dat wil nog niet zeggen dat de regio economisch onkwetsbaar is." In de Top-100 van de snelst groeiende grote ondernemingen in West-Vlaanderen vallen inderdaad niet minder dan acht namen van diepvriesgroenteverwerkers ( Unifrost, Pasfrost, Westfro, Eurofreez, Pinguin, Ardo, Dicogel en Homifreez) op. Die nog overwegend familiaal gerunde bedrijven hebben historisch gelijklopende roots en maken deel uit van een hechte cluster die in de regio een paar duizenden mensen tewerkstelt. Tapijt- en vloerbedekkingsgiganten zoals Unilin, Balta Group of Ideal Group zijn dan weer met verscheidene vennootschappen in de lijst opgenomen, omdat elk van die bedrijven een voldoende operationele zelfstandigheid met een eigen toegevoegde waarde bezit. Interessant in de Trends-lijst van snelgroeiers is dat slechts een minderheid van de bedrijven in buitenlandse handen is (zie kader: Hoe gingen we te werk?, blz. 40). In de tabel Snelste groeiers: grote bedrijven is maar 20% van de ondernemingen onderdeel van een buitenlandse groep. In de andere tabellen ( Middelgrote bedrijven en Kleine bedrijven) is dit percentage zelfs verwaarloosbaar. Zo'n 35% van de grote snelgroeiers en 50% van de middelgrote heeft echter een uitgesproken familiaal karakter. Vanhaverbeke noemt West-Vlaanderen een "succesregio", maar is op basis van zijn onderzoekswerk tot de conclusie gekomen dat er naast sterke punten zoals het ondernemerschap of de lage werkloosheid ook zwakke punten bestaan: de manier bijvoorbeeld waarop West-Vlaamse bedrijven concurreren, de competitieve nabijheid van de Rijselse metropool en het beperkende optreden van de overheid. En daar moet in de toekomst extra rekening mee worden gehouden.Innovatie troefWie over 'ondernemen' spreekt in West-Vlaanderen, zegt automatisch lokaal entrepreneurschap. De zienswijze dat de West-Vlaamse economie een industriële economie is die op basis van lokaal entrepreneurschap groeit, is echter te eng. De industrie is er natuurlijk prominent aanwezig, maar bedrijven in de verschillende traditionele lowtech-industrietakken zoals textiel, houtbewerking of voeding zijn continu nieuwe markten aan het aanboren met nieuwe producten. Een voorbeeld hiervan is Latexco, de Tieltse toeleverancier voor de matrasindustrie (op plaats 28 bij de Snelste groeiers: grote bedrijven). Zo'n twee jaar geleden richtte het bedrijf zijn eigen recyclagedochter Latexco Recycling op en vorig jaar boorde de firma een nieuwe niche aan met de levering van mond- en klauwzeermatten in Nederland. Ook in andere sectoren is het innovatie troef. Zo blinken Delta Light en Modular LI - twee voorbeelden uit de verlichtingscluster die West-Vlaanderen rijk is - voortdurend uit op het gebied van modern design van lichtarmaturen. Een bedrijfje zoals Albo alu-werken (nummer 1 bij de Kleine bedrijven) uit Kuurne levert dan weer meer dan 50% van zijn aluminiumomzet aan dergelijke verlichtingsproducenten. Of er is de zitmeubelfabrikant Jori uit Wervik, die enkele jaren geleden een beroep deed op de ruimtevaartproductontwikkelaar Paul Verhaert voor een mechanisme dat zijn relaxzetels ondersteunt. Vanhaverbeke stelt ook vast dat West-Vlaanderen het etiket industriële regio krijgt opgeplakt terwijl de dienstensector er gedurende de jongste twee decennia sneller groeit dan in de rest van Vlaanderen. "De lokale economie gaat duidelijk over naar een kenniseconomie waar kennis en creativiteit van het management en de werknemers een centrale factor zijn in het creëren van concurrentievoordeel. Dát is het sterke punt van de regio: de veerkracht of het regeneratievermogen." Een continue vernieuwingsdrang die aan de basis ligt van een continue upgrading in sectoren. Dat vinden we bijvoorbeeld terug bij laminaatproducent Unilin Decor (nummer twee bij de grote bedrijven). De top van het bedrijf besteedt veel aandacht aan productinnovatie en aan de promotie van de merknaam ( Quick-Step) van zijn producten. Wim Vanhaverbeke: "Het bewijs dat het belangrijkste kapitaal niet alleen uit materiële maar ook uit immateriële activa bestaat." Het succes van laminaat heeft er trouwens voor gezorgd dat ook tapijtproducenten zich op die markt begeven. Vorig jaar sloot Balta Group precies daarom een joint venture met Triax, Belgisch producent van laminaatvloerbedekking. Entrepeneurschip en vernieuwingsdrang zijn slechts een paar troeven die West-Vlaanderen uitspeelt. Daarnaast is er de gunstige situatie op de arbeidsmarkt: zelfs nu het economisch wat minder gaat, telt zeker Zuidwest-Vlaanderen opvallend weinig werklozen. Uitzendbedrijven uit de regio merken dat dagelijks: voor hun vacatures doen zij een beroep op werkkrachten uit het naburige Noord-Frankrijk.Tekort aan professioneel managementDie verschillende factoren maken van West-Vlaanderen een specifieke regio met een aantal interessante succesfactoren. Maar dat wil nog niet zeggen dat de regio een rolmodel is voor de rest van Vlaanderen. "Op een aantal gebieden is de streek toch kwetsbaar," waarschuwt Vanhaverbeke. "Akkoord, de KMO's staan er sterk en halen voordeel uit hun vlakke structuur en daardoor vrij directe interne communicatie. Maar het mes snijdt aan twee kanten: in West-Vlaanderen is er een prangend tekort aan professioneel management."In de meeste KMO's spelen de eigenaars nog altijd manager. Familiebedrijven zijn er niet echt voor te vinden om een externe chief executive officer (CEO) aan te trekken. Ze zijn nog minder happig om het bedrijf open te stellen voor extern kapitaal. Een van de uitzonderingen is Omnistor Accessories (17de bij de grote bedrijven), waar in september 2001 Hans De Smet, ex-topman van Berry Groep, via een management buy-in de leiding in handen kreeg. Ook Vitalo (derde bij de middelgrote bedrijven) kende in 2000 een dergelijke professionalisering: Eddy Coppieters, gewezen topman van Laundry Systems Group, ging er als algemeen directeur aan de slag. "Zo'n extern management is vaak de enige doorgroeimogelijkheid voor familiebedrijven," aldus Vanhaverbeke. "Maar ja, West-Vlaanderen is een typisch KMO-land en zal dat de komende jaren zeker nog blijven."Een tweede heikel punt is de afwezigheid van hooggeschoold talent. En als er al talent voorhanden is, wordt het weggehaald naar Gent of Brussel. Een krapte die zich de komende jaren sterk zal laten voelen, zeker als we de arbeidsmarkt in zijn geheel beschouwen. Onderzoek wijst uit dat, naast Vlaams-Brabant, het zuiden en midwesten van West-Vlaanderen de gebieden zijn die het eerst met de structurele krapte op de arbeidsmarkt te maken zullen hebben. Verscheidene West-Vlaamse snelgroeiers klagen trouwens steen en been over het tekort aan arbeidskrachten.Volgens Wim Vanhaverbeke zal in de volgende jaren ook het contingent grensarbeiders niet volstaan. Bovendien worden er geen werklozen uit Wallonië aangetrokken. "Dat komt uiteraard omdat er tussen Vlaanderen en Wallonië niet echt een loondifferentiatie bestaat, terwijl Fransen hier merkelijk meer kunnen verdienen dat in hun thuisland," zegt hij. "West-Vlaanderen moet daarom een actief werkgelegenheidsbeleid voeren, anders telt de provincie over vijf jaar geen werkkrachten meer."De overheid als remmerDat Franse werknemers het personeelstekort in West-Vlaanderen voor een deel weten op te lossen, bewijst dat de aanwezigheid van de Noord-Franse regio een voordeel is. West-Vlaanderen is de voorbije jaren verschoven van een perifere ligging in België naar een centrale ligging in Europa. "De toekomst in Europa is voor de grootstedelijke centrumgebieden, met kleinstedelijke gebieden als een soort periferie," voorspelt Wim Vanhaverbeke. "Daar scoort West-Vlaanderen goed. Het ligt vlakbij Rijsel, dat aan het uitgroeien is tot een grootstedelijk gebied. Al heeft die stad zich volgens mij nog te vaak willen profileren ten opzichte van Parijs, Londen en Brussel. Als het kan uitgroeien tot een metropool die een eigen koers vaart, wordt Rijsel zeer interessant voor West-Vlaanderen."Maar intussen laat de diepgaande integratie tussen West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk op zich wachten. Voor een aantal elementaire zaken, zoals transport en communicatie, is Rijsel en omgeving nog te veel het buitenland (zie blz. 50). Cruciaal voor het economisch welslagen van een regio is natuurlijk ook het optreden van de overheid. Die is volgens Vanhaverbeke nog te vaak remmer in plaats van enabler: "Op het vlak van tewerkstellingsbeleid wordt er, zoals gezegd, veel te weinig gedaan. En inzake ruimtelijke ordening is het al niet veel beter. Al tien jaar is er in West-Vlaanderen geen ruimte voor bedrijfsterreinen. Er hoeft geen uitleg bij: dit vormt een rem voor de regio, met delokalisatie en uitstel van investeringen als gevolg." Het probleem is bekend. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen was er voor de periode 1994-2007 zo'n 1504 hectare nieuwe bedrijfsterreinen ingeschreven. In 2001 was die oppervlakte al nagenoeg volledig opgebruikt. Alain Mouton, Lieven DesmetDe eerste 'Gazellen Awards' werden gisteren in Kortrijk uitgereikt. De volgende Trends Gazellen-evenementen vinden plaats op 6 februari in Gent (Oost-Vlaanderen), 20 februari in Hasselt (Limburg), 6 maart in Leuven (Vlaams-Brabant) en 27 maart in Antwerpen (Antwerpen). Voor meer informatie kunt u bellen naar tel.051-26 64 13 (e-mail: Marie.De.Clerck@roularta.be).Niet alleen tapijten, maar ook diepvriesgroenten, verlichting en laminaat zijn West-Vlaamse succesproducten. De overgrote meerderheid van de snelste groeiers in West-Vlaanderen is nog steeds in Belgische handen.West-Vlaanderen bewijst dat ook lowtech-bedrijven succes kunnen hebben, als ze maar nieuwe producten en markten aanboren.Delta Light, Modular LI en Jori... Innovatie ligt mee aan de basis van het West-Vlaamse succes. In de meeste West-Vlaamse KMO's spelen de eigenaars nog altijd manager; dat doet het bedrijf vaak meer kwaad dan goed.