Een verhaal van niet-ingeloste verwachtingen. Zo wordt de vereffening van het Vlaamse investeringshuis Lessius beschreven. Een kwestie van mismanagement, zo vindt alvast aandeelhouder Eddy Vermeersch (zie blz. 146), die een klacht neerlegt bij de rechtbank. Lessius is het financiële kind van de Vlaamse ondernemers die bekendstaan als de Vlerick-boys. In 1988 zag de zakenbank onder impuls van Louis Verbeke en voorzitter Jean Van Marcke het levenslicht. De inkt van het doopcertificaat was nog niet droog of de zakenbank raakte verwikkeld in de (verloren) overnamestrijd rond de Generale Bank. Over de jaren heen groeide het aandeelhouderschap me...

Een verhaal van niet-ingeloste verwachtingen. Zo wordt de vereffening van het Vlaamse investeringshuis Lessius beschreven. Een kwestie van mismanagement, zo vindt alvast aandeelhouder Eddy Vermeersch (zie blz. 146), die een klacht neerlegt bij de rechtbank. Lessius is het financiële kind van de Vlaamse ondernemers die bekendstaan als de Vlerick-boys. In 1988 zag de zakenbank onder impuls van Louis Verbeke en voorzitter Jean Van Marcke het levenslicht. De inkt van het doopcertificaat was nog niet droog of de zakenbank raakte verwikkeld in de (verloren) overnamestrijd rond de Generale Bank. Over de jaren heen groeide het aandeelhouderschap met tientallen andere gerenommeerde Vlaamse ondernemers, maar ook met de institutionele Nederlandse speler Alpinvest. De balans is hard. Op het vlak van transparantie en deugdelijk bestuur scoort Lessius negatief. De relatie met het management bijvoorbeeld, dat ondanks tegenvallende resultaten toch hoge vergoedingen bleef opstrijken, toont de zwakke slagkracht van het bestuur aan. Wat Lessius het Vlaamse bedrijfsleven ook toont, is dat een goede ondernemer niet per definitie een goede durfkapitalist is. De beperkte spreiding van de portefeuille en de keuze en opvolging van sommige participaties strookten niet met de regels van het risicokapitaalspel. Even jammer zijn de cynische en beschuldigende reacties op de vereffening van Lessius. Die tonen aan dat Vlaanderen blijkbaar nog steeds niet volwassen kan omgaan met de mislukkingen van zijn ondernemers. Lessius was grotendeels een private-equityspeler in een tijd dat het woord zelfs nog niet in de Vlaamse economische woordenboeken stond. Het manna werd gehaald in Angelsaksische contreien zonder dat de economische randfactoren, zoals een performante beurs, hier al voldoende aanwezig waren. Vlaanderen mag enigszins blij zijn met de Lessius-case. Zo kunnen de durfkapitalisten van vandaag de noodzakelijke lessen leren van deze pioniers. Dat huiswerk zal nodig zijn. Vandaag doet de Vlaamse overheid met Arkimedes (zie blz. 102) een nieuwe poging om Vlaams spaargeld te verankeren in durfkapitaal en zo in de Vlaamse economie. Ook nu zijn de verwachtingen hooggespannen. Rendementen tussen 5 en 10 % worden door de believers naar voren geschoven, hoewel de Europese statistieken lagere rendementen aangeven. En net als de Lessius-managers getuigen de fondsmanagers allemaal van een groot vertrouwen in hun eigen kunde. Voorzichtigheid is nochtans aan te raden. 220 miljoen euro moet geïnvesteerd worden in het kleine Vlaanderen, en diversificatie en schaalgrootte zijn sleutelwoorden in de succesverhalen van risicokapitalisten. En een professioneel management natuurlijk, zo bewijst ook de Lessius-case. Het Vlaamse durfkapitaal staat vandaag op een tweesprong. Ofwel leert ze uit de lessen van het verleden en investeert ze pragmatisch. Ofwel laat ze zich weer leiden door de euforie van grote investeringsbedragen, te hoge verwachtingen en een te groot geloof in het eigen kunnen. Durfkapitaal is de sector bij uitstek die geconfronteerd wordt met faillissementen. Maar de fondsbeheerders moeten de faillissementen nu weten te beperken tot enkele participaties en ervoor zorgen dat de sector zijn tweede kans grijpt. An Goovaerts