De dioxinekippen van Karel Pinxten en Marcel Colla mogen dan wel voor wat deining hebben gezorgd in de tot nog toe rustige verkiezingscampagne, maar de trend blijft: de weg naar rooms-blauw ligt open (als het Vlaams Blok tenminste in bedwang wordt gehouden). Bij het begin van het derde millennium is een nieuw paradigma geboren, een nieuwe eensgezindheid over de thema's van de politiek en de organisatie van de economie. Die eensgezindheid is dat het socialisme, zoals het beleden wordt door politici als Louis Tobback (wiens vingers blijven jeuken voor het interventionisme dat zijn generatie zo lief is) passé is, afgelopen, voorbij. Definitief. Men hoeft niet zo extreem te zijn als de Amerikaan Francis Fukuyama en zijn The End of History and the Last Man (1992) ("De val van het communisme leidt tot een feitelijke en definitieve overwinning van de vrije markt") om vast te stellen dat we minstens blijv...

De dioxinekippen van Karel Pinxten en Marcel Colla mogen dan wel voor wat deining hebben gezorgd in de tot nog toe rustige verkiezingscampagne, maar de trend blijft: de weg naar rooms-blauw ligt open (als het Vlaams Blok tenminste in bedwang wordt gehouden). Bij het begin van het derde millennium is een nieuw paradigma geboren, een nieuwe eensgezindheid over de thema's van de politiek en de organisatie van de economie. Die eensgezindheid is dat het socialisme, zoals het beleden wordt door politici als Louis Tobback (wiens vingers blijven jeuken voor het interventionisme dat zijn generatie zo lief is) passé is, afgelopen, voorbij. Definitief. Men hoeft niet zo extreem te zijn als de Amerikaan Francis Fukuyama en zijn The End of History and the Last Man (1992) ("De val van het communisme leidt tot een feitelijke en definitieve overwinning van de vrije markt") om vast te stellen dat we minstens blijven opschuiven in die richting. Een Aziatische crisis kan deze trend tijdelijk afbuigen en leiden tot het opnieuw lossen van de demonen tegen het flitskapitaal en de "internationale speculanten", maar de grondtoon is en blijft eenduidig. Twee voorbeelden: de Duitse Financieminister Eichel, de pragmatische socialist die de linkse Oskar Lafontaine opvolgde, plant (zie ook Tweespraak) een belastinghervorming die meer besteedbaar inkomen laat bij de ondernemende mensen. De Vlaamse socialist Frank Vandenbroucke is na twee jaar studie in Oxford en directe contacten met de metamorfose van Labour opvallend pragmatisch in discussies over de verkorting van de arbeidsweek. Je hoort hem niet meer praten over een kortere werkweek om de arbeid te herverdelen. Neen, hij spreekt, in de trant van de zogenaamde Oranje Jobs van de CVP-Jongeren, over een vierdagenweek als een noodzakelijk middel om tweeverdieners met een gezinslast en oudere werknemers de kans te geven de werkdruk wat te verlichten. Bovendien zegt hij: vier dagen werken is vier dagen verdienen, geen vijf. Zijn dit twee aanduidingen van een toenemende oriëntering van de continentale socialisten op de Derde Weg van Tony Blair, de weg van een pragmatisme dat, ondanks alle retoriek, weinig afwijkt van het conservatisme van Margaret Thatcher? Een Margaret Thatcher die, als dochter van een middenstander, in haar eigen partij de privilegies en het corporatisme van de aartsconservatieven aanpakte. Moeten we in de analyse van wat gebeurt, ook bij ons, niet verder gaan en er een stukje politieke geschiedenis bijhalen? Met andere woorden: is de Derde Weg van de Britten en hun volgelingen op het vasteland wel zo nieuw en is deze Derde Weg niet, zoals The Wall Street Journal Europe onlangs betoogde in een hoofdartikel, een terugkeer naar het verleden, naar de hoogdagen van de Whig Party (1680-1830), een eerste vorm van de liberale partij in Engeland? De verandering van Old in New Labour is geen foefje, er gebeurt iets diepgaands. De verandering van oud naar nieuw bij de Britse socialisten zou wel eens kunnen vergezeld gaan van een transformatie van Old naar New Conservatives en dan staan we ruim honderd jaar terug in de geschiedenis, met een politiek speelveld dat aan de ene zijde bezet werd door Whigs (liberalen) en aan de andere zijde door Tories (conservatieven). De discussie tussen deze twee partijen werd in deze eeuw doorkruist door het marxisme. Vóór deze totalitaire leer in sterke (communisme) of afgezwakte (sociaal-democratie van het radicale type) vorm de twintigste eeuw verrotte, discussieerden de politici in nuances over de greep van de overheid op de economie, over de invloed van de monarchie en de kerk in het civiele leven, over oorlog en vrede. Een consensus bestond over de fundamentele uitgangspunten: privé-bezit, de kracht van ondernemingszin, het pragmatisme in de internationale politiek, het overwicht van het nationaal belang, enzovoort. Na de ineenstorting van het marxisme en de Evil Empires die het verwekte (China, Cuba en Noord-Korea zijn de laatste restanten) ontstaat opnieuw een bovenpartijen-eensgezindheid over de fundamentals. Enkel gekken willen nog "volksrepublieken" stichten. Whiggism, de pragmatische leer van de Whig Party, is geen geloof, het is een levenshouding. De levenshouding van mensen die koel, gematigd en standvastig weten wat de volgende stap is en de wijze intentie hebben die te zetten. Zij geloven dat de huidige wereld kan - en moet - worden verbeterd. Op een betamelijke manier. Klinkt dit als het credo van saaie pieten? Louis Tobback denkt kennelijk van wel. Verweet hij niet - vóór hetdioxine-schandaal de politieke sfeer kwam verhitten - Jean-Luc Dehaene een vlakke campagne te voeren? Hoe kan het anders? Het is geen toeval dat premier Dehaene tegen zijn eigen achterban - ACW-ACV - in pleit voor werknemersparticipatie. Eenmaal Willy Peirens weg en Luc Cortebeeck steviger in het zadel zal die eis worden verwezenlijkt. De leden van het ACV zullen het zélf willen. We zijn vandaag allemaal Whigs, in Belgische vertaling: rooms-blauw. FRANS CROLS