Het blijft Ferdi De Ville verbazen, de aanzwellende belangstelling voor TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership), het vrijhandelsakkoord waarover de Europese Unie en de Verenigde Staten al twee jaar onderhandelen. De Gentse docent Europese politiek houdt al jaren spreekbeurten over handelsbeleid. Gewoonlijk bleef het publiek beperkt tot enkele collega's - "vaak dezelfde vijf". Maar TTIP haalde het hek van de dam. Zowel in De Vooruit in Gent als in De Balie in Amsterdam trekt De Ville volle zalen. We treffen hem aan net voor zijn vertrek naar Londen. Daar moet hij in het Britse Lagerhuis een presentatie geven van zijn boek The Truth about the Transatlantic Trade and Investment Partnership, dat hij samen schreef met Gabriel Siles-Brügge, docent internationale politiek aan de Universiteit van Manchester.

Vanwaar al die aandacht? "Vroeger draaiden handelsakkoorden rond de vermindering van douanetarieven en invoerquota", zegt De Ville. "Niemand lag daar wakker van. TTIP gaat in essentie over het wegwerken van verschillen in regelgeving tussen de EU en de VS. Regels voor voeding, milieu of volksgezondheid belangen iedereen aan. En de VS zijn geen klein land. Veel Europeanen zijn bang dat de EU het onderspit delft."

Karkassen

De Europese Commissie blijft een vurige voorstander van TTIP, maar heeft al enkele verdedigingslinies moeten opgeven. Het argument dat TTIP groei en banen zal creëren, heeft nooit echt indruk gemaakt, schrijft De Ville. Volgens de vaak geciteerde studie van de Londense denktank Centre for Economic Policy Research (CEPR) voegt TTIP in het meest optimistische scenario een half procentje toe aan het bbp van de EU, en dat pas tegen 2027. "Dat extra stukje bbp blijft verworven", zegt De Ville. "We nemen het jaar na jaar mee, boven op de normale groei. Maar per Europese burger komt het neer op een extraatje van 2,3 euro per week, zeg maar een kopje koffie."

Dat resultaat is niet alleen mager, het komt er bovendien pas als de EU en de VS erin slagen de helft van hun verschillen in regelgeving weg te werken, stelt de CEPR-studie. "Dat is veel te ambitieus", zegt De Ville. "De kloof is te groot. De EU hanteert veel strengere voedingsnormen, van de boer tot het bord. De EU verbiedt een lange lijst van gevaarlijke stoffen voor gebruik in cosmetica, de VS slechts een handjevol. En de Europese REACH-verordening over de veiligheid van chemische stoffen staat zo ver van de Amerikaanse aanpak, dat de Europese Commissie moest toegeven dat TTIP nooit voor een wederzijdse erkenning van elkaars standaarden zal zorgen, laat staan voor een harmonisatie."

Fictie

Die onoverbrugbare kloof ondergraaft een tweede verdedigingslinie van de Europese Commissie. De EU en de VS moeten samen de regels schrijven, klinkt het, zo niet zal China dat in onze plaats doen en verliezen we onze invloed in de wereldeconomie. Het gezamenlijke gewicht van de Europese en de Amerikaanse economie zal van de TTIP-normen de wereldstandaard maken. Er is haast bij, want de cijfers tonen dat het Europese en Amerikaanse aandeel in de wereldhandel slinkt, ten voordele van China. Dat land wordt over enkele jaren de grootste economie van de wereld.

De Ville is niet overtuigd. Als de EU en de VS niet eens een harmonisering van hun regels nastreven, blijft zo'n trans-Atlantische wereldstandaard fictie. In de praktijk gaan de EU en de VS hooguit voor een wederzijdse erkenning van hun normen. Een product dat aan de Amerikaanse regels voldoet, mag dan ook in de EU verkocht worden, en omgekeerd. "Dat kan een race to the bottom ontketenen", zegt De Ville. "Bedrijven zullen kiezen voor de normen die hun het goedkoopst uitkomen. Dat zal leiden tot concurrentie tussen de EU en de VS, die elk hun regelgeving zullen afzwakken om aantrekkelijk te blijven. Zo drijven we nog verder weg van een wereldstandaard."

Wederzijdse erkenning geeft fabrikanten een belangrijk kostenvoordeel. Ze hoeven maar aan één normenstelsel te voldoen om toegang te krijgen tot twee markten. Het ziet er echter naar uit dat TTIP dat voordeel enkel zal gunnen aan bedrijven die gevestigd zijn in de EU of de VS. Dat betekent voor bedrijven uit derde landen een competitief nadeel, dat hun marktaandeel in de EU en de VS zal aanvreten. Bijgevolg zullen ze hun export verleggen naar andere werelddelen, zodat het de moeite niet meer loont om hun productie af te stemmen op de Europese of de Amerikaanse normen. Dat maakt de kans op een trans-Atlantische wereldstandaard opnieuw een stuk kleiner. Ironisch genoeg dreigt TTIP zo de invloed van de EU en de VS in de wereldeconomie te verkleinen, precies het tegenovergestelde van wat de bedoeling was.

Bevriezing

Er rest de Europese Commissie nog een laatste verdedigingsgordel. TTIP moet de overdadige bureaucratie wegwerken. Verschillen in regelgeving hinderen wederzijdse handel en investeringen, luidt het. Kunnen we de kloof tussen de EU en de VS niet overbruggen, dan moeten we in elk geval in de toekomst de regels op elkaar afstemmen. Daartoe voorziet TTIP in een reeks overlegprocedures en adviesorganen.

Dat arsenaal aan overleg en advies zal echter uitdraaien op een sluipende indamming van de bewegingsvrijheid van de EU, meent De Ville. "Stel dat de EU beperkingen wil invoeren op het gebruik van stoffen die onze hormonale werking verstoren. Zulke stoffen vind je onder meer in plastics en cosmetica. De TTIP-procedures verplichten de EU de nieuwe voorschriften eerst voor te leggen aan de Amerikaanse overheid, die het recht krijgt uitleg te vragen bij elke verdere stap van het regelgevende proces. Ook andere belanghebbenden _ in de praktijk zijn dat bedrijven _ mogen opmerkingen maken. De regulatoren zullen verplicht zijn te antwoorden."

Het gevolg is dat Europa twee keer zal nadenken voor het opnieuw met ambitieuze normen voor volksgezondheid en milieu komt. De TTIP-procedures zullen leiden tot een bevriezing van regelgeving, en zo op een subtiele manier het publieke belang ondergraven. Destijds hebben de Amerikaanse overheid en bedrijven achter de schermen zwaar gelobbyd tegen de invoering van de REACH-verordening. Dankzij TTIP zal dat lobbywerk nu in alle openheid kunnen gebeuren. De grote bedrijven komen daarbij als winnaar uit de bus, want zij kunnen de meeste middelen mobiliseren, en hebben de beste connecties.

Kinderarbeid

Vroeger dienden regels het algemeen belang, vandaag staan ze blijkbaar de economie in de weg. Ook TTIP ziet regelgeving in de eerste plaats als een economische kostenpost, volgens De Ville. "Kwaliteit, tegenwoordig is dat een handelsbelemmering. Het is geen toeval dat TTIP een groot belang hecht aan economische impactanalyses. Regulatoren moeten berekenen welk effect een bepaalde regel heeft op handel en investeringen. Die economische manier van denken zal zich nestelen in de geesten en politieke beleidsambities op voorhand temperen."

Het getuigt van een diep wantrouwen tegenover de democratie en de politiek, aldus De Ville. "Politici en ambtenaren laten zich leiden door eigenbelang en kortetermijndenken, en belemmeren zo de efficiënte werking van de markt, luidt de redenering. Bind hen met handen en voeten vast aan procedures, zo beperk je de schade voor de economie. Dat is de filosofie achter TTIP. In werkelijkheid zullen de TTIP-procedures de deuren openen voor lobbygroepen, in plaats van ze te sluiten."

Europa moet zijn 500 miljoen consumenten durven te gebruiken om zijn kwaliteitseisen hoog te houden en ze af te dwingen van zijn handelspartners, vindt De Ville. "Niemand zou het in zijn hoofd halen kinderarbeid en andere wantoestanden toe te laten in Limburg, opdat die provincie dankzij lagere productiekosten sneller de sluiting van Ford Genk te boven zou komen. Vreemd hoe we die huiver plots laten varen als gaat om andere werelddelen. Ons handelsbeleid eist wel dat speelgoed uit Zuidoost-Azië veilig is voor onze kinderen, maar het bekommert zich niet om de mensonwaardige arbeidsomstandigheden en vervuiling waarmee de productie in die landen vaak gepaard gaat. De EU zal nooit kunnen concurreren op kosten, wel op kwaliteit. Dat is de keuze waarvoor we staan, en TTIP kan die hard maken."