Liefst 180 miljard euro per jaar. Zoveel is volgens de Europese Commissie nodig, om de Europese economie tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Dat is de ambitie die in de Europese Green Deal staat. Zelfs de grootste economische crisis sinds een eeuw heeft de Commissie niet van haar voornemen afgebracht. Maar hoe zullen we dat betalen? Zelfs als je alle coronanoodfondsen bij de meerjarenbegroting telt, kom je nooit in de buurt van wat nodig is.
...

Liefst 180 miljard euro per jaar. Zoveel is volgens de Europese Commissie nodig, om de Europese economie tegen 2050 klimaatneutraal te maken. Dat is de ambitie die in de Europese Green Deal staat. Zelfs de grootste economische crisis sinds een eeuw heeft de Commissie niet van haar voornemen afgebracht. Maar hoe zullen we dat betalen? Zelfs als je alle coronanoodfondsen bij de meerjarenbegroting telt, kom je nooit in de buurt van wat nodig is. Het antwoord is simpel: Europa rekent op de private sector. Voor elke euro publiek geld denkt de Commissie 2 euro kapitaal extra te kunnen mobiliseren. Wishfull thinking? Dat is niet wat ze rond het Schumanplein geloven. Begin 2018 kwam de High Level Group on Sustainable Finance met een rapport over hoe een duurzame Europese economie te financieren. De bevindingen van de experts draaiden nog de gebruikelijke rondjes in de Europese beslissingskamers, maar mondden wel uit in iets zeer concreets: een EU Action Plan on Sustainable Finance.Dat Europese actieplan moet kapitaalstromen mobiliseren en heroriënteren, om de Green Deal mogelijk te maken. Daarvoor zijn tien actiepunten opgesteld. Met stip op één staat de zogenoemde taxonomie, een classificatiesysteem om uit te maken wat duurzaam is en wat niet. Dat lijkt een vanzelfsprekend beginpunt, want hoe kun je groene investeringen doen, als je niet weet wat die zijn? Wie echter over de praktische invulling gaat nadenken, komt al snel in een politiek mijnenveld terecht, dat doet denken aan het opstellen van een lijst met zware beroepen. Voorts vinden we in de erg ambitieuze todolijst onder meer nog een standaard voor groene obligaties, de integratie van duurzaamheidscriteria in financieel advies, ratings en research, verplichtingen voor vermogensbeheerders, de integratie van duurzaamheid in rapportering, een duurzaamheidslabel voor beleggingen, nieuwe benchmarks en de strijd tegen het kortetermijndenken. Het mag duidelijk zijn dat heel wat punten van het Europese actieplan een grote impact hebben op u en uw portefeuille. Ook het bedrijfsleven en de financiële sector worden mee in het bad getrokken. Duurzaamheid zal niet zijn wat je kiest omdat je het belangrijk vindt, of omdat je hoopt dat het wat extra rendement oplevert, maar omdat het financiële systeem zo werkt. Toch als het aan Europa ligt. Het volledige actieplan is een meerjarenproject, dat volop bezig is. Dat betekent dat belangengroepen de uitwerking ervan nog proberen bij te sturen, te versnellen of te vertragen. De financiële sector vraagt meer aanpassingstijd, terwijl de klimaatgroepen vinden dat de ambities niet ver genoeg gaan. Maar zelfs de scherpste criticus van de EU geeft toe dat Europa ontzettend haast maakt. De eerste actiepunten zijn al ingevoerd of staan op het punt regel te worden. En zoals u weet, is een goed geïnformeerde belegger er twee waard. U weet dus beter maar wat op u afkomt. Hieronder bespreken we de voornaamste punten van deze agenda en wat ze voor u betekenen. De voornaamste bouwsteen van het Europese actieplan is de taxonomie, een lijst van economische activiteiten in verschillende sectoren, die bijdragen aan het behalen van de milieudoelstellingen of er op zijn minst geen afbreuk aan doen. Die lijst is al gepubliceerd en treedt in werking vanaf 2022. Het gaat dus niet om bedrijven of sectoren, wel om activiteiten. Dat maakt dat de taxonomie een uiterst technische aangelegenheid is. Een concreet voorbeeld is de productie van staal: die kan als duurzaam worden beschouwt als ze onder een bepaalde uitstootdrempel blijft. Het belang van die taxonomie is niet te overschatten. Ze is het fundament waarop de rest van het duurzame geldhuis gebouwd moet worden. Zo zal elk bedrijf moeten aangeven hoeveel procent van zijn activiteit in lijn is met de taxonomie. En van elk beleggingsfonds of financieel product zal zo duidelijk zijn hoe duurzaam het is. Volgens Sébastien Mortier van FairFin, een ngo die ijvert voor een duurzamer financieel systeem, zal de taxonomie helpen tegen greenwashing. "Nu is het al verboden misleidende informatie te verspreiden, maar het is weinig duidelijk wat misleidend is als het aankomt op duurzaamheid. Er zijn niet echt regels. Met de taxonomie komen die er wel." Ook belangrijk voor een belegger is de Sustainable Finance Disclosure Regulation, een wettelijk kader rond transparantie en standaardisatie. Mortier: "Bedrijven zijn nu enkel verplicht financieel te rapporteren volgens boekhoudstandaarden, zoals IFRS. Europa legt nu ook transparantiestandaarden vast voor duurzaamheid. Dat betekent dat iedereen verplicht verder moet kijken dat louter zijn financiële prestaties." In eerste instantie zullen bedrijven met meer dan 500 werknemers moeten rapporteren over ESG-aspecten (milieu, sociaal beleid en goed bestuur). "Wie nu al zo'n rapport maakt, legt natuurlijk de nadruk op zijn positieve impact. Ook banken doen dat over hun financiële producten. De negatieve impact wordt niet of veel minder belicht. Door die standaardisatie zal dat niet meer kunnen", meent Mortier. Ook financiële spelers, zoals fondsenhuizen, zullen verplicht worden veel informatie te delen. Tom Van den Berghe, senior counsel Sustainable Finance bij Febelfin, spreekt van een ingrijpende hervorming. "Een vermogensbeheerder moet ten eerste inschatten wat de mogelijk impact is van duurzaamheidsrisico's, zoals de klimaatverandering, op het rendement, en wat de duurzaamheidsrisico's zijn van de bedrijven in zijn portefeuille. Ten tweede moet een vermogensbeheerder ook openbaar maken hoe hij rekening houdt met de negatieve impact van zijn beleggingen op bijvoorbeeld het klimaat, en welke rol die afweging speelt in beslissingen." Nog belangrijk aan de Europese agenda is een herziening van MiFid II. Dat zijn de regels die Europa in de nasleep van de financiële crisis heeft opgesteld om de belegger beter te beschermen. Het meest concrete gevolg voor een belegger was dat hij zich voortaan een beleggersprofiel moest aanmeten, dat mee bepaalt welke beleggingsproducten voor hem geschikt zijn. Dat profiel is gebouwd op drie klassieke elementen: het risicoprofiel, de kennis van de belegger over financiële producten en zijn vermogen. "Daar komt een vierde element bij: de duurzaamheidsverwachting van de klant", legt Van den Berghe uit. "Dat zal invloed hebben op het type producten dat de belegger aangeboden kan krijgen, en het zal een boost betekenen voor duurzame producten." Europa werkt ook aan een Ecolabel voor beleggingsproducten. Over dat label is nog weinig bekend, behalve dat het wellicht vooral gericht zal zijn op bedrijven die bijdragen tot klimaatoplossingen. Het zal daarmee eerder een niche zijn dan het bredere Towards Sustainbility-label dat we nu al kennen in ons land. "Net als de taxonomie zal het label focussen op milieu en klimaat", weet Mortier. "Dat zijn de meest dringende issues. Bovendien zijn ze gemakkelijk te kwantificeren. Sociaal beleid en goed bestuur zijn minder makkelijk in regels en cijfers te gieten." Tot slot kwam Europa ook al met eigen klimaatbenchmarks en regels waaraan alle benchmarks moeten voldoen. Die zijn ontzettend belangrijk voor een belegger, omdat die benchmarks dienen als een graadmeter, om de prestaties van beleggingen te vergelijken of ze te kopiëren in passieve fondsen.