Als 2016 het jaar was van de schokkende overwinningen voor het populisme, dan was 2017 een verrassend rustig vervolg. De commentatoren (onder wie deze) maakten zich zorgen om de liberale wereldorde. Gematigde politici beloofden een herstart van de globalisering die rekening hield met de woede van aan hun lot overgelaten kiezers. Maar in de praktijk veranderde er opmerkelijk weinig.
...

Als 2016 het jaar was van de schokkende overwinningen voor het populisme, dan was 2017 een verrassend rustig vervolg. De commentatoren (onder wie deze) maakten zich zorgen om de liberale wereldorde. Gematigde politici beloofden een herstart van de globalisering die rekening hield met de woede van aan hun lot overgelaten kiezers. Maar in de praktijk veranderde er opmerkelijk weinig. De wereldeconomie versnelde tot haar snelste tempo sinds het decenniumbegin. Aandelenmarkten bereikten recordhoogtes en de maatregelen om risico's te beheersen bleven ongewoon beperkt.In de twee landen waar de populisten de gevestigde orde het krachtigste hadden opgeschud, waren de onmiddellijke politieke gevolgen zowel bescheiden als opvallend in hun hang naar het verleden. De keuze voor een brexit werd gevolgd door verkiezingen die de Conservatieven verzwakten, terwijl de Labour-oppositie winst boekte met een programma van nationalisatie, vakbondsmacht en hogere belastingen zoals in de jaren zeventig.In Amerika schoot Donald Trump lukraak op de globalisering. Hij zegde een trans-Pacifisch handelsakkoord op en beloofde dat Amerika zich zou terugtrekken uit het Klimaatverdrag van Parijs. Maar zijn economische focus lag op deregulering en belastingverlaging, het standaardrecept van de Republikeinen sinds de jaren tachtig.Zelfs Emmanuel Macron, die de macht greep in Frankrijk met de belofte van een nieuw soort sociaal contract, begon met hervormingen op de arbeidsmarkt die de meeste Europese landen al jaren geleden hadden doorgevoerd. Als populisme voor een nieuwe versie van het kapitalisme zorgt, is dat tot nu toe een bescheiden herijking.Waarschijnlijk blijft het niet zo. Nu laten de sterke prestaties van opstandige partijen in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië zien dat de populistische golf nauwelijks weggeëbd is. Belangrijk nog is dat de geschiedenis leert dat de onrust nog maar net begonnen is. Denk aan de tijd rond 1900, ook een tijdperk van snelle globalisering en technologische verandering. Het internet der dingen en artificiële intelligentie herscheppen economieën even sterk als elektriciteit en spoorwegen dat toen deden. De schaal van waardecreatie en de mate van ongelijkheid zijn vergelijkbaar.Ook toen leidde de woede van wie aan zijn lot werd overgelaten, tot een snel om zich heen grijpend populisme in de vorm van vijandigheid tegen zowel immigranten als de elite. Na jaren kon het Amerikaanse progressivisme de eisen van het volk vertalen in een radicale herziening van de balans tussen staat en markt, met de invoering van progressieve belastingen, een grotere sociale bescherming en een antitrustwetgeving. In 2018 zullen zulke gebeurtenissen ons griezelig bekend voorkomen, als drie afzonderlijke krachten de balans tussen staat en markt doen verschuiven. De eerste is de 'techlash'. Over de hele rijke wereld zullen politici zich tegen de technologiereuzen keren. Ze zullen Facebook, Google en Amazon bestoken met boetes, regelgeving en een strengere interpretatie van het mededingingsrecht.Het wordt de 21ste-eeuwse variant van het antitrusttijdperk, waarin de technologiereuzen worden afgeschilderd als kwaadwillige quasimonopolisten die de democratie verzwakken, de concurrentie uitschakelen en banen vernietigen.De Europese Unie zal de toon zetten. Ze heeft Amazon en Facebook al aangepakt wegens belastingontwijking en Google wegens oneerlijke concurrentie. Een verreikende nieuwe wet op de privacy, met de onelegante naam General Data Protection Regulation (GDPR), zal de zeggenschap over persoonlijke gegevens resoluut overbrengen van de technologiebedrijven naar het individu. Ze zal de gebruiksmogelijkheden van gegevens beperken voor bedrijven en hoge boetes stellen op overtreding. Daardoor zullen zakenpraktijken en zelfs zakelijke modellen veranderen. Maar in Amerika is de spectaculairste techlash te verwachten na jaren waarin Silicon Valley synoniem was met genialiteit en vooruitgang. Verbijsterd door de Russische bemoeienis in de verkiezingen van 2016 zal het Congres overwegen om van Facebook en andere bedrijven te eisen dat ze onthullen wie politieke reclame aankoopt.En daar zal het niet bij blijven. Er zal een algemenere eis voor transparantie komen over de herkomst en correctheid van online-inhoud. Dat zal het commerciële model van deze bedrijven in het hart raken. Hun overnames zullen strenger onder de loep genomen worden om te vermijden dat ze mogelijke concurrenten uitschakelen door ze op te kopen. Zowel Republikeinen als Democraten zullen oproepen tot een grondige revisie van de antitrustregels zelf. Sommigen zullen zelfs vragen om een opsplitsing van de technologiereuzen. De tweede stuwende kracht achter de verandering wordt Emmanuel Macron, die een moderne versie zal blijken te zijn van Teddy Roosevelt, de Amerikaanse president die aan de basis lag van het Amerikaanse progressivisme.Er zijn grote overeenkomsten tussen de twee. Ze verpakken een hervormingsprogramma in de retoriek van nationale vernieuwing en grootheid. Net als Roosevelt streeft Macron naar een nieuw soort sociaal contract dat concurrentie en ondernemerschap stimuleert, maar tegelijk diegenen beschermt die uit de boot vallen. Hoe groot de ambities van de Franse president zijn, zal duidelijker worden in 2018 wanneer zijn plannen worden uitgewerkt. Die gaan van een pensioenhervorming waarbij hij de 35 systemen wil vervangen door één enkel pensioen dat jobmobiliteit aanmoedigt, tot arbeidersopleidingen waarmee hij beurzen aan individuen wil toekennen, en het onderwijs waar hij meer ruimte voor experimenten en minder starheid wil. Hij wil daarmee mensen de instrumenten aanreiken die ze nodig hebben voor de 21ste eeuw. Als hij slaagt, en dat is nog heel erg de vraag, kan het macronisme een synoniem worden voor een modern soort progressivisme. De derde factor wordt de veranderende houding tegenover China. Net zoals angst voor het opkomende Duitsland de Europese politiek aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw bepaalde, vormen zorgen over de groeiende invloed van China de achtergrond voor de huidige politiek.In China zal de balans tussen staat en bedrijfswereld scheef blijven. Zowel privé- als staatsbedrijven zullen onder controle blijven van de Communistische Partij. Zelfs nu zijn machtspositie na het vijfjaarlijkse congres verstevigd is, zal Xi Jinping niet opeens veranderen in een doortastende economische hervormer. Van Australië tot Europa zullen de regels op buitenlandse investeringen aangescherpt worden om Chinese overnames te voorkomen. Macron zal de pleitbezorger worden voor investeringsregels die de Europese belangen beschermen. Amerika zal invoerrechten opleggen aan Chinees staal en zal sancties uitvoeren voor diefstal van intellectueel eigendom. De waarden van de Wereldhandelsorganisatie zullen worden afgezwakt. Protectionisme in een poging om China te beteugelen zal door de vingers gezien worden. Die drie evoluties wijzen op een verschuiving in de balans tussen de staat en de markt in het Westen. Waar dat zal eindigen, is onduidelijk.In het ergste geval wordt het een terugkeer naar een meer gereguleerd, defensief en protectionistisch soort kapitalisme. Maar met wat geluk wordt de nieuwe balans een algemenere aanvaarding van concurrentie als de beste manier om de macht van gevestigde elites tegemoet te treden, en een vindingrijke heroverweging van de rol van de staat bij de bescherming van het individu. Dan wordt het een tijdperk van progressivisme om trots op te zijn.