Grote krantenkoppen heeft het niet gehaald, maar als symbool kan het tellen: een groep Duitse en Franse economen schreven samen een werkstuk over de euro. De eensgezindheid die Duitsland en Frankrijk de voorbije twintig jaar nooit aan de dag hebben gelegd, brengen de economen in amper twintig pagina's tot stand (zie kader onderaanZo overleeft de euro de volgende crisis).
...

Grote krantenkoppen heeft het niet gehaald, maar als symbool kan het tellen: een groep Duitse en Franse economen schreven samen een werkstuk over de euro. De eensgezindheid die Duitsland en Frankrijk de voorbije twintig jaar nooit aan de dag hebben gelegd, brengen de economen in amper twintig pagina's tot stand (zie kader onderaanZo overleeft de euro de volgende crisis). De economen pakken het slim aan. Ze kiezen geen partij in het dispuut tussen hun beide landen. Voor Duitsland en zijn medestanders is de muntunie een kwestie van discipline: respecteer de begrotingsregels en houd de banken gezond, dan gebeuren er geen ongelukken. Voor Frankrijk en de zijnen staat solidariteit voorop. Als dieprode begrotingen of failliete banken de muntunie bedreigen, moeten geldpotten klaarstaan om de nood te lenigen. Je hoeft helemaal niet te kiezen tussen discipline en solidariteit, argumenteert de veertienkoppige groep economen, want beide principes vullen elkaar aan. Discipline heeft een dosis solidariteit nodig om te vermijden dat een probleemland nog dieper in het moeras zakt. Dwing je een land bijvoorbeeld tot een schuldherschikking, help het dan de gevolgen daarvan - zoals kapitaalvlucht en kelderende investeringen - te doorstaan. Zo voorkom je erger. " Just hardening the rules is not enough", schrijven de economen. Het klinkt mooi. Te mooi? Hans Geeroms, hoogleraar Europees beleid aan de KU Leuven en het Europacollege, glimlacht. Hij kent heel wat van de veertien economen persoonlijk. "Clemens Fuest, een lid van de raad van vijf economische wijzen in Duitsland, geldt in eigen land als links, maar hij staat in onze ogen voor een rechts economisch beleid. Agnès Bénassy-Quéré, hoogleraar economie in Parijs, is dan weer links in onze ogen, maar rechts voor de Fransen. De Duitsers in de groep zitten aan de linkerkant van rechts, de Fransen aan de rechterkant van links. Precies daarom kunnen ze de brug slaan tussen de Duitse en de Franse gevoeligheden." HANS GEEROMS. "Tussen die twee regeringen groeit al een consensus, achter de schermen. Duitsland schuift op naar links, naar meer solidariteit, nu de orthodoxe Wolfgang Schäuble niet langer minister van Financiën is. En Frankrijk schuift op naar rechts, naar meer discipline, door het verdwijnen van de socialisten. In juli acht ik al een akkoord mogelijk over Europees geld voor een Europese depositogarantie voor spaarders. Duitsland en Frankrijk willen ook de Europese kapitaalmarkt verder uitbouwen, de magische formule om risico's tegelijk te verminderen en te delen. Want de beurs neemt risico's over van de bank - die weleens dreigt om te vallen - en spreidt die over aandeelhouders uit alle eurolanden. In het onderhandelingspakket zit ook een Europees Monetair Fonds, waaruit crisislanden geld kunnen putten, op voorwaarde dat ze hun schuld herstructureren." GEEROMS. "Als econoom geef ik u gelijk. Bestond de muntunie alleen uit competitieve landen zoals Duitsland, Nederland en de Baltische staten, dan was er geen behoefte geweest aan solidariteitsmechanismen, zoals een gemeenschappelijk budget. Maar realiteit van de eurozone is nu eenmaal compleet anders. Noord en zuid moeten samen vooruitgaan, politiek is er geen andere keuze. Frankrijk en Italië zullen pas te vinden zijn voor meer discipline - wat van hen pijnlijke maatregelen vergt - als Noord-Europa stappen naar meer solidariteit zet. Vanaf het begin was de euro een politiek project. Er traden landen toe die helemaal niet klaar waren en die zich nooit hebben aangepast. Maar voor die discussie is het nu te laat. Als je in het water springt, moet je zwemmen. Anders zink je." GEEROMS. "Wacht. Ierland heeft 87 miljard euro gekregen. Zonder die Europese solidariteit was dat land failliet gegaan. En de Spaanse banken kregen een Europese kredietlijn van 100 miljard euro ter beschikking, zodat ze niet kapot gespeculeerd zijn. In een muntunie gaan discipline en solidariteit hand in hand. Het kan niet anders." GEEROMS. "Zo drijf je het wel erg op de spits. Waarom zouden alle lidstaten niet samenleggen in een Europees Monetair Fonds voor zeer uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld om tijdelijke financieringsproblemen van overheden en hun banken te overbruggen? Dat zal vertrouwen creëren op de financiële markten. Misschien heb je dat geld zelfs nooit nodig. De grote discussie draait rond een gezamenlijk budget voor de eurozone. 'Niet nodig, ' zeggen de tegenstanders, 'zolang de eurolanden hun begroting op termijn in evenwicht houden.' Maar een land met een gezonde begroting kan worden getroffen door zware pech, een natuurramp bijvoorbeeld. Dan baat geen begrotingsdiscipline, dan heb je hulp uit een eurozonebudget nodig. Ook in dat dossier is er toenadering tussen Duitsland en Frankrijk. Ze zullen het pas later op onderhandelingstafel leggen, beginnend met een symbolisch bedrag, om het dan stilletjes te laten groeien." GEEROMS. "Loonmatiging heeft Duitsland zo competitief gemaakt dat het land een overschot van 8 procent heeft op zijn lopende rekening - het grootste surplus in de geschiedenis, op dat van China tien jaar geleden na. China kreeg toen alle banbliksems van de wereld over zich, omdat het protectionistisch zou zijn. De Duitsers daarentegen weigeren het probleem te zien. En ze krijgen nog gelijk ook, volgens recente studies. Als Duitsland meer zou uitgeven en investeren, zou dat niet zozeer ten goede komen aan de andere eurolanden, maar aan de nieuwe EU-lidstaten en de Verenigde Staten. Blijkbaar ligt het aan de structuur van de Duitse economie." GEEROMS. "Dat is de logica zelf. Waarom werkt het monetair beleid goed in Europa? Omdat het in handen is van een onafhankelijke instelling, de Europese Centrale Bank (ECB). In de jaren zestig en zeventig was het monetair beleid in handen van ministers, en wat kregen we? Inflatie en stagflatie. Niets dan miserie dus. Het begrotingstoezicht is in hetzelfde bedje ziek: het is in handen van de gepolitiseerde Europese Commissie, die er niet in slaagt boetes op te leggen. Er bestaat een orgaan dat zich moet uitspreken over de begroting van de lidstaten, de European Fiscal Board (EFB). Maar die zit in de zak van Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie. Juncker stak de EFB in een kantoor naast het zijne in het commissiegebouw. De voorzitter van de EFB is een professor van tachtig jaar oud (grijnst). Haal het begrotingstoezicht daar weg en geef het aan echt onafhankelijke technocraten." GEEROMS. "En politici maken altijd tekorten, nooit surplussen. Daar is een uitstekende remedie voor: de discipline van de markt. Stijgt de overheidsschuld boven een bepaald niveau, dan moet de lidstaat dat financieren met zogenoemde junior bonds. Dat zijn overheidsobligaties die niet bruikbaar zijn als onderpand bij de ECB, en daarom onaantrekkelijk zijn voor de banken. De lidstaat zal zijn junior bonds dus kwijt moeten bij de hefboomfondsen in Londen. Maar die zullen boter bij de vis eisen, in de vorm van een hoge rente. Dat weinig benijdenswaardige vooruitzicht zal de lidstaten voorzichtig doen omspringen met hun schuldgroei. Het idee is zo goed dat ik me afvraag waarom het al niet lang geleden is ingevoerd. Dat is echt slechte wil van de politiek." GEEROMS. "Daar zit je op een muur, ja. Een goed werkende muntunie vereist afstand van soevereiniteit, maar landen als Nederland en andere kleine noordelijke lidstaten willen veeleer het omgekeerde: de terugkeer van bevoegdheden naar de lidstaten." GEEROMS. "Wat is het alternatief? Zo'n teruggang zou de euro opblazen, want de euro is het werkelijke cement van de Europese Unie. Hadden we het allemaal geweten, dan zouden we de muntunie nooit hebben ingevoerd, of toch niet in die vorm. Griekenland had nooit mogen toetreden. Maar dat is allemaal praat voor de vaak. De euro is een eenrichtingsstraat, je moet erdoor. Als je omkeert, krijg je grote ongelukken." GEEROMS. "De concurrentiekracht van Griekenland blijft gewoon te zwak tegenover de rest van de eurozone. Je moet de productiviteit van dat land opdrijven, maar dat is moeilijk en het duurt lang. We hebben de Grieken gedwongen honderden hervormingen aan te nemen, maar de Griekse instellingen zijn te zwak om ze uit te voeren. Het hulpprogramma voor Griekenland werkt eigenlijk niet. De economie is met een derde gekrompen en is er veel sociale miserie." GEEROMS. "Het grote probleem zit bij de Italiaanse banken. De opkuis van de berg slechte kredieten betekent een politiek pijnlijke keuze: ofwel dwing je de Italiaanse kmo's hun leningen terug te betalen, ofwel gaan de banken failliet. In dat laatste geval moet de Italiaanse overheid bijspringen, maar die zit al met een torenhoge schuld en kan dus nog meer problemen krijgen. Dat kan op zijn beurt de Italiaanse banken doen kapseizen, want zij hebben heel veel Italiaanse overheidsobligaties op hun balans. Het is een gevaarlijke vicieuze cirkel." GEEROMS. "Ik wilde dat ik oogkleppen ophad. Dan hoefde ik dat probleem niet te zien. Je kunt Italië niet redden. Daarvoor is gewoon geen geld genoeg. De Griekse overheidsschuld was net klein genoeg om uit te kopen. De Italiaanse overheidsschuld is daarvoor drie tot vier keer te groot. Als Italië over de kop gaat, is het gedaan met de euro. Daar kun je niet aan denken."