De voorbije weken is Hongkong opgeschrikt door luid straatprotest tegen de regering, en het einde is niet meteen in zicht. Oorspronkelijk richtte het protest zich tegen een wetsvoorstel dat het mogelijk zou maken verdachten uit Hongkong uit te leveren aan China. Vandaag gaat het om een volksopstand die zich tegen de plaatselijke regering in het algemeen richt, en volgens bepaalde betogers ook tegen de Chinese heerschappij zelf.
...

De voorbije weken is Hongkong opgeschrikt door luid straatprotest tegen de regering, en het einde is niet meteen in zicht. Oorspronkelijk richtte het protest zich tegen een wetsvoorstel dat het mogelijk zou maken verdachten uit Hongkong uit te leveren aan China. Vandaag gaat het om een volksopstand die zich tegen de plaatselijke regering in het algemeen richt, en volgens bepaalde betogers ook tegen de Chinese heerschappij zelf. De reactie van China en de internationale gemeenschap, met name de Verenigde Staten, zal de toekomst van het financiële hart van Azië bepalen. Het is nu al duidelijk dat Hongkong niet zomaar kan terugkeren naar de situatie van vroeger. Lang leefde het idee dat Hongkong een puur economische stad kon zijn, een plaats waar de politiek niet meer dan een bijrol speelt. Het idee stamt uit de koloniale tijd en China bleef het na de Britse overdracht van het grondgebied in 1997 gretig herhalen. Vandaag is dat concept mogelijk compleet weggeblazen. De politiek maakt nu onlosmakelijk deel uit van het dagelijkse leven. Volgens de Chinese overheid en de media van de Communistische Partij zit de 'zwarte hand' van het Westen achter de betogingen. De retoriek van China is merkelijk geëscaleerd. Het garnizoen van het Chinese Volksbevrijdingsleger dat in Hongkong gestationeerd is, houdt zich gewoonlijk op de achtergrond. Eind juli noemde de bevelhebber, Chen Daoxiang, de onlusten echter "absoluut ontoelaatbaar". Met die woorden liet hij verstaan dat het Volksbevrijdingsleger niet zal aarzelen in te grijpen en de orde te herstellen als de Chinese president Xi Jinping dat opdraagt. Die evolutie heeft geleid tot speculatie dat de Chinese overheid misschien een interventie voorbereidt. Nochtans had China het grondgebied "een hoge mate van onafhankelijkheid" beloofd, als onderdeel van de formule 'één land, twee systemen'. Op 5 augustus gaf Carrie Lam, de chief executive van Hongkong, na twee weken publieke onzichtbaarheid weer een persconferentie. Daarin stelde ze met bevende stem dat het financiële centrum van Azië "op de rand van een bijzonder gevaarlijke situatie" balanceert. Een dag later volgde een persconferentie die nog minder vaak voorkomt, van een woordvoerder van het ministerie voor Hongkong en Macau in Peking. Die benadrukte dat China het vertrouwen behoudt in mevrouw Lam, maar hij waarschuwde ook dat de betogingen in Hongkong de regio in een "gevaarlijke afgrond" dreigen te duwen. China is niet langer even rechtstreeks afhankelijk van Hongkong voor zijn economische welzijn als vroeger. In het verleden waren de activiteit van buitenlandse bedrijven vanuit het grondgebied, de managementervaring en de toegang tot de internationale markten via zijn haven van cruciaal belang. In 1997, op het moment dat Hongkong overgedragen werd, was zijn economie bijna een vijfde van de Chinese waard. Vandaag is dat gezakt tot 3 procent, en de haven is niet meer belangrijk om goederen van China te verschepen. De Hongkongse economie is de voorbije twee decennia nauwelijks veranderd. Handel & logistiek en financiën zijn de pijlers (respectievelijk 22% en 19% van de economie). Vastgoedontwikkeling, havenexploitatie, nutsvoorzieningen en supermarkten zijn in Hongkong stevig in handen van nog altijd dezelfde familiale conglomeraten. Intussen is Shenzhen, aan de andere kant van de grens, getransformeerd tot een centrum voor nieuwe technologische reuzen zoals Huawei, Tencent en ZTE. Toch blijft Hongkong belangrijker voor China dan het op het eerste gezicht lijkt. De paradox is dat China commercieel meer behoefte heeft aan Hongkong naarmate het zich autocratischer opstelt. Als China de voorbije jaren zijn financiële en juridische systeem hervormd had, dan was Hongkong nu niet relevant meer voor zijn handel met het buitenland. Maar het tegenovergestelde is gebeurd: China is snel gegroeid en geglobaliseerd, maar het land heeft zichzelf niet geopend. Het gevolg is dat de Hongkongse economie onevenredig nuttig is voor China. De regio heeft in de internationale wet- en regelgeving een status die haar naadloos toegang verleent tot de westerse markten. Die positie heeft veel facetten. Hongkong heeft bijvoorbeeld een hogere kredietwaardigheid, is minder blootgesteld aan het bank- en tegenpartijrisico, kan gemakkelijker dollars vrijmaken, is een onafhankelijk lid van de Wereldhandelsorganisatie, enzovoort. De grensoverschrijdende kredietverlening door de banken is in Hongkong het voorbije decennium zowat verdubbeld. In de meeste gevallen ging het om Chinese ondernemingen die dollars leenden met de regio als tussenstation. De aandelenbeurs van Hongkong is de op drie na grootste ter wereld, na Tokio maar voor Londen. Ongeveer 70 procent van het kapitaal dat er opgehaald wordt, is bestemd voor Chinese bedrijven, maar de mix is opvallend verschoven van staatsondernemingen naar techbedrijven zoals Tencent, Meituan en Xiaomi. Die firma's laten een beursnotering in China bewust links liggen omdat de markten er nog niet matuur zijn en te weinig toegankelijk voor westerse investeerders. Alibaba, een conglomeraat dat zich met e-commerce bezighoudt, werkt ook aan een beursnotering in Hongkong. De meeste directe buitenlandse investeringen vanuit China vloeien door Hongkong. Het aandeel van Hongkong in de directe buitenlandse investeringen die naar China stromen is vrij constant gebleven op 60 procent. Hoewel de hoeveelheid internationaal geld dat China binnen- en buitenkomt, een hoge vlucht heeft genomen, geven de meeste ondernemingen nog altijd de voorkeur aan de juridische stempel van Hongkong. Intussen is het aantal multinationals dat zijn regionale hoofdkwartier in Hongkong gevestigd heeft, sinds 1997 gestegen met twee derde, tot ongeveer 1500. Het betekent allemaal dat de manier waarop de onrust in Hongkong opgelost geraakt, niet alleen van belang is voor zijn eigen burgers. Verschillende multinationals vragen zich al af of ze hun regionale thuisbasis niet beter naar Singapore kunnen verhuizen. Een duidelijke zwakke plek van Hongkong is dat grote Amerikaanse techbedrijven zoals Google, Amazon en Facebook al in Singapore zitten. China zal niet lichtzinnig tot actie overgaan in Hongkong. Het land weet wat economisch op het spel staat en in welke mate zijn grootste ondernemingen afhankelijk zijn van de regio. Om nog te zwijgen over de schade die de Chinese reputatie kan oplopen. Toch vreest de partijtop dat de situatie kan escaleren tot een bedreiging voor de Communistische Partij zelf, en hij denkt dat Amerika daar misbruik van probeert te maken. Als Peking met geweld tussenbeide zou komen, zou dat volgens een hoge ambtenaar "een tragedie voor Hongkong, slecht voor China en de zoveelste stap weg van de vrije wereld en terug naar de duisternis van de Mao-jaren" zijn. De functionaris vergelijkt de toestand in Hongkong op bepaalde vlakken met "West-Berlijn tijdens de Koude Oorlog" en voegt eraan toe: "Het concept van 'Eén land, twee systemen' dreigt een voortijdige dood te sterven." China weet dat Amerika over een geducht wapen beschikt in de vorm van de Hong Kong Policy Act van 1992. Dat verdrag erkent Hongkong als een juridische en economische entiteit die losstaat van China en over alle rechten van een open economie beschikt. Als China zijn troepen inzet, riskeert het dat de Amerikaanse regering oordeelt dat het verdrag geschonden wordt. Intussen werkt het Amerikaanse Congres onder leiding van senator Marco Rubio aan wetgeving om onder meer het systeem voor de controle op de Hongkongse export te testen. Dat moet duidelijk maken of Chinese ondernemingen geen regels omzeilen, en ervoor zorgen dat de regering geen demonstranten straft als ze een Amerikaans visum aanvragen. Als China zijn leger zou inzetten, dan zou dat ook niet noodzakelijk met tanks en vlammende machinegeweren gebeuren. De ingreep zou een procedure volgen die uitgestippeld is in de postkoloniale grondwet van Hongkong (de 'Basiswet') en in een stukje Chinese wetgeving dat de 'Garnizoenwet' heet. Die wetten bieden Hongkong de mogelijkheid aan de centrale Chinese overheid de hulp van het Volksbevrijdingsleger te vragen om de openbare orde te bewaren. In theorie kan het ook betekenen dat het leger enkel discreet een paar eenheden inzet om de Hongkongse politie te ondersteunen. De kans is bijzonder klein dat het gepaard zou gaan met het soort willekeurig geweld dat we in 1989 op het Tienanmenplein zagen. Misschien denkt de regering van Carrie Lam dat de protesten vanzelf zullen afzwakken, net als de steun van het volk. Sommige ouders met kinderen op school of aan de universiteit geven hun niet langer zakgeld in de hoop dat ze platzak en uitgehongerd de weg terug naar huis zullen vinden. Veel ouders kijken uit naar de start van het nieuwe academiejaar begin september omdat ze hopen dat de jonge demonstranten de draad van hun studies weer zullen oppikken. Alleen komt de kritiek op de overheid niet enkel van de studenten. Zelfs groeperingen die in het verleden vol achter de regering stonden, beginnen hun mening te herzien. Veel ondernemingen hebben hun werknemers laten weten dat ze niet gestraft zullen worden als ze zich aansluiten bij de algemene staking. De Kamer van Koophandel van Hongkong, de grootste bedrijfsorganisatie, heeft het recente geweld weliswaar uitdrukkelijk veroordeeld en bestempeld als een bedreiging voor de positie van Hongkong als financieel centrum. Maar de vereniging is het ook eens met de demonstranten die een onafhankelijk onderzoek willen als een noodzakelijke stap om de rust te herstellen. Naar de maatstaven van de Hongkongse zakenwereld is dat een gedurfde zet. Veel Hongkongse ondernemingen hadden bedenkingen bij het wetsvoorstel over de uitlevering van verdachten, dat de risico's van zakendoen met China zou vergroten. Het standpunt geeft blijk van een zekere sympathie met de ontevreden jongeren, die zich zorgen maken over de snelle integratie van de Hongkongse economie met die van China. Voorstanders van die visie stellen dat de politiek nu de taak heeft om het economische speelveld in het voordeel van de jeugd te laten kantelen, met meer sociale woningen bijvoorbeeld. Voorlopig dreigt Peking niet direct met een interventie. Maar Xi Jinping wil wel met een stevigere hand en een strengere boodschap de orde herstellen in Hongkong, en daar heeft hij een dringende reden voor. Op 1 oktober viert heel China dat de Communistische Partij zeventig jaar geleden de macht nam, en hij zal de feestelijkheden leiden. Het is de verjaardag van de geboorte van het 'nieuwe' China. Om die verjaardag smetteloos te laten verlopen, drijft de overheid overal in China de veiligheidsmaatregelen op en smoort ze kritische stemmen kordater dan ooit. China heeft echter al eerder geprobeerd met harde hand onlusten in Hongkong de kop in te drukken. Die aanpak had wel een onmiddellijk effect, maar op lange termijn schoot hij tekort. In 2014 maakte de overheid een einde aan de protesten voor meer democratie. Ze legde bovendien de representatieve politiek nog meer aan banden. Die reactie resulteerde enkel in een volgende generatie proteststemmen die nog radicaler is. De sterker wordende band met China van de Hongkongse politiek maakt ook alleen maar cynisme en een gevoel van machteloosheid los bij de gewone burgers. Vroeger was het Central Liaison Office, het kantoor dat verantwoordelijk is voor de banden met China, zo goed als onzichtbaar. Vandaag is het eigenaar van de grootste uitgever van Hongkong, verstrekt het leningen aan vaderlandslievende ondernemingen, zorgt het ervoor dat de Chinese keuze de positie van chief executive bekleedt, en steunt het bij verkiezingen voor de wetgevende macht en de districtsraden de kandidaten die de voorkeur genieten van de Communistische Partij. Er bestaat wel degelijk een hoopvol scenario voor Hongkong. Als de rust terugkeert op straat, meent een adviseur van Carrie Lam, is het mogelijk dat de overheid opnieuw een pakket politieke hervormingen zal aanbieden die ze vijf jaar geleden al eens presenteerde. Een van die hervormingen zou inhouden dat de chief executive voortaan aangesteld wordt in vrije verkiezingen. In 2015 verwierpen democratische leden van de wetgevende macht dat pakket, onder meer omdat enkel kandidaten die de goedkeuring van de Partij genoten zich verkiesbaar mochten stellen. Volgens Anson Chan, een voormalige hoofdsecretaris die nu de democratische zaak steunt, is deze keer een deal mogelijk, op voorwaarde dat ze het eens kunnen worden over een termijn voor de vrije verkiezingen. Lam heeft er baat bij die optie te overwegen. Haar legitimiteitscrisis is tenslotte in de grond het gevolg van het feit dat Hongkong haar niet verkozen heeft. Al haar voorgangers zagen ook hun ambtstermijn uitdraaien op een mislukking. Bepaalde democraten dringen er dan ook bij de heetgebakerde demonstranten op aan hun tactieken te herzien. Door politiekantoren aan te vallen, speel je de autoriteiten enkel in de kaart, zeggen ze. Er tekent zich een slagveld af dat veel waardevoller is: de verkiezingen van november voor de districtsraden in het grondgebied. Gewoonlijk gaat het bij zulke verkiezingen om dagelijkse zaken, zoals de afvalophaling en de rijstroken voor bussen, maar in het huidige klimaat zullen ze een referendum zijn over politieke waarden. De advocaat en columnist Kevin Yam stelt dat de democraten beter de straten kunnnen ruimen en op de verkiezingspodia klimmen. Anders lopen ze het risico dat het establishment de campagne zal domineren en de verkiezingen zal winnen. Als het geweld aanhoudt, zullen de strijdende partijen de wegen naar een vredevolle oplossing blokkeren. In het beste geval zal dat scenario ertoe leiden dat het sociale weefsel in Hongkong uit elkaar wordt gescheurd en dat de economie aftakelt. In het slechtste geval zal Hongkong niet langer bestaan zoals het zich al zo lang heeft voorgesteld.