Het oogde veelbelovend toen China in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Door het aanvaarden van de regels voor de wereldwijde handel, zou het grote, communistische land zich integreren in de westerse markteconomie, was de hoop. De hoop leek werkelijkheid te worden. China groeide uit tot een immense exportmachine, 'de fabriek van de wereld.'
...

Het oogde veelbelovend toen China in 2001 toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Door het aanvaarden van de regels voor de wereldwijde handel, zou het grote, communistische land zich integreren in de westerse markteconomie, was de hoop. De hoop leek werkelijkheid te worden. China groeide uit tot een immense exportmachine, 'de fabriek van de wereld.' Vorig jaar nog stal Chinees president Xi Jinping de show in Davos door zich op te werpen als de verdediger van de globalisering en de vrijhandel. "Protectionisme is als zichzelf opsluiten in een donkere kamer", zei Xi Jinping. "De wind en de regen blijven buiten, maar ook het licht en de lucht."Maar ondanks de schijn doet China al jaren gewoon zijn zin. Chinese bedrijven krijgen goedkope kredieten en andere staatssteun om de wereldmarkt te veroveren, terwijl grote delen van zijn economie verboden terrein blijven voor westerse investeerders. Westerse bedrijven die toegang krijgen, moeten vaak hun technologie prijsgeven aan een Chinese partner. Niet bepaald een voorbeeld van gezonde economische relaties, toch datgene waar het bij de toetreding tot de WTO om te doen was.De westerse landen durven zich niet veel te roeren, uit angst een markt te verliezen van 1,4 miljard mensen. Want ondanks de beperkingen verdienen veel westerse bedrijven goed geld in China. Voor de autoconstructeurs Audi, BMW en Volkswagen bijvoorbeeld is het de grootste markt. Daarom staan westerse landen in de rij om handelsmissies naar China te sturen. Het houdt de lijn met de nieuwe wereldmacht open en levert de eigen bedrijven mooie contracten op. China ziet het uiteraard allemaal met de glimlach gebeuren.En opeens is daar Donald Trump, die eindelijk aan China openlijk durft te zeggen waar het op staat, en de daad bij het woord voegt. Helaas doet de Amerikaanse president dat op zijn typische, losgeslagen manier. Donderdag kondigde hij tarieven van 25 procent aan op een reeks Chinese invoerproducten, waarop China dan dreigt met tegensalvo's.Een handelsoorlog is goed voor spectaculaire quotes op tv en twitter, maar lost de grond van de zaak niet op. Het opblazen van het spel zal China niet doen bijdraaien, maar doet iedereen verliezen. Bij vrijhandel gebeurt net het omgekeerde. De gezamenlijke welvaart neemt toe. Specialisatie en ruil maken dat landen een levensstandaard bereiken die ze op hun eentje niet kunnen halen.Wat Trump moet doen, is geen handelsoorlog beginnen, maar de andere westerse landen rond zich verzamelen, en samen China voor zijn verantwoordelijkheid plaatsen. Sinds zijn WTO-lidmaatschap mochten we van China verwachten zich te gedragen als een faire partner. Het is tijd dat China zich écht inschakelt in de wereldeconomie. Maar om het land zover te krijgen, moet het Westen eerst zijn eigen verdeeldheid overwinnen. Daartoe heeft het een ware leider nodig, maar dat is van Trump allicht iets te veel gevraagd.