Maar zie, volgens een nieuwe rapport van de Hoge Raad van Financiën hoeft een Vlaams begrotingstekort niet direct een probleem te zijn. Als alle overheden - federaal, regionaal, lokaal - tegen 2018 maar een begroting in evenwicht boeken. Daardoor mag Vlaanderen dit jaar een tekort hebben van 760 miljoen euro. Wel moet de regering-Bourgeois een structurele besparing van 100 miljoen euro doorvoeren. Dat maakt van de Vlaamse begrotingscontrole een relatief gemakkelijke oefening.

Aan het Martelarenplein halen ze opgelucht adem, want onder andere de regeringspartijen CD&V en Open Vld waren koele minnaars geworden van dat begrotingsevenwicht. De conjuncturele verslechtering aan het einde van vorig jaar maakte dat zich een zware begrotingscontrole aandiende. Daar kwam nog bij dat de Europese Commissie strenger toeziet op pps-projecten die grote infrastructuurwerken buiten de begroting houden. Voortaan moet Vlaanderen die investeringsprojecten _ zoals Oosterweel _ in de begroting opnemen. Dat bezwaart niet alleen de overheidsfinanciën, het vermindert ook de budgettaire marge voor nieuwe investeringsprojecten. Het advies van de Hoge Raad van Financiën biedt nu wat ademruimte.

'Een begrotingsevenwicht zou een goed signaal zijn naar de federale en de Waalse overheid'

De vraag is of de Hoge Raad daarmee wel een positief signaal geeft. Eigenlijk zou Vlaanderen toch beter voor een begrotingsevenwicht gaan, ook al werd hier en daar geopperd dat Vlaanderen voor 2015 eenmalig een nominaal begrotingstekort kon boeken. Daarmee zou het begrotingssaldo niet in structurele termen verslechteren en zou het tekort louter het gevolg zijn van conjuncturele factoren. In 2016 zou de Vlaamse regering dan weer een nominaal begrotingsevenwicht kunnen boeken.

Toch moet een nominaal begrotingsevenwicht het streefdoel blijven. Het zou een goed signaal zijn naar de federale en Waalse overheid, die de sanering van hun overheidsfinanciën meer in de tijd spreiden. Bovendien heeft een kleine, open economie als de Vlaamse weinig te winnen bij een begrotingstekort. Vaak is de redenering dat meer uitgaven een slabakkende economie aanzwengelen. Welnu, wanneer meer uitgegeven wordt, versast veel van dat geld naar het buitenland. Bovendien krijgt de volgende generatie de dubbele rekening van tekorten en schulden gepresenteerd wanneer de rentevoeten opnieuw zullen stijgen.

Als Vlaanderen kiest voor meer uitgaven, dan mag het dat eigenlijk enkel doen om extra investeringen te financieren in infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling. Want hier kampt Vlaanderen inderdaad met een investeringsdeficit. Maar als compensatie voor die investeringsimpuls moet de regering-Bourgeois dan verder besparen op lopende uitgaven.

Maar zie, volgens een nieuwe rapport van de Hoge Raad van Financiën hoeft een Vlaams begrotingstekort niet direct een probleem te zijn. Als alle overheden - federaal, regionaal, lokaal - tegen 2018 maar een begroting in evenwicht boeken. Daardoor mag Vlaanderen dit jaar een tekort hebben van 760 miljoen euro. Wel moet de regering-Bourgeois een structurele besparing van 100 miljoen euro doorvoeren. Dat maakt van de Vlaamse begrotingscontrole een relatief gemakkelijke oefening.Aan het Martelarenplein halen ze opgelucht adem, want onder andere de regeringspartijen CD&V en Open Vld waren koele minnaars geworden van dat begrotingsevenwicht. De conjuncturele verslechtering aan het einde van vorig jaar maakte dat zich een zware begrotingscontrole aandiende. Daar kwam nog bij dat de Europese Commissie strenger toeziet op pps-projecten die grote infrastructuurwerken buiten de begroting houden. Voortaan moet Vlaanderen die investeringsprojecten _ zoals Oosterweel _ in de begroting opnemen. Dat bezwaart niet alleen de overheidsfinanciën, het vermindert ook de budgettaire marge voor nieuwe investeringsprojecten. Het advies van de Hoge Raad van Financiën biedt nu wat ademruimte.De vraag is of de Hoge Raad daarmee wel een positief signaal geeft. Eigenlijk zou Vlaanderen toch beter voor een begrotingsevenwicht gaan, ook al werd hier en daar geopperd dat Vlaanderen voor 2015 eenmalig een nominaal begrotingstekort kon boeken. Daarmee zou het begrotingssaldo niet in structurele termen verslechteren en zou het tekort louter het gevolg zijn van conjuncturele factoren. In 2016 zou de Vlaamse regering dan weer een nominaal begrotingsevenwicht kunnen boeken.Toch moet een nominaal begrotingsevenwicht het streefdoel blijven. Het zou een goed signaal zijn naar de federale en Waalse overheid, die de sanering van hun overheidsfinanciën meer in de tijd spreiden. Bovendien heeft een kleine, open economie als de Vlaamse weinig te winnen bij een begrotingstekort. Vaak is de redenering dat meer uitgaven een slabakkende economie aanzwengelen. Welnu, wanneer meer uitgegeven wordt, versast veel van dat geld naar het buitenland. Bovendien krijgt de volgende generatie de dubbele rekening van tekorten en schulden gepresenteerd wanneer de rentevoeten opnieuw zullen stijgen.Als Vlaanderen kiest voor meer uitgaven, dan mag het dat eigenlijk enkel doen om extra investeringen te financieren in infrastructuur en onderzoek en ontwikkeling. Want hier kampt Vlaanderen inderdaad met een investeringsdeficit. Maar als compensatie voor die investeringsimpuls moet de regering-Bourgeois dan verder besparen op lopende uitgaven.