In het jaarverslag en de halfjaarlijkse rapporten van de Nationale Bank staat steevast een heel interessante grafiek over de evolutie van de overheidsuitgaven. Die worden afgezet tegenover de economische groei. De voorbije jaren, in de periode van de regering-Michel I, viel op dat de uitgaven minder snel stegen dan de economische groei. Dat is een verschil met de regering-Di Rupo, toen de uitgaven jaarlijks hoger uitkwamen dan de groei. De regering-Michel noemde zich een besparingsregering maar afgezien van 2015 daalden de overheidsuitgaven in de voorbije regeerperiode niet. Ze lagen gewoon minder hoog. En dat ze lager waren dan de economische groei werd al als een succes gezien. Kortom, besparen betekent in België vooral 'minder meer uitgeven'.

Dat is met de Vlaamse regering-Jambon niet anders. Aan het Martelaarsplein volgt men in belangrijke mate de Belgische aanpak. De zogenaamde besparingen in de gezinszorg (55 miljoen euro), het secundair onderwijs (100 miljoen euro) en de kinderbijslag (107 miljoen euro tegen 2024) hebben betrekking op het minder snel laten stijgen van de uitgaven. De niet-indexering van de werkingsmiddelen (256 miljoen euro) betekent geen daling van de uitgaven. Het is gewoon een stopzetting van de groei. De echte besparingen, vooral op het domein van de subsidies, gebeuren eerder met de kaasschaaf. "Hakken in de uitgaven", zoals bij de oppositie vaak te horen is, is er niet bij.

Dan zijn er nog de projecties van een begrotingsevenwicht in 2021. Het is opvallend dat economen en begrotingsexperts daar schamper op reageerden. Blijkbaar worden die projecties met een grote zak zout genomen. Vlaanderen is op begrotingsgebied België in het klein aan het worden.

Symbolische betekenis

In de sanering van de publieke financiën kan men de regering-Jambon niet echt ambitieus noemen. Anders is het wanneer we naar de plannen kijken die moeten leiden tot een versterking van de Vlaamse autonomie. Of beter gezegd: het optimaal invullen van de eigen bevoegdheden. Een staatshervorming zit er federaal niet aan te komen. Daarom zal de regering-Jambon druk zetten vanuit de Vlaamse regering door te tonen dat het een eigen beleid voert in de sociale zekerheid. De niet-indexering van het kindergeld vanaf het derde kind heeft een niet te onderschatten symbolische betekenis. De Vlaamse regering wil duidelijk maken dat het in de takken van de sociale zekerheid waarvoor ze bevoegd is (kinderbijslag, delen van arbeidsmarktbeleid en gezondheidszorg) duidelijke accenten kan leggen. De jobbonus sluit daarbij aan. In vakbondskringen - één van de laatste unitaire bastions - is ergernis te horen over het feit dat een Vlaming die in een Vlaams bedrijf voor een laag loon werkt een extraatje van maximaal 600 euro per jaar krijgt, terwijl zijn Brusselse of Waalse collega in dezelfde functie en met hetzelfde loon geen recht heeft op de jobbonus.

Opvallend in het regeerakkoord is dat het de bedoeling is te evolueren naar één uitbetalingsactor voor de kinderbijslag. Vandaag zijn er vier private en één publieke uitbetalingsinstelling. Voorts komt er een doorlichting van de zorgkassen. Daar worden de grondvesten gelegd van een echte Vlaamse sociale zekerheid.