Bij de werkgevers zijn gematigd positieve geluiden te horen over het loonakkoord dat de federale regering vorige nacht heeft afgeklokt. De Vivaldi-coalitie was aan zet nadat de sociale partners er niet in geslaagd waren een interprofessioneel akkoord voor 2021-2022 af te sluiten. Ondanks de syndicale druk blijft de regering trouw aan de door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) voorgestelde loonmarge van 0,4 procent boven op de indexering van 2,8 procent.

Er is wel een extraatje mogelijk in goed presterende bedrijven via een eenmalige netto coronapremie van 500 euro waarop 16,5 procent sociale zekerheidsbijdrage wordt geheven. Voor het VBO is dat een aanvaardbaar extra, want "het beïnvloedt de competitiviteit noch de loonmarge voor de toekomst op permanente wijze".

Wel is er de vrees dat bedrijven die het minder goed hebben gedaan onder stakingsdruk toch een premie zullen toekennen. Dat kan de overlevingskansen van bedrijven in gevaar brengen of op zijn minst de investeringsplannen op de lange baan schuiven, wat tot banenverlies kan leiden. Het valt af te wachten of de soep wel zo heet wordt gegeten als ze werd opgediend.

Niet uit de gevarenzone door loonakkoord.

Eerder dan de premie kan de oplopende inflatie de komende maanden de concurrentiekracht van de ondernemingen in gevaar brengen. Het zou best kunnen dat de verwachte automatische loonindexering van 2,8 procent hoger uitvalt dan voorzien. En dan is België opnieuw benadeeld ten opzichte van de handelspartners. Nu al staat zo goed als vast dat de loonkosten bij onze belangrijkste handelspartner Duitsland de komende twee jaar minder snel zullen stijgen dan hier. Een loonakkoord in de metaalsector bij de oosterburen bevat een eenmalige coronapremie en een loonstijging van 2,3 procent, indexering inbegrepen. Dat akkoord geldt als referentie voor de rest van de economie.

De regering-De Croo mag dan wel opgelucht ademhalen dat ze de klip van het loonoverleg omzeild heeft, wat heeft ze eraan als onze economie en werkgelegenheid straks opnieuw in woelig water terechtkomen?

Marginale discussie over minimumloon

De reactie van de vakbonden op de door de regering vastgelegde loonnorm is zoals te verwachten negatief. "Een gemiste kans", zegt ABVV-topvrouw Miranda Ulens, die gehoopt had dat op een royaler loonakkoord en premies die niet op bedrijfsniveau maar per sector zouden worden toegekend. ABVV-voorzitter Thierry Bodson is scherper en noemt zich "outré" (verontwaardigd). Hangen er nieuwe stakingsacties in de lucht?

Die kans is reëel, al hoopt de federale regering de situatie te ontmijnen door de vakbonden te laten verder praten over het minimumloon, de landingsbanen en de overuren. De regering wil dat er door de sociale partners een plan uitgewerkt wordt voor de verhoging van de minimumlonen op langere termijn en dat smeren met lastenverlagingen voor de laagste lonen.

De vraag is of dit nu hét dringende sociaal-economische thema is. Door de hoge sectorale minimumlonen (vaak 30% hoger dat het wettelijk minimum) zijn er in België amper 68.000 werknemers die tegen het minimumloon werken. Dat is een verwaarloosbaar deel van de meer dan 4 miljoen werknemers in de privésector. Als dit de sociaal-economische prioriteiten zijn van de regering-De Croo, dan valt er van grote hervormingen niet veel te verwachten.

Bij de werkgevers zijn gematigd positieve geluiden te horen over het loonakkoord dat de federale regering vorige nacht heeft afgeklokt. De Vivaldi-coalitie was aan zet nadat de sociale partners er niet in geslaagd waren een interprofessioneel akkoord voor 2021-2022 af te sluiten. Ondanks de syndicale druk blijft de regering trouw aan de door de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) voorgestelde loonmarge van 0,4 procent boven op de indexering van 2,8 procent.Er is wel een extraatje mogelijk in goed presterende bedrijven via een eenmalige netto coronapremie van 500 euro waarop 16,5 procent sociale zekerheidsbijdrage wordt geheven. Voor het VBO is dat een aanvaardbaar extra, want "het beïnvloedt de competitiviteit noch de loonmarge voor de toekomst op permanente wijze".Wel is er de vrees dat bedrijven die het minder goed hebben gedaan onder stakingsdruk toch een premie zullen toekennen. Dat kan de overlevingskansen van bedrijven in gevaar brengen of op zijn minst de investeringsplannen op de lange baan schuiven, wat tot banenverlies kan leiden. Het valt af te wachten of de soep wel zo heet wordt gegeten als ze werd opgediend.Eerder dan de premie kan de oplopende inflatie de komende maanden de concurrentiekracht van de ondernemingen in gevaar brengen. Het zou best kunnen dat de verwachte automatische loonindexering van 2,8 procent hoger uitvalt dan voorzien. En dan is België opnieuw benadeeld ten opzichte van de handelspartners. Nu al staat zo goed als vast dat de loonkosten bij onze belangrijkste handelspartner Duitsland de komende twee jaar minder snel zullen stijgen dan hier. Een loonakkoord in de metaalsector bij de oosterburen bevat een eenmalige coronapremie en een loonstijging van 2,3 procent, indexering inbegrepen. Dat akkoord geldt als referentie voor de rest van de economie. De regering-De Croo mag dan wel opgelucht ademhalen dat ze de klip van het loonoverleg omzeild heeft, wat heeft ze eraan als onze economie en werkgelegenheid straks opnieuw in woelig water terechtkomen?De reactie van de vakbonden op de door de regering vastgelegde loonnorm is zoals te verwachten negatief. "Een gemiste kans", zegt ABVV-topvrouw Miranda Ulens, die gehoopt had dat op een royaler loonakkoord en premies die niet op bedrijfsniveau maar per sector zouden worden toegekend. ABVV-voorzitter Thierry Bodson is scherper en noemt zich "outré" (verontwaardigd). Hangen er nieuwe stakingsacties in de lucht?Die kans is reëel, al hoopt de federale regering de situatie te ontmijnen door de vakbonden te laten verder praten over het minimumloon, de landingsbanen en de overuren. De regering wil dat er door de sociale partners een plan uitgewerkt wordt voor de verhoging van de minimumlonen op langere termijn en dat smeren met lastenverlagingen voor de laagste lonen.De vraag is of dit nu hét dringende sociaal-economische thema is. Door de hoge sectorale minimumlonen (vaak 30% hoger dat het wettelijk minimum) zijn er in België amper 68.000 werknemers die tegen het minimumloon werken. Dat is een verwaarloosbaar deel van de meer dan 4 miljoen werknemers in de privésector. Als dit de sociaal-economische prioriteiten zijn van de regering-De Croo, dan valt er van grote hervormingen niet veel te verwachten.