Pierre Wunsch heeft het afgelopen jaar overuren gedraaid. De Nationale Bank van België heeft de handen vol gehad met de opvolging van de economische impact van de coronacrisis op de Belgische economie en met het adviseren van de regeringen van ons land.
...

Pierre Wunsch heeft het afgelopen jaar overuren gedraaid. De Nationale Bank van België heeft de handen vol gehad met de opvolging van de economische impact van de coronacrisis op de Belgische economie en met het adviseren van de regeringen van ons land. Behalve over de coronacrisis is Pierre Wunsch zich blijven buigen over die andere grote crisis: de klimaatopwarming. Die lijkt minder acuut, maar de impact ervan dreigt die van het coronavirus ver te overstijgen. "De klimaatcrisis raakt aan alle facetten van onze economie en samenleving. De beslissing om in Europa tegen 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent te verminderen bevestigt dat. Samen met de groeiende ongelijkheid en de vergrijzing is dat een van de grote uitdagingen van de komende decennia en een grote bron van onzekerheid. Dus als burger, econoom en gouverneur kan ik niet anders dan daarmee bezig zijn." De klimaatcrisis gaat bovendien recht naar de economische wortels van Wunsch. Hij was er als student al mee bezig. De titel van zijn licentiaatsthesis luidt: 'Grensoverschrijdende vervuiling op wereldniveau: mogelijke en denkbare oplossingen'. "Van opleiding ben ik publiek econoom", vertelt Pierre Wunsch. "De opwarming van de aarde is een externe kostenpost van onze economie. Om de negatieve gevolgen ervan tegen te gaan, moeten we daar een prijs op plakken. Dat is de kern van waar publieke economie om draait." PIERRE WUNSCH. "Net als 99 procent van de economen ben ik een voorstander van een koolstoftaks of een quotasysteem dat de uitstoot plafonneert en zo een prijs op CO2 kleeft. Die moet hoog genoeg zijn om het juiste signaal te geven aan consumenten en producenten. Dat is de basis van de vergroening van onze economie." WUNSCH. "Het voordeel van een koolstofheffing is duidelijkheid en stabiliteit. De ondernemingen en de consumenten weten wat de prijs van CO2 zal zijn. Het nadeel is dat je niet zeker weet of de uitstoot daarmee voldoende zal dalen. Een quotasysteem, zoals we er nu in Europa een hebben, legt wel limieten op aan de CO2-uitstoot en laat de emissiemarkt er een prijs voor bepalen. Het voordeel is dat je dan zekerheid hebt over het uitstootvolume. Onder de Europese emissiehandel moet dat tegen 2050 naar nul gaan. Het nadeel is dat de CO2-prijs afhangt van de markt en dus sterker schommelt. Je moet dus een afweging maken tussen zekerheid over de prijs en onzekerheid over het volume, of het omgekeerde. Daarnaast is emissiehandel meer geschikt voor grote installaties die veel uitstoten, zoals in de industrie. Voor kleinere uitstootbronnen, zoals de landbouw of woningen, is een taks effectiever." WUNSCH. "Ten eerste moeten we de impact van de klimaatcrisis op de economie en de samenleving beter begrijpen. Onze kennis is nog relatief beperkt, en ze gaat alle richtingen uit. De Europese Commissie stelt dat er geen zware economische impact zal zijn. Andere instellingen en onderzoeken zeggen dan weer dat het veel zal kosten. Nu we het engagement zijn aangegaan om de uitstoot te verminderen, moeten we focussen op manieren om dat zo efficiënt mogelijk doen, zodat het ons niet te veel banen, economische groei en beschikbaar inkomen kost. Daar is echter nog veel onzekerheid over. Er is ook een grote kloof tussen de klimaatambities die alom worden verkondigd, en de praktijk." WUNSCH. "Het is niet gemakkelijk om verder te gaan dan de algemene principes, een echt beleid te voeren en maatregelen voor te stellen. Kijk naar de gele hesjes in Frankrijk. President Emmanuel Macron wilde een prijs voor CO2, die stelselmatig zou stijgen. Alle experts waren het daarover eens, maar het idee bleek moeilijk uit te voeren. Er is een kloof tussen wat mensen zeggen over het klimaat en wat ze ervoor overhebben. Iedereen zegt dat het een belangrijk thema is, maar niet zoveel mensen willen ervoor betalen. Ik besef uiteraard dat we oplossingen moeten vinden voor de meest kwetsbaren, zodat zij niet lijden onder het beleid dat we noodgedwongen zullen moeten voeren." WUNSCH. "Er bestaan klimaatvriendelijke technologieën waarvan de kostprijs dicht bij die van vervuilende of bruine technologieën ligt. Die groene technologie moeten we zo snel en zo breed mogelijk uitrollen. Ik denk bijvoorbeeld aan elektrische wagens. Die kosten nog 30 procent meer dan benzinewagens, maar over tien jaar zullen ze naar verwachting evenveel kosten. Hernieuwbare energiebronnen, zoals zon en wind, zijn competitief met fossiele energiebronnen. Alleen is hernieuwbare elektriciteit niet altijd beschikbaar. Daar is het probleem dat energie goedkoop is om te produceren, maar nog heel duur om op te slaan." WUNSCH. "Ik zou niet voor een big bang gaan. Kijk naar Duitsland. Dat land heeft twintig jaar geleden heel veel geïnvesteerd in zonne-energie. De prijs per opgewekte megawatt was heel hoog en in totaal was zon maar goed voor 1 procent van de Duitse energieproductie. Bovendien bleven de steenkoolcentrales gewoon draaien. Het was dus inefficiënt, duur en vervuilend. De manier waarop je die transitie aanpakt, is heel belangrijk. Als je niet gefaseerd werkt, kan ze snel veel kosten. Maar we weten waarop we de komende tien jaar moeten inzetten: elektrische wagens en hernieuwbare energie. "Elektrificatie zal de basis van de vergroening van onze economie zijn. Voor wat niet elektrisch kan, moeten er alternatieven komen voor gas of olie. Een ervan is waterstof geproduceerd met hernieuwbare energie, maar dat is voorlopig nog twee- tot driemaal zo duur als gas of olie." WUNSCH. "Voor de cementproductie bijvoorbeeld hebben we nog geen klimaatvriendelijk alternatief. Een ton cement staat gelijk aan een ton CO2-uitstoot. Er zijn al experimentele installaties die CO2 opvangen, maar dat doen voor de uitstoot uit industriële installaties kost ongeveer 200 euro per ton. CO2 uit de lucht halen kost meer dan 500 euro per ton. Voor zulke dure of nog onbestaande technologie is meer onderzoek en ontwikkeling nodig. Als die nieuwe technologie zo duur blijft, zal een CO2-taks niet helpen. De prijs ervan is te laag om te dienen als stimulans om over te schaken op die nieuwe oplossingen. Om die verder te ontwikkelen, heb je andere drijfveren nodig, zoals subsidies voor onderzoek en ontwikkeling. En dan kom je terecht bij de discussie over wie de kosten daarvan moet dragen: de privésector of de overheid." WUNSCH. "Sommigen zeggen dat de energietransitie vooral met overheidsinvesteringen moet gebeuren. Dat zal deels zo zijn, maar toch niet voor het gros van de dingen die moeten gebeuren. Behalve het isoleren van overheidsgebouwen en gerichte subsidies voor technologieën die verre van rendabel zijn, zal de privésector het merendeel moeten financieren van wat moet gebeuren. Bovendien hebben de meeste landen niet veel financiële ruimte voor zware investeringen. Men zegt dat er voor de energietransitie honderden miljarden nodig zijn, alsof geld vinden het probleem is. Er is enorm veel vraag naar groene investeringen, maar er is een gebrek aan projecten. Om meer investeringen te krijgen, heb je de juiste stimulansen nodig, zoals een CO2-prijs, regelgeving en een beetje subsidies." WUNSCH. "Je moet daar geen wonderen van verwachten. Het zal waarschijnlijk een vestzak-broekzakoperatie zijn, omdat overheden de komende jaren hoe dan ook inspanningen zullen moeten leveren om hun financiën op orde te krijgen. Ideaal gebruiken ze een deel van dat geld om de kwetsbare groepen te compenseren, maar niet iedereen zal compensatie kunnen krijgen. Hoe maak je bijvoorbeeld het onderscheid tussen iemand die in een oud gebouw woont en met een oude auto rijdt, en iemand met hetzelfde beschikbare inkomen maar die in een goed geïsoleerde sociale woning woont en geen wagen heeft? We kunnen niet tegelijk een prijs kleven op CO2 en iemand subsidies geven om met een oude wagen te blijven rondrijden." WUNSCH. "In vergelijking met al het bovenstaande hebben ze geen grote rol te spelen. Zij moeten zich beperken tot de analyse van de economische situatie en tot het toezicht op de transparantie in het financiële systeem. Centrale banken zullen veel meer aandacht moeten hebben voor klimaat, ook als toezichthouders, maar wij zullen het verschil niet maken." WUNSCH. "Het is een fout idee dat centrale banken met honderden miljarden de groene transitie kunnen financieren zonder hun mandaat in het gedrang te brengen, zonder tegenprestatie of zonder dat dat iets kost. Nogmaals: het gaat niet over geld vinden, maar wel over de juiste voorwaarden creëren opdat men gaat investeren in groene projecten." WUNSCH. "Het gaat om belangrijke maatschappelijke afwegingen tussen bijvoorbeeld werkgelegenheid en klimaat of tussen economische groei en klimaat. Als centrale banken dat doen, verliezen ze hun legitimiteit. Centrale bankiers zijn geen politici. Ik vind de CO2-prijs in Europa te laag, maar dat is het gevolg van een politieke beslissing. Wie ben ik, als centrale bankier, om te beslissen dat die prijs omhoog moet en dat we daarmee een aantal industrieën in Europa niet langer financieel willen ondersteunen?" WUNSCH. "De Nationale Bank voert het opkoopprogramma uit voor zes andere Europese centrale banken, dus wij zijn een vrij grote speler op de markt. Maar Client Earth wil vooral via ons de Europese Centrale Bank (ECB) aan de tand voelen. Het klopt dat het opkoopprogramma van de ECB goed is 2000 miljard euro aan obligaties van voornamelijk grote bedrijven, omdat zij zich vooral op de schuldmarkten financieren. Maar daarnaast heeft de ECB ook nog het TLTRO-programma, dat banken voor 2000 miljard euro goedkope leningen geeft, op voorwaarde dat ze die gebruiken voor kleinere bedrijven. Daarmee is de economische steun die de ECB biedt evenwichtig." WUNSCH. "Het is een moeilijk debat. Enkele collega's, onder wie ECB-gouverneur Christine Lagarde en de voorzitter van de Banque de France, hebben in het begin duidelijk gezegd waar ze naartoe willen. Ik meen, samen met enkele anderen, dat we niet verkozen zijn en ons daarom beter beperken tot ons strikte mandaat en onze onafhankelijkheid. Daar is geen eensgezindheid over. Die discussie is echter nog niet lang aan de gang en we moeten nog veel bespreken." WUNSCH. "Daar hebben we zeker oog voor. We moeten aandringen op transparantie rond de klimaatimpact van investeringen. En we moeten banken ook onder druk zetten om meer informatie te verzamelen en te delen over de projecten die ze financieren. Maar ook dat is een genuanceerd debat. Een groene investering is niet per definitie risicoloos. Omgekeerd blijven bruine investeringen nodig, zoals in de cementproductie, waar geen goedkope groene alternatieven voor zijn." WUNSCH. "Jawel. De vraag naar groene financiële producten is groter dan het aanbod. Dat vergroot het risico op greenwashing en zeepbellen. Er is dus een gebrek aan groene projecten om in te investeren. Groene projecten moeten er niet komen omdat zoveel investeerders er geld in willen steken, maar wel omdat ze rendabel zijn. En dan kom je weer terecht bij een CO2-prijs, regelgeving en andere groene stimulansen om die projecten rendabel te maken."