Om haar steentje bij te dragen aan de strijd tegen de opwarming van de aarde wil de Europese Unie de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent verminderen tegen 2030 vergeleken met 1990. Tegen 2050 wil ze klimaatneutraal zijn. Dat zijn bijzonder ambitieuze doelstellingen, die ook België voor een grote uitdaging plaatsen. In 2018 stootte België 25 procent minder broeikasgassen uit in vergelijking met 2000, maar sinds 2014 stagneert die daling. We moeten dus vol aan de bak om de uitstoot verder terug te dringen. Dat kan door te investeren in nieuwe technologie, of door normen en regels op te leggen. De meest kostenefficiënte maatregel om de economie klimaatvriendelijker te maken is een prijs te plakken op de uitstoot van CO2. Laat de vervuiler betalen. Als die prijs systematisch stijgt, krijgen bedrijven en consumenten het signaal om hun uitstoot te verminderen.
...

Om haar steentje bij te dragen aan de strijd tegen de opwarming van de aarde wil de Europese Unie de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent verminderen tegen 2030 vergeleken met 1990. Tegen 2050 wil ze klimaatneutraal zijn. Dat zijn bijzonder ambitieuze doelstellingen, die ook België voor een grote uitdaging plaatsen. In 2018 stootte België 25 procent minder broeikasgassen uit in vergelijking met 2000, maar sinds 2014 stagneert die daling. We moeten dus vol aan de bak om de uitstoot verder terug te dringen. Dat kan door te investeren in nieuwe technologie, of door normen en regels op te leggen. De meest kostenefficiënte maatregel om de economie klimaatvriendelijker te maken is een prijs te plakken op de uitstoot van CO2. Laat de vervuiler betalen. Als die prijs systematisch stijgt, krijgen bedrijven en consumenten het signaal om hun uitstoot te verminderen. Heel wat landen en regio's hanteren al een CO2-belasting. De Europese Unie richtte in 2005 het systeem van de verhandelbare emissierechten op. Maar die beperken enkel de uitstoot van grote ondernemingen. De CO2-prijs die daaruit voortvloeit, is ook heel volatiel. Om de klimaatdoelstellingen te halen is een CO2-belasting op de hele economie aangewezen. Economen berekenen hoe hoog de CO2-belasting moet zijn. Er is een consensus rond een koolstofbelasting van 50 euro per ton CO2. De belasting stijgt met 4 procent per jaar. De heffing zou de Europese Unie een heel eind op weg helpen om de uitstoot tegen 2040 met 30 tot 50 procent te verminderen. Wat zou de introductie van de bijkomende koolstoftaks betekenen voor de Belgische economie? De Nationale Bank maakte daar eind vorig jaar een simulatie van. De belasting zou op jaarbasis 5 miljard euro kosten, of 1,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Daarvan betalen de bedrijven 3,75 miljard euro en de gezinnen 1,25 miljard. Per persoon betekent dat 116 euro per jaar ( zie grafiek). Dat lijkt veel, maar toch zou België op die manier geen groene begrafenis van zijn economie organiseren. Als de overheid de opbrengst van die belasting gebruikt om de overheidsschuld af te bouwen, komt de Nationale Bank tot de conclusie dat het bbp na vijf jaar 1 procent lager ligt in vergelijking met het traject zonder koolstofbelasting. De prijzen liggen 1,6 procent hoger en er gaan 54.000 banen verloren. De schuldratio daalt met 3,2 procentpunt. Zonder herverdeling van de opbrengst werkt de koolstoftaks als een negatieve olieschok, die de inkomens afroomt en de economie afremt. De introductie van een extra koolstoftaks ligt gevoelig. De totale belastingdruk in België is al hoog, terwijl een koolstoftaks vooral mensen met een lager inkomen treft, want zij geven een groter deel van hun inkomen uit aan fossiele brandstoffen. De introductie van koolstofbelastingen kan op sociale onvrede stuiten. De koolstoftaks bedreigt ook de internationale concurrentiepositie van de meer energie-intensieve bedrijven. De Nationale Bank maakte ook een scenario waarin de overheid de opbrengst van de koolstofbelasting terugstort aan de gezinnen met lagere inkomens via een subsidie, en aan de ondernemingen via een belastingvermindering. Na vijf jaar zou het bbp 0,1 procent hoger liggen, terwijl er toch nog 11.000 banen verloren gaan. Dat komt omdat de koolstoftaks pas een jaar later wordt teruggestort. Hoe sneller de teruggave, hoe kleiner de economische schade. De schuldgraad daalt met 1,5 procentpunt, dankzij het hogere nominale bbp. De impact van een koolstoftaks op de economie blijft in dat scenario dus beperkt. Idealiter wordt de koolstoftaks geïntroduceerd op Europees niveau. Toch blijven de simulaties van de Nationale Bank overeind als België de taks eenzijdig zou introduceren. Is de heffing Europees, dan ondervinden de Belgische ondernemingen geen competitief nadeel meer tegenover andere Europese bedrijven, maar onze export heeft te lijden onder het koopkrachtverlies van de Europese handelspartners als gevolg van de hogere energieprijzen en het verlies aan concurrentiekracht tegenover de rest van de wereld. Het maakt daarom weinig verschil of de koolstoftaks op Belgisch of Europees niveau wordt ingevoerd. "Wie eerder met een koolstoftaks begint, kan een competitief voordeel opbouwen tegenover landen die later een prijs plakken op de uitstoot. Dat is de strategie van Zweden", schrijft de Nationale Bank. In België rijpen de geesten voor de introductie van een koolstoftaks. In het federale regeerakkoord wordt een koolstofbelasting niet met zoveel woorden benoemd. Toen minister van Klimaat Zakia Khattabi (Ecolo) in haar beleidsverklaring stelde meteen werk te maken van een koolstofbelasting, werd ze teruggefloten door de coalitiepartners. De introductie van een koolstoftaks in een brede fiscale hervorming is wel bespreekbaar. Een koolstoftaks hoeft dus geen aanslag te beteken op de economie. Toch benadrukt de Nationale Bank dat haar conclusies enkel gelden voor de eerstkomende jaren. Op korte termijn is het nog relatief gemakkelijk de uitstoot terug te dringen, maar als het laaghangende fruit is geplukt, kan het veel lastiger worden. De verdere vooruitgang hangt in grote mate af van technologische doorbraken, die duur zijn en moeilijk breed verspreid geraken. En als die nieuwe technologie enkel toegankelijk wordt voor het rijkere Westen, dan dreigt een hogere uitstoot van de groeilanden de hele oefening te ruïneren, waarschuwt de Nationale Bank. "Het is daarom van het grootste belang dat koolstofarme technologieën tegen zo laag mogelijk kosten ook hun weg vinden naar de ontluikende markten", besluit de instelling.