Heeft zo'n klimaattop nog veel zin? De vraag is vaak gesteld, voor en zeker na COP26 in Glasgow. De emoties haalden de bovenhand toen de twee grootste CO2-uitstoters van de komende decennia in de laatste rechte lijn op de rem gingen staan. Dat is begrijpelijk, want mooi was het allerminst. Internationale besluitvorming is helaas zelden mooi.

Uiteraard heeft zo'n klimaattop zin. We weten best dat de grote jongens de temperatuur zullen bepalen. We beseffen ook dat Europa daar niet veel impact op zal hebben. Maar het is goed dat de wereldmachten van de 21ste eeuw regelmatig geconfronteerd worden met de issues van de bijna 200 deelnemende landen. Ook de Chinezen zijn echt niet immuun voor internationale druk. Het is een uitstekend idee om de klimaatinspanningen voortaan jaarlijks op te volgen. De grote vervuilers zullen zich vaker moeten verantwoorden. Dat is een tastbaar resultaat van COP26.

Ook voor ons, goedmenende West-Europeanen met een volgroeide economie en een relatief comfortabele positie, heeft zo'n klimaattop zin. Ook wij worden daar geconfronteerd met de realiteit van die 200 landen. Wij moeten altijd voor ogen houden dat ze verschillende ontwikkelingsfases doormaken en andere noden hebben. Allemaal hebben ze redenen om de acties - of het gebrek daaraan - van de anderen niet te begrijpen. De ontwikkelingslanden vinden dat het rijke Westen, de historische vervuiler, te weinig doet om de schade van de huidige opwarming te vergoeden. Ze vinden ook dat we hen onvoldoende richting duurzaamheid helpen. En ze vinden dat ze evengoed recht hebben op groei. Wij begrijpen de Chinezen dan weer niet, die hun steenkoolverslaving niet willen lossen. Onze steenkoolverslaving ligt immers al ver achter ons. We begrijpen hen evenmin omdat wij niet langer ten koste van alles dé wereldmacht willen zijn. China wil het Amerika van de 21ste eeuw worden en daar heeft het 'goedkope' energie voor nodig. India staat dan weer voor de enorme uitdaging om zijn bevolking van straks 1,5 miljard mensen op een aanvaardbaar welvaartsniveau te krijgen. Al wie hen daarin voorging, deed dat door massaal fossiele brandstoffen te verbruiken. Als we dat nu anders willen, zullen daar specifieke, simpele oplossingen voor nodig zijn. Het is nuttig dat wij elektrisch gaan rijden, maar daar zullen de Indiërs geen gram CO2 minder door uitstoten.

Na de emoties, de lessen van Glasgow.

De belangrijkste oplossing schuilt in een basiscursus economie: laat de markt haar werk doen. COP26 maakt voor het eerst een opening naar een wereldwijd systeem van verhandelbare emissierechten, zoals we dat in Europa al kennen. Ook het subsidiëren van klimaatonvriendelijke technieken wordt bespreekbaar, om ze straks hopelijk een halt toe te roepen. Zo evolueert de wereld stilaan naar een juiste prijs voor CO2, waarin alle externe kosten vervat zitten. Hoe sneller dat kan, hoe groter de kans dat we een klimaatramp kunnen vermijden. Hoe duurder broeikasgassen zijn, hoe makkelijker duurzame technieken rendabel worden en hoe sterker de prikkel om te innoveren. Zo'n markt voor emissierechten blijft voor veel mensen weinig tastbaar, maar de innovatie die ze voortbrengt, voelen ze wel.

Zelf moeten wij minstens doen wat we afgesproken hebben. Om niet te blijven hangen in morele superioriteit, maar om het goede voorbeeld te geven en sneller te innoveren. Laat ons ook nadenken over relatief eenvoudige vormen van vooruitgang, die in ontwikkelingslanden toepasbaar zijn. Ook dat is een vorm van innovatie en misschien is het zelfs het laaghangend fruit van de komende decennia. En laat ons vooral volharden. Elk tiende graadje dat er niet bij komt, is eentje gewonnen. Laat ons blijven wroeten op het wereldtoneel. Dat klinkt niet mooi, maar het is beter dan hoge verwachtingen te koesteren en ontmoedigd te raken als die er nog niet uitkomen.

Heeft zo'n klimaattop nog veel zin? De vraag is vaak gesteld, voor en zeker na COP26 in Glasgow. De emoties haalden de bovenhand toen de twee grootste CO2-uitstoters van de komende decennia in de laatste rechte lijn op de rem gingen staan. Dat is begrijpelijk, want mooi was het allerminst. Internationale besluitvorming is helaas zelden mooi. Uiteraard heeft zo'n klimaattop zin. We weten best dat de grote jongens de temperatuur zullen bepalen. We beseffen ook dat Europa daar niet veel impact op zal hebben. Maar het is goed dat de wereldmachten van de 21ste eeuw regelmatig geconfronteerd worden met de issues van de bijna 200 deelnemende landen. Ook de Chinezen zijn echt niet immuun voor internationale druk. Het is een uitstekend idee om de klimaatinspanningen voortaan jaarlijks op te volgen. De grote vervuilers zullen zich vaker moeten verantwoorden. Dat is een tastbaar resultaat van COP26. Ook voor ons, goedmenende West-Europeanen met een volgroeide economie en een relatief comfortabele positie, heeft zo'n klimaattop zin. Ook wij worden daar geconfronteerd met de realiteit van die 200 landen. Wij moeten altijd voor ogen houden dat ze verschillende ontwikkelingsfases doormaken en andere noden hebben. Allemaal hebben ze redenen om de acties - of het gebrek daaraan - van de anderen niet te begrijpen. De ontwikkelingslanden vinden dat het rijke Westen, de historische vervuiler, te weinig doet om de schade van de huidige opwarming te vergoeden. Ze vinden ook dat we hen onvoldoende richting duurzaamheid helpen. En ze vinden dat ze evengoed recht hebben op groei. Wij begrijpen de Chinezen dan weer niet, die hun steenkoolverslaving niet willen lossen. Onze steenkoolverslaving ligt immers al ver achter ons. We begrijpen hen evenmin omdat wij niet langer ten koste van alles dé wereldmacht willen zijn. China wil het Amerika van de 21ste eeuw worden en daar heeft het 'goedkope' energie voor nodig. India staat dan weer voor de enorme uitdaging om zijn bevolking van straks 1,5 miljard mensen op een aanvaardbaar welvaartsniveau te krijgen. Al wie hen daarin voorging, deed dat door massaal fossiele brandstoffen te verbruiken. Als we dat nu anders willen, zullen daar specifieke, simpele oplossingen voor nodig zijn. Het is nuttig dat wij elektrisch gaan rijden, maar daar zullen de Indiërs geen gram CO2 minder door uitstoten. De belangrijkste oplossing schuilt in een basiscursus economie: laat de markt haar werk doen. COP26 maakt voor het eerst een opening naar een wereldwijd systeem van verhandelbare emissierechten, zoals we dat in Europa al kennen. Ook het subsidiëren van klimaatonvriendelijke technieken wordt bespreekbaar, om ze straks hopelijk een halt toe te roepen. Zo evolueert de wereld stilaan naar een juiste prijs voor CO2, waarin alle externe kosten vervat zitten. Hoe sneller dat kan, hoe groter de kans dat we een klimaatramp kunnen vermijden. Hoe duurder broeikasgassen zijn, hoe makkelijker duurzame technieken rendabel worden en hoe sterker de prikkel om te innoveren. Zo'n markt voor emissierechten blijft voor veel mensen weinig tastbaar, maar de innovatie die ze voortbrengt, voelen ze wel. Zelf moeten wij minstens doen wat we afgesproken hebben. Om niet te blijven hangen in morele superioriteit, maar om het goede voorbeeld te geven en sneller te innoveren. Laat ons ook nadenken over relatief eenvoudige vormen van vooruitgang, die in ontwikkelingslanden toepasbaar zijn. Ook dat is een vorm van innovatie en misschien is het zelfs het laaghangend fruit van de komende decennia. En laat ons vooral volharden. Elk tiende graadje dat er niet bij komt, is eentje gewonnen. Laat ons blijven wroeten op het wereldtoneel. Dat klinkt niet mooi, maar het is beter dan hoge verwachtingen te koesteren en ontmoedigd te raken als die er nog niet uitkomen.