Het wordt zo niet genoemd, maar eigenlijk zit België voor drie kwart in een nieuwe lockdown. De horeca is gesloten. In de binnensteden zien de handelszaken nauwelijks nog klanten. Er is een avondklok ingesteld. De meeste evenementen zijn afgelast. Er zijn enkel nog professionele sportwedstrijden. De herfstvakantie duurt minstens tien dagen. Er zijn wel meer bedrijven open dan tijdens de eerste lockdown, maar op de werkvloer dreigt de productie hier en daar onder druk te komen door het absenteïsme. Telewerk is opnieuw de norm. Volgens een enquête van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) ligt het telewerk bij bedienden in bedrijven waar afstandswerken mogelijk is sinds een week bijna op het niveau van maart: zo'n 70 procent werkt thuis.
...

Het wordt zo niet genoemd, maar eigenlijk zit België voor drie kwart in een nieuwe lockdown. De horeca is gesloten. In de binnensteden zien de handelszaken nauwelijks nog klanten. Er is een avondklok ingesteld. De meeste evenementen zijn afgelast. Er zijn enkel nog professionele sportwedstrijden. De herfstvakantie duurt minstens tien dagen. Er zijn wel meer bedrijven open dan tijdens de eerste lockdown, maar op de werkvloer dreigt de productie hier en daar onder druk te komen door het absenteïsme. Telewerk is opnieuw de norm. Volgens een enquête van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) ligt het telewerk bij bedienden in bedrijven waar afstandswerken mogelijk is sinds een week bijna op het niveau van maart: zo'n 70 procent werkt thuis. Wie begin september had voorspeld dat het sociale en economische leven eind oktober opnieuw sterk op dat van dit voorjaar zou lijken, werd nog weggelachen. Maandenlang werd de bevolking voorgehouden dat een tweede lockdown ondenkbaar was. De tracingstrategie, het brononderzoek en het respecteren van de coronaregels (hygiëne, afstand bewaren en mondmaskers) zouden de epidemie onder controle houden. In september voorspelde de ULB-viroloog Yves Coppieters dat een stijging van het aantal besmettingen te verwachten viel naar een plateau dat de hele winter gehandhaafd zou kunnen blijven. Het draaide anders uit. België is opnieuw een van de Europese coronakampioenen en het gezondheidssysteem komt onder druk. In de Luikse ziekenhuizen wordt gevreesd voor toestanden zoals in maart in Lombardije. Wat is er misgelopen? "We hollen in België altijd achter de feiten aan. Het moet te laat zijn voor we voor tot de juiste inzichten komen", zegt Ivan Van de Cloot, de hoofdeconoom van de denktank Itinera. "Het is eind oktober. We hadden slimme coronamaatregelen kunnen nemen. Niet dus. In maart kon je daar nog begrip voor opbrengen, nu veel minder. Sommige ingrepen zijn effectief en brengen veel schade toe, zoals een totale lockdown. Maar er zijn maatregelen die even effectief zijn met minder schade, zoals de hygiëneregels, ventilatie en brononderzoek. Dat laatste was de belangrijkste maatregel, maar dat is te weinig gebeurd. Ik betreur dat lockdownroepers pas wakker schieten als het te laat is. Dan moeten we het grote kanon helaas bovenhalen. Het kon anders." Van de Cloot maakt de vergelijking met het budgettaire beleid in België: "In goede economische jaren ligt niemand wakker van de noodzaak om de schulden af te bouwen. Als het te laat is, roepen alle keynesianen dat er schulden moeten worden gemaakt om de economie te redden. Effectief werken betekent niet alleen alert zijn als het brandt. In de rustige periode na de eerste golf, in juni en juli, kon werk worden gemaakt van minder zware, maar effectieve maatregelen." Van de Cloot stelt dat vrijheidsbeperkingen met grote economische gevolgen vermeden kunnen worden, als er voldoende mondmaskers beschikbaar zijn, en als het testen, de contracttracing en vooral het brononderzoek goed werken. "Die termen worden vaak door elkaar gehaald", stelt hij vast. "Contacttracing vertrekt van besmette patiënten. Je zoekt naar risicovolle contacten die in quarantaine moeten. Je kijkt vooruit, je vermijdt nieuwe besmettingen. Brononderzoek is iets anders. In dat geval kijk je achter om te achterhalen in welke clusters besmettingen hebben plaatsgevonden." Onderzoeken tonen aan dat 10 tot 20 procent van de geïnfecteerden verantwoordelijk is voor 80 procent van de besmettingen. "Die superverspreiders tonen aan dat het interessanter is naar het verleden te kijken dan naar de toekomst. Je combineert de twee methodes het best, maar ik vind het vreemd dat de Vlaamse overheid zegt dat brononderzoek geen prioriteit is. In februari en maart werd uit internationale vergelijkingen, vooral met Azië, al duidelijk hoe cruciaal die aanpak is. Het is dé manier om de motor van de pandemie stil te leggen." Van de Cloot maakt een sprong naar de aanpak in Zweden. "Dat land voerde een soepeler coronabeleid. Maar voor evenementen was er een plafond van vijftig aanwezigen, omdat die veel fataler kunnen zijn voor een coronabesmetting dan andere samenkomsten. Was er op zo'n event toch een superverspreider aanwezig, dan kon die via brononderzoek snel worden gedetecteerd. Van dat brononderzoek was in België nauwelijks of geen sprake. Nochtans hadden politici dat beloofd na de eerste golf. In mei zei Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) dat het bron- en contactonderzoek in orde zou komen, maar tegen de zomer bleken er in Vlaanderen slechts vier gezondheidsinspecteurs te zijn." Die lacune in het beleid werd ook in Brussel duidelijk. Zeven maanden na de eerste lockdown varen de Brusselse gemeenten nog altijd blind: ze hebben geen informatie over welke wijken of leeftijdsgroepen het zwaarst getroffen zijn.