Ook bij het personeel dreigt een probleem als het aantal militairen onder 25.000 zakt. Nochtans is de instandhouding van een performant defensieapparaat nodig voor een geloofwaardig buitenlands beleid, voor innovatie en om banen te creëren.

Maandag 15 januari 2018. Om 11.21 uur detecteert het Combined Air Operations Center (CAOC) in het Duitse Üdem, net over de grens met Nederland, twee onbekende toestellen die het Nederlandse luchtruim naderen. Meteen stijgen twee F-16's op vanop de Belgische basis van Florennes.

Om 11.51 uur identificeren ze boven de Noordzee twee Russische bommenwerpers. De F-16's volgen de toestellen tot Typhoons van de Britse luchtmacht de begeleiding overnemen. De Russen vliegen daarna terug naar hun thuisland.

Volgens militair experts gebeurt het meer dan eens dat Russische vliegtuigen het NAVO-luchtruim 'verkennen'. In een periode met oplopende spanningen tussen de westerse landen en Rusland is zo'n spierballengerol een normale zaak. Tegelijk is men in militaire kringen danig onder de indruk van het Russische militaire apparaat. Dat merkten de westerse bondgenoten - waaronder België - toen ze militaire luchtoperaties uitvoerden in IS-gebied in Syrië en Irak.

De Russische controle over het luchtruim in bepaalde regio's is indrukwekkend. In Syrië konden de Belgische vliegtuigen enkel opstijgen na een Russisch fiat. Met het S-400-luchtverdedigingssysteem kunnen de Russen elk gevechtsvliegtuig in een straal van 400 kilometer, van Zuid-Turkije tot Irak, neerhalen.

'Het zicht op nieuwe investeringen dreigt te worden verbrijzeld in het politieke debat. Dat werkt demotiverend voor de krijgsmacht' - Alexander Mattelaer, defensie-expert

Defensie-expert Jonathan Holslag postte vorige week een kaart van Europa op Twitter, waaruit bleek dat niet alleen de volledige oostgrens van Rusland onder het verdedigingssysteem valt, maar ook de Baltische staten. Dat zijn NAVO-landen.

Vandaar de tweet van Holslag: "Waarom nog lang met een F-16 vliegen niet verstandig is." Die kunnen niet verborgen blijven voor het luchtafweersysteem.

Een beslissing na 2019?

De tweet kwam er nadat een intern legerdocument de Wetstraat in rep en roer had gezet. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat de Belgische F-16's tussen 2023 en 2035 geleidelijk zouden worden vervangen door andere straaljagers. Maar een nota wees op de mogelijkheid de F-16's langer te gebruiken. Meteen rees de vraag: wat met de procedure voor de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen?

Premier Charles Michel (MR) liet weten dat de federale regering geen beslissing zal nemen over de vervanging van de F-16's voor er duidelijkheid is over de opties. De regering nadert het einde van haar legislatuur. Valt nog een beslissing over die legeraankoop of wordt dat dossier over de verkiezingen van 2019 getild?

Dat baart professor Alexander Mattelaer, defensie-expert verbonden aan de denktank Egmont Institute en de Vrije Universiteit Brussel (VUB), zorgen: "Ik hoor in militaire kringen zeggen dat er eindelijk een pril zicht op nieuwe investeringen in defensie was. Dat dreigt te worden verbrijzeld in het politieke debat. Dat werkt demotiverend voor de krijgsmacht."

STEVEN VANDEPUT Het plan van de minister van Defensie doet het defensiebudget stijgen van 0,9 naar 1,3 procent van het bbp. © BI

De voorbije jaren legde Mattelaer in enkele studies de vinger op de zere plek: de Belgische krijgsmacht is al jaren ondergefinancierd, een resultaat van aanhoudende besparingen.

De Belgische defensie-inspanning (pensioenen meegerekend) zakte in dertig jaar van 3,4 procent tot onder 1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). "Het aandeel van materiaalinvesteringen - een goede graadmeter voor uitrusting en modernisering - in die inspanning slonk in dezelfde periode van bijna 15 tot onder 1 procent" (zie grafiek Belgische defensie-inspanningen behoren tot de laagste van Europa).

In de jarenlange pogingen om de Belgische overheidsfinanciën weer gezond te maken was het defensiebudget een gemakkelijk slachtoffer. Volgens cijfers van Wally Struys, professor emeritus aan de Koninklijke Militaire School (KMS), zijn de uitgaven voor defensie, inflatie inbegrepen, tussen 1995 en 2016 met 19,7 procent gedaald. Terwijl de uitgaven voor andere overheidsadministraties met 46,5 procent zijn toegenomen. Ook in tijden van hoogconjunctuur werd het mes in defensie gezet.

Vooral vanaf 1983 zijn de uitgaven sterk gedaald. "Als de trend van de voorbije drie decennia doorzet, dan dreigt de krijgsmacht in afzienbare tijd dood te bloeden", waarschuwde Mattelaer in 2015 in een essay. "Dat is een crashscenario voor defensie."

Al lijkt het tij te keren. "De regering heeft de vastleggingskredieten verhoogd van 2,5 naar 12 miljard euro. Dat is het bedrag waarmee de regering dit jaar contracten mag afsluiten, al moeten die pas in de toekomst worden betaald", zegt professor overheidsfinanciën Herman Matthijs.

"In dat bedrag zit onder andere het geld voor de aankoop van nieuwe vliegtuigen. De vereffeningskredieten, de limieten tot waarmee de regering dit jaar mag betalen uit de begroting, stijgen met 50 miljoen euro naar 2,519 miljard euro."

9,2 miljard euro investeringen

De regering-Michel keurde in 2016 een investeringsprogramma van 9,2 miljard euro voor defensie goed. Uiteraard wordt dat bedrag voor militaire investeringen niet in één keer aangewend, maar over een langere periode gespreid tot in 2030. Momenteel gaat slechts 7,7 procent van het budget naar investeringen. In het 2030-plan zouden de investeringen 27,2 procent van de totale uitgaven van 6,6 miljard euro moeten bedragen.

Komt België daarmee in de buurt van de NAVO-norm die bepaalt dat de lidstaten van de alliantie 2 procent van hun bbp aan defensie moeten besteden? Zeker niet. Het strategisch plan van minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) doet het budget stijgen van 0,9 naar 1,3 procent van het bbp.

De 2 procentnorm bedraagt 8,8 miljard euro met daarin 1,7 miljard als investeringen in aankopen. "Om die norm te halen is een nieuw plan nodig. Zo simpel is het", zegt Matthijs. "Misschien is dat iets voor de volgende regering."

"Het valt af te wachten of het budgettaire traject de komende jaren wordt gehonoreerd. Hoeveel contracten worden deze legislatuur nog afgesloten?" vraagt Mattelaer zich af. "De echte test volgt in de volgende legislatuur. Wat nu op tafel ligt, is voldoende om een bepaalde krijgsmacht te behouden. Maar is dat een garantie om de internationale verplichtingen en nationale veiligheid te garanderen? Ik ben sceptisch."

Volgens minister Vandeput is die 1,3 procent voldoende, want dat komt overeen met de gemiddelde uitgaven (1,2% van het bbp) van de NAVO-landen die geen kernwapens hebben. België is er de voorbije jaren altijd in geslaagd een zekere goodwill te creëren bij de militaire partners door erop te wijzen dat het de nodige bijdrage levert aan internationale operaties. In de NAVO wordt gesproken over de 3 C's: cash, capacity en contribution. Op dat laatste scoort België niet slecht. Het is aanwezig op het terrein. Maar cash en capacity - investeringen dus - blijven ondermaats.

F-35 België zal enkel in onderhoud en upgrade en graantje kunnen meepikken. © GF

De aanpak blijkt niet langer houdbaar nu ook andere landen als Frankrijk, Nederland en Italië hun budget verhogen. Begin vorige week stelde de Nederlandse minister van Defensie een nieuwe nota voor waaruit blijkt dat onze noorderburen duidelijk voor een militaire groeistrategie kiezen. Hun defensiebudget gaat richting 10 miljard euro, dat is vier keer het Belgische budget.

"Dat heeft ook voor ons een impact", aldus Mattelaer. "De Belgische marine is geïntegreerd in de Nederlandse marine. Wanneer de Nederlanders hun marine moderniseren, moeten wij volgen, anders blijft op termijn enkel de Nederlandse marine over."

In het Belgische investeringsplan 2030 staat dat iets meer dan 2 miljard euro wordt geïnvesteerd in de marine. De capaciteit van twaalf schepen blijft behouden, twee fregatten en zes mijnenjagers worden vervangen. Het Nederlandse investeringsplan is duidelijk: "We vervangen de M-fregatten en de mijnenbestrijdingscapaciteit samen met België."

"Ik zie hier geen probleem. De ministerraad heeft beslissing over de vervanging van de schepen al goedgekeurd", aldus Matthijs.

Onze landmacht werkt dan weer samen met Frankrijk via het zogenaamde Scorpion land warfare programme. Dat maakt dat de federale regering vorig jaar het licht op groen heeft gezet voor de aankoop van 477 Jaguar- en Griffon-pantservoertuigen. Een investering van 1,1 miljard euro.

De ingebruikname is voorzien in de periode 2025-2030. Ook Frankrijk kiest voor die toestellen, waardoor beide landen kunnen samenwerken in opleiding en logistieke ondersteuning.

Banen voor de hele economie

Volgens defensie-experts maakt die internationale samenwerking dat België gewoon niets anders kan doen dan blijven meestappen in de uitbouw van de krijgsmacht. Een andere factor die een rol spelen is de toenemende internationale onzekerheid (Rusland, brandhaarden aan de zuidoostelijke grens van Europa, terrorisme).

Ook speelt de krijgsmacht een indirecte rol in België. Bepaalde expertise wordt voor burgerdoeleinden gebruikt, zoals de reddingsoperaties op zee of de medische expertise in brandwondenverzorging in het militair hospitaal van Neder-Over-Heembeek.

Studies tonen bovendien aan dat militaire investeringen technologische innovatie stimuleren en banen creëren, niet enkel in het leger maar in de hele economie. Een studie van de federale overheidsdienst Economie uit 2008 stelt dat er zonder de coproductieverbintenis bij de aankoop van de F-16 in de jaren zeventig "hoogstwaarschijnlijk geen aeronautische industrie meer aanwezig zou zijn in België".

Als we onder de kritische grens van 25.000 vallen, komt de operationele capaciteit van de krijgsmacht in gevaar" - Alexander Mattelaer, defensie-expert

De economische return is ook het argument waarmee de kandidaten zwaaien die nog in de running zijn voor de levering van de opvolgers van de F-16. Officieel zijn er nog twee kandidaten over: het Britse Eurofighter Typhoon en het Amerikaanse Lockheed Martin F-35. Maar ook het Franse Dassault Rafale, dat de officiële procedure niet volgde, hoopt nog een kans te maken op het miljardencontract.

De vliegtuigaankoop creëert vooral kansen voor het onderhoud en de upgrade van de vliegtuigen. Sonaca (omzet 700 miljoen euro, 5000 medewerkers) uit Gosselies anticipeerde daar vorig jaar al op door eerst het Amerikaanse LMI Aerospace over te nemen.

Daarna hield het samen met Sabena Aerospace (Zaventem, 55 miljoen euro, 450 medewerkers) Ignition! Boven de doopvont. Een nieuw bedrijf dat in staat moet zijn het onderhoud van de opvolgers van de F-16's op zich te nemen, wie het contract ook binnenhaalt.

Daarnaast wil het bedrijf ook meewerken aan de opleiding van piloten en oefeningen via simulatoren. De komende vijf tot tien jaar mikt Ignition! op een omzet van 50 miljoen euro.

De F-35 is momenteel de favoriet, maar Lockheed Martin blijft vaag over mogelijke positieve effecten voor het bedrijfsleven. Dat heeft veel, zo niet alles, te maken met een trein die de Belgische regering vijftien jaar geleden heeft gemist.

De paarse regering onder premier Guy Verhofstadt kreeg in 2003 de kans mee te werken aan de productie van de Joint Strike Fighter, wat later de F-35 zou worden. De regering bleek niet geïnteresseerd. Gevolg: er kwam een productiesite in Italië en een verdeelcentrum voor wisselstukken in Nederland.

België kan straks misschien een graantje meepikken, maar dan enkel in onderhoud en upgrade. De Eurofighter belooft 19,3 miljard euro economische compensaties met 6785 banen tegen 2043. Er zouden twee innovatiecentra komen, één in Vlaanderen en één in Wallonië, een opleidingscentrum voor piloten en een centrum voor cyberveiligheid.

De Frans-Waalse connectie

Dassault kwam met twee argumenten op de proppen. Eén: een keuze voor Frankrijk zou op termijn betekenen dat België kan toetreden tot het Frans-Duitse partnership voor de ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig dat onderdeel uitmaakt van een versterking van de Europese defensie.

Twee: Dassault zwaait met 20 miljard euro economisch compensaties. Maar daar zitten blijkbaar vooral al bestaande activiteiten in voor lopende contracten in België. Vooral in Franstalig België hoopt men nog dat de Rafale het contract binnenhaalt.

Niet verwonderlijk. Het gaat om een project onder de naam GIE of Groupement d'intérêts économiques dat bedrijven verzamelt met een sterke verankering in Wallonië. Thales (elektronica) is gevestigd in Charleroi en Safran Aeroboosters (motoren) in Luik.

En ja, Dassault is voor 44 procent de eigenaar van Sabca. Ook al is Sabca actief in heel België, het wordt nog altijd vooral als een Franstalig bedrijf gezien. Dassault spreekt van 800 miljoen euro inkomsten per jaar en 3500 banen voor de Belgische partnerbedrijven.

De Rafale heeft wel een paar nadelen. Het vliegtuig is van mindere kwaliteit, er wordt maar één exemplaar per maand geproduceerd (200 de voorbije 25 jaar) en enkel niet-Europese landen zijn afnemers.

De F-35 blijft ondertussen de favoriet. Onder andere omdat Nederland, Denemarken en Noorwegen hebben besloten de F-35 aan te kopen. Indien België dat ook doet, kan het profiteren van kostenbesparingen zoals het gezamenlijke onderhoud van dezelfde vloot.

Wel kwam er onlangs kritiek op de kinderziektes van de F-35 en de voortdurend schommelende kostprijs. Het bedrag van 5,34 miljard euro voor 34 vliegtuigen deed de ronde. Dat is 1,7 miljard meer dan voorzien.

Herman Matthijs relativeert: "Ik heb wat berekeningen gemaakt. De F-35 kost 80 miljoen euro per stuk. Dat valt mooi binnen het budget van 3,4 miljard euro."

De mythe van 15 miljard euro

De aankoopprijs van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen zou 15 miljard euro bedragen. Critici komen dan op de proppen met het argument dat daarmee een pak ziekenhuizen en scholen moet worden gekocht. Afgezien van het feit dat verdediging van het grondgebied ook zonder eigen leger geld kost, moet het cijfer van 15 miljard euro in de juiste context worden geplaatst.


Het is de prijs voor de aankoop, het onderhoud en de upgrade plus personeelskosten van de totale gevechtscapaciteit van de luchtmacht tussen 2019 en 2058. Ook de kosten van de nog operationele F-16's tot 2030 vallen daaronder. De jaarlijkse kostprijs van 374 miljoen euro per jaar of 34 euro per Belg is een relevanter cijfer.

Onder kritische grens van 25.000

Begin 2016 werkten ongeveer 31.000 voltijdse personeelsleden (ongeveer 29.500 militairen en 1500 burgers) bij defensie. In 2030 zullen dat er nog 25.000 zijn (ongeveer 24.000 militairen en 1000 burgers). Die daling zal plaatsvinden door de natuurlijke evolutie van het personeelsbestand omdat ongeveer de helft van het personeel van defensie de komende tien jaar met pensioen gaat.


Volgens Alexander Mattelaer bestaat het risico dat het aantal militairen sneller daalt dan gedacht. "Als we onder de kritische grens van 25.000 vallen, hebben we een probleem. De operationele capaciteit van de krijgsmacht komt dan in gevaar. Een derde van de militairen is jonger dan veertig jaar. De belangrijkste leeftijdscohortes vind je bij de 50-plussers. Akkoord, het leger plant volgend decennium een jaarlijkse aanwerving van 2100 rekruten. Maar zal dat effectief gebeuren?"


De personeelsproblemen zijn nu al merkbaar bij de landmacht, zegt Herman Matthijs. "Een landmachtbrigade moet 3000 manschappen bevatten. In Leopoldsburg en Marche-en-Famenne is die maar voor 50 procent ingevuld. De paracommandobrigade voor twee derde."