"Alle partijen zijn ervan overtuigd dat de werkzaamheidsgraad moet stijgen." Die uitspraak van informateur Paul Magnette (PS) op de dag van de Wapenstilstand gekoppeld aan zijn bewering "dat ik minder pessimistisch ben dan een week geleden", doet het vermoeden rijzen dat bijna zes maanden na de verkiezingen van 26 mei eindelijk schwung in de federale formatie zit. Misschien wordt maandag wat meer duidelijk uit het eerste verslag dat Magnette aan koning Filip zal overhandigen.

Maakt de gelatenheid in de Wetstraat straks plaats voor optimisme? Daarvoor is het wellicht te vroeg. Dat alle partijen voorstander zijn van een hoge werkzaamheidsgraad? Het zou er nog aan mankeren. Als de federale formatie in een bepaalde richting zou evolueren, is dat niet te danken aan de uitspraken van de informateur. Wel aan de houding die een aantal top-N-VA'ers hebben aangenomen. De Vlaams-nationalisten lijken in oppositiemodus te gaan. Voormalig Vlaams minister-president Geert Bourgeois had het in verschillende interviews over een "Grand Canyon" die gaapt tussen de socio-economische voorstellen van de N-VA en de PS. De vraag is hoe die kloof de komende weken kan worden overbrugd.

Theo Francken schakelde ondertussen ook een versnelling hoger in de kritiek op het asielbeleid van bevoegd minister Maggie De Block (Open Vld). De populaire N-VA'er duwt zijn partij naar rechts maar tegelijk is Francken scherp voor het Vlaams Belang. Die partij zou in Bilzen de gemoederen hebben opgehitst met als gevolg een brandstichting in een gepland asielcentrum. Theo Francken lijkt verkiezingscampagne te voeren: kijken naar rechts maar zich ook afzetten tegen grote rivaal Vlaams Belang.

Wachten op de partijvoorzitters

Paars-geel lijkt daarmee dood en begraven. Maar is paars-groen of een regenboogcoalitie (socialisten, groenen en christendemocraten/centristen) een alternatief waar snel een doorbraak kan worden bereikt?

Zeker niet. Twee elementen maken dat er voor 2020 niet veel meer te verwachten valt. Ten eerste kan er pas ten gronde gepraat worden over een regeerakkoord wanneer er duidelijkheid is over wie de nieuwe voorzitter wordt in een aantal partijen, en welke koers ze willen varen. Bij de MR is de Bergenaar George-Louis Bouchez op weg naar het voorzitterschap. De man staat bekend om zijn rechtse economische koers en zijn kritisch migratiestandpunt. Zal hij die houding ook tijdens de regeringsonderhandelingen aannemen? Van Bouchez is te horen dat ex-premier Charles Michel nog altijd over zijn schouder meekijkt.

PS-voorzitter Paul Magnette wil zo veel mogelijk linkse partners in de regering. Dat wil zeggen dat zusterpartij sp.a aan boord moet worden gehesen. Maar heeft nieuwbakken voorzitter Conner Rousseau daar wel zin? En hoe zwaar weegt deze youngster tijdens onderhandelingen? Al zou hij wel onder meer zijn voorganger John Crombez als sidekick meenemen.

CD&V is een nog onduidelijker verhaal. Pas in december zal duidelijk worden wie de nieuwe voorzitter is. Indien die het fiat van de christelijke arbeidersbeweging en Beweging.net krijgt, dan is de deur naar een coalitie zonder N-VA en misschien zelfs zonder Open Vld mogelijk. De socialisten, de MR, de groenen, CD&V én de vijf zetels van de Franstalige centristen van cdH hebben een duidelijke meerderheid in de Kamer. Al zou de Vlaamse vertegenwoordiging in zo'n regering wel zeer mager zijn.

Protest verzekerd

Zelfs als het licht op groen gaat voor concrete regeringsonderhandelingen, zijn we voor 2020 nog niet thuis. Wat moet in het regeerakkoord staan? In een linkse regering zal de PS een groot deel van haar plannen voor hogere uitgaven, vooral in de sociale zekerheid, moeten opbergen. 8 miljard euro extra uitgaven is niet realistisch. Maar ook 2 miljard euro extra voor bijvoorbeeld hogere pensioen en een lagere btw op elektriciteit is een probleem. Het doet het geplande tekort van bijna 11 miljard euro voor 2020 nog toenemen. De financiering ervan door hogere of nieuwe belastingen zal een moeilijke zoektocht zijn. Zelfs met een linkse regering aan de macht valt protest en sociale onrust te verwachten.

De vakbonden liepen storm tegen de regering-Michel, blijkt uit een studie van het Franstalige politieke onderzoeksbureau Crisp. In 2018 waren er in België 422.249 stakingsdagen. Lager dan bij het aantreden van de regering-Michel in 2014 (853.355), maar nog altijd één van de hoogste niveaus in bijna dertig jaar.

In die periode was het aantal stakingsdagen per legislatuur enkel tijdens de regering-Dehaene I (1992-1995) hoger. Dat was nochtans een centrumlinkse regering van christendemocraten en socialisten. Maar die moest wel besparen en belastingen verhogen om een toegangsticket te krijgen voor de Europese muntunie. Dat leidde tot tal van vakbondsacties. Als straks een centrumlinkse regering aan het bewind komt, zal het niet anders zijn dan in de periode van Dehaene: vakbondsprotest verzekerd. Omdat de extra overheidsuitgaven niet hoog genoeg zullen zijn. En omdat bepaalde nieuwe taksen ook in syndicale kringen tot ergernis zullen leiden.