1. Een jobkorting van 100 euro netto per maand

Het aantal werklozen blijft dalen, er is een recordaantal openstaande vacatures, maar toch is een op vier Vlamingen tussen 20 en 65 jaar niet aan de slag. Naast de nog altijd 200.000 werklozen zijn er -afgezien van de 370.000 studenten - onder meer 263.000 werklozen die geen baan zoeken, 64.000 Vlamingen in de bijstand en 155.000 inactieven. Om voor die groep werken interessant te maken pleit Voka voor een Vlaamse jobkorting of jobstimulans van 100 euro per maand voor lonen tot 2500 euro bruto. Die moeten de bedrijven niet betalen, maar is een belastingverlaging die de volgende Vlaamse regering doorvoert.

2. Behoefte aan 2,4 miljard euro extra overheidsinvesteringen

Ondanks de hoge overheidsuitgaven (de primaire uitgaven schommelen nog altijd rond 50 procent van het bruto binnenlands product) trekt België 2,2 procent van het bbp te weinig uit voor publieke investeringen. Decennia van publieke onderinvesteringen hebben geleid tot een beperkte kapitaalvoorraad van amper 41 procent van het bbp in 2015. Voka pleit daarom voor een 'spending shift' van consumptieve uitgaven naar productieve investeringsuitgaven. Er moet ruimte komen voor 2,4 miljard euro extra Vlaamse en federale overheidsinvesteringen, bovenop wat al is voorzien. De focus moet daarbij liggen op innovatie, mobiliteit, vorming en zorg. Voka pleit voor 1,3 miljard euro herinvesteringen in zorg en welzijn, 500 miljoen euro extra in mobiliteit, 500 miljoen euro extra in innovatiekredieten en 100 miljoen euro extra investeringen en vorming.

3. Vooral besparen op federaal niveau en in de sociale zekerheid

De Vlaamse lastenverlaging (de jobstimulans zou 500 miljoen euro kosten) en de extra overheidsinvesteringen moeten opgevangen worden door een beperkte uitgavengroei op Vlaams niveau. Om het al bereikte begrotingsevenwicht te behouden wordt gedacht aan een gemiddelde jaarlijkse uitgavengroei van 0,6 procent van het bbp.

Volgens Voka situeert de sanering van de overheidsfinanciën zich de komende jaren voor 90 procent op federaal niveau. Het verkiezingsmemorandum is duidelijk: "Er dringt zich op het federale niveau een shocktherapie op in de jaren 2019 en 2020." Het structurele saldo is de voorbije legislatuur weliswaar verbeterd van -2,6 procent van het bbp naar -1 procent gegaan, maar bij ongewijzigd beleid zal het verder oplopen. Volgens het Federaal Planbureau zou weleens een bijkomende inspanning van 8,2 miljard euro nodig zijn om de begroting structureel in evenwicht te brengen. Entiteit I (federale begroting en sociale zekerheid) zou de uitgaven in de eerste twee jaar van de legislatuur moeten doen krimpen met 1,6 procent.

Voka is met voorstellen aan de uitgavenkant wel voorzichtig. De focus ligt op efficiëntiebesparingen. Zo zouden 20 procent van de uitgaven in de gezondheidszorg worden verspild. Men zou dus dezelfde dienstverlening kunnen bekomen met minder uitgaven. Verder stelt het verkiezingsmemorandum dat "we dankzij een efficiënte overheid winsten kunnen boeken op het vlak van fiscale druk. Er is 6 procent efficiëntiewinst op de primaire uitgaven mogelijk, zowel Vlaams als federaal."

4. Slimme kilometerheffing vervangt verkeersbelastingen

Om het mobiliteitsprobleem aan te pakken voert Vlaanderen volgens Voka best een slimme kilometerheffing voor iedereen in. Dat moet wel in overleg met andere gewesten gebeuren. De heffing varieert volgens plaats, tijd en milieukenmerken en vervangt alle bestaande verkeersbelastingen, zodat de ingreep budgetneutraal is. Indien er alsnog meer inkomsten zouden zijn, dan worden ze geherinvesteerd in mobiliteitsinfrastructuur.

5. Geen beperking werkloosheidsuitkering in de tijd, wel privatisering uitbetaling van de uitkering

Opvallend is dat Voka niet langer pleit voor een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. In haar memorandum heeft de Vlaamse werkgeversorganisatie het nu over de "hervorming van de werkloosheidsverzekering naar een werkverzekering" met hogere uitkeringen maar een sterkere degressiviteit en na verloop van tijd lagere forfaitaire uitkeringen. De uitbetaling van de werkloosheidsverzekering moet niet meer gebeuren door vakbonden maar door private partners.