In 2020 wordt het tweede deel van de hervorming van de vennootschapsbelasting doorgevoerd. Nadat het basistarief in de vennootschapsbelasting in 2018 al is verminderd van 33,99 naar 29 procent, volgt in 2020 een daling naar 20 procent. Voor kmo's was het tarief al gezakt naar 20 procent voor de eerste 100.000 euro winst. Vanaf volgend jaar kunnen grote bedrijven ook aan fiscale consolidatie doen. Dat betekent dat ze verliezen van dochterbedrijven in België of elders in de Europese Unie kunnen aftrekken.

De sp.a pleitte er begin deze week voor die hervormingen niet door te laten gaan. Die belastingverlagingen doen de inkomsten voor de staatskas dalen. Volgens de Nationale Bank zakken ze van 3,6 procent van het bbp in 2019 naar 3,4 procent van het bbp in 2020. De Vlaamse socialisten wijzen op de precaire begrotingstoestand en zien in het bevriezen van de nieuwe vennootschapsbelasting een manier om de staatskas te spekken. Kortom, voor de sp.a blijven bedrijven een kaskoe voor de overheid. En dat terwijl de bedrijven al veel afdragen. Volgens berekeningen van Voka dragen de Belgische ondernemingen meer af aan de overheid dan in vergelijkbare landen, namelijk 21,6 procent van netto toegevoegde waarde in vergelijking met bijvoorbeeld 8,8 procent in Denemarken en 16,1 procent in Duitsland.

Het pleidooi van de sp.a houdt ook geen rekening met een belangrijke oorzaak van de verwachte dalende inkomsten uit de vennootschapsbelasting. Dat is een gevolg van de hogere boetes voor bedrijven die geen voorafbetaling doen van vennootschapsbelasting. Die truc van de regering-Michel heeft de staatskas in de periode 2017-2019 extra inkomsten opgeleverd. Maar belastingen kan je maar één keer betalen. Dat de inkomsten uit die vennootschapsbelasting afnemen, komt gewoon omdat door die voorafbetalingen later, bij de eigenlijke aanslag, minder effectief wordt betaald.

Edward Roosens, de hoofdeconoom van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), stelde terecht dat een lagere vennootschapsbelasting meer dan noodzakelijk is. De opbrengst uit die belasting steeg tussen 2000 en 2017 met 4,5 miljard euro door het uitdoven van de notionele-intrestaftrek (een gevolg van de lage rente) en de acties van de EU en de OESO tegen fiscale niches voor vooral grote bedrijven.

Verslaafd aan dividenden

De bedrijven als cashkoe voor de overheid: dat is ook het verhaal achter de chaotische ontmanteling van het Luikse publiek-private vehikel Enodia, de vroegere intercommunale Publifin en de moederholding van Nethys, actief in onder andere kabel-tv, telecom en hernieuwbare energie. Publifin kwam een paar jaar geleden in opspraak, toen bleek dat bestuurders betaald werden voor vergaderingen die weinig of niets voorstelden. Bovendien kon topman Stéphane Moreau (PS) doen waar hij zin in had. Het Waals parlement besloot uiteindelijk Publifin-Nethys te ontmantelen en verschillende takken te privatiseren. Maar dat gebeurt - om het zacht uit te drukken - niet volgens de regels. Zo is de kabelpoot Voo voor de verkiezingen van 26 mei snel verkocht aan het Amerikaanse investeringsfonds Providence. En Elicio (de divisie hernieuwbare energie) en Win (ICT) worden verkocht aan Ardentia, waar Moreau zelf bestuurder is. De nieuwe Waalse regering wil nu snel duidelijkheid over de transacties. Moreau liet ondertussen weten zich terug te trekken uit Ardentia, maar zijn rol in de verschillende transacties doet in Wallonië nog altijd veel vragen rijzen.

Opvallend is dat de belangrijkste aandeelhouders van Enodia (ex-Publifin) vooral aandacht hebben voor de inkomsten die ze uit de publiek-private structuur halen. De provincie Luik (53,91%) en de 76 gemeentes (45,8%) zijn de belangrijkste aandeelhouders. Die waren in het verleden vooral bezorgd over de dividenden die hun richting uit kwamen. Dat is niet veranderd. Wanneer burgemeesters ondervraagd worden over de ontmanteling van Enodia, gaat het steevast over twee zaken. Ten eerste: komt er nog een superdividend voor de definitieve ontmanteling? Ten tweede: hoeveel halen de lokale besturen uit de verkoop en de privatisering? De toekomst van de divisies en de rol van Stéphane Moreau lijken van ondergeschikt belang.