Zondag. De economie mag al groener zijn, als de oliebevoorrading in het gedrang komt, zet de wereld zich schrap. Een welgemikte aanval op twee sleutelinstallaties halveerde de productiecapaciteit van Saudi-Arabië. Dat is schrikken, want Saudi-Arabië speelt nog altijd een cruciale rol op de oliemarkten. Niet alleen omdat het land met een marktaandeel van ongeveer 10 procent een van de grootste leveranciers is, maar vooral omdat het de grootste reservecapaciteit heeft. Saudi-Arabië is de enige die snel de oliekraan kan opendraaien als er tekorten dreigen. Het land wordt daarom weleens de centrale bank van de oliemarkten genoemd, omdat het als enige land garant kan staan voor bevoorradingszekerheid bij betaalbare prijzen. Als dus de oliepomp van de wereld kwetsbaar blijkt te zijn voor aanvallen met drones en kruisraketten, kan dat de olieprijs permanent hoger sturen.

Na de eerste schrikreactie op maandag, keerde een relatieve rust in de loop van de week terug op de oliemarkten. Saudi-Arabië gaf aan dat een groot deel van de productieschade vrij snel kan worden hersteld. Maar daarmee is de kous niet af. De spanningen in het Midden-Oosten, en vooral tussen de aartsrivalen Saudi-Arabië en Iran, nemen overhand toe. Beide landen vechten een bloedige burgeroorlog in Jemen uit, en voeren ook een economische oorlog. Sinds de Verenigde Staten in 2015 uit het nucleaire akkoord met Iran stapten, leggen ze, daarbij gesteund en aangemoedigd door Saudi-Arabië, zware economische sancties op aan Iran, met als een van de doelstellingen de Iraanse export van olie tot nul te herleiden. De Iraanse economie is al in recessie, en nog hardere sancties kunnen het land verder in het nauw drijven. Iran lijkt met de aanval op de Saudische olieproductie de rivalen een koekje van eigen deeg te serveren. Of zoals Amy Meyers Jaffe, energiespecialiste van de Council on Foreign Relations het verwoordt: "Iran zegt eigenlijk: jullie kunnen ons niet tegenhouden. Dat is Clint Eastwood-diplomatie: 'Go ahead, make may day.' Kortom, de kans op een verdere escalatie is ongemakkelijk hoog.

Het zou niet de beste dag zijn van België als dat scenario realiteit wordt. De Belgische economie is nog altijd bijzonder kwetsbaar voor een stijging van de olieprijs, omdat onze industrie vrij energie-intensief is, en omdat we, in vergelijking met de buurlanden, meer kilometers rijden en ons huis meer met stookolie verwarmen. Ongeveer 15 procent van het gezinsbudget gaat op aan verwarming, elektriciteit en transport. Een vuistregel is dat als de olieprijs met 10 dollar per vat stijgt, ons dat op jaarbasis ongeveer 1 miljard euro kost. Die financiële aderlating is als een belasting waarvan de opbrengst naar het buitenland vloeit en waarvoor je niets in de plaats krijgt. Zo'n lek van de binnenlandse koopkracht kunnen we missen als kiespijn, zeker nu de conjunctuur verzwakt. Ter illustratie, de stijging van de olieprijzen van vorig jaar verhoogde de Belgische nettofactuur voor energieproducten met 4,5 miljard euro in de eerste negen maanden van 2018 in vergelijking met dezelfde periode van vorig jaar. Het is een factuur die je liever niet elk jaar in de bus krijgt. In de Perzische Golf wordt aan een grotere belastingverhoging gewerkt dan in de Wetstraat.

Dinsdag. De Amerikaanse centrale bank, de Fed, moest deze week onverwacht tot vier keer toe loodgieter spelen op de financiële markten. Enkele cruciale leidingen van de Amerikaanse geldmarkten waren verstopt geraakt. Op de zogenaamde repomarkten, waar marktpartijen cash geld lenen tegen een onderpand, stegen de rentevoeten tot 10 procent, wat wees op een acute schaarste aan cash. Normaal schommelen die rentevoeten rond de beleidsrente van de Fed, die 2 procent bedraagt.

Het is altijd even schrikken als de geldmarkten haperen, want dat komt uit het draaiboek van de grote financiële crisis van tien jaar geleden. Maar deze keer ligt wantrouwen tussen de banken niet aan de basis van de geldschaarste. De Amerikaanse banken zijn winstgevend en solvabel. Analisten wijzen op een aantal technische elementen. Enkele grote ondernemingen betaalden deze week hun belastingen en spraken daarvoor hun bankrekeningen aan. Tegelijk verkocht de Amerikaanse schatkist een pak certificaten, waarvoor heel wat spelers cash nodig hadden. De vraag naar cash oversteeg het aanbod, met als gevolg een stijgende rente op de repomarkten waar cash wordt verhandeld. De stabiliteit van het financiële systeem kwam nooit in het gedrang, ook omdat de Amerikaanse centrale bank te hulp schoot. Ze is een loodgieter die meteen komt als je belt, toch sinds de financiële crisis. Marktpartijen konden bij de Fed de cash lenen die ze niet op de markt vonden.

Er mag een sussende uitleg zijn voor de hapering op de geldmarkten, toch liggen een aantal structurele factoren aan de plotse 'dash for cash'. Om voldoende liquide te blijven, of om aan de geldvraag van hun klanten te kunnen voldoen, rekenen de Amerikaanse banken sinds de financiële crisis veel meer op reserves die ze aanhouden bij de Fed. Die reserves zijn flink afgenomen omdat de Fed het programma van geldverruiming, of het zogenaamde QE-beleid, de voorbije jaren gedeeltelijk ongedaan heeft gemaakt. In 2014 hadden de Amerikaanse banken nog voor 2900 miljard overtollige reserves uitstaan bij de Fed. Die reserves zijn gedaald tot 1,3 miljard dollar. Mogelijk zijn de bankreserves gedaald tot een te laag niveau om te garanderen dat de geldmarkten vlot functioneren. Als dat zo is, dan zullen de volgende maanden regelmatiger spanningen optreden op de geldmarkten. Dat is niets wat de Fed niet kan oplossen. Maar het is duidelijk dat de Amerikaanse centrale bank, net als vele buitenlandse collega's, sinds de financiële crisis een veel grotere rol speelt op de financiële markten, en dat die rol een permanent karakter heeft gekregen. Zelfs de centrale banken moeten nog hun weg zoeken in die nieuwe architectuur.

Woensdag. O ja, de Fed verlaagde deze week ook de beleidsrente met 25 basispunten naar 2 procent. Er is in principe geen verband met de moeilijkheden op de repomarkt, maar de renteverlaging kon geen kwaad. De Fed wil met de renteverlaging vooral de Amerikaanse economie ondersteunen, want de bedrijfsinvesteringen boeren achteruit en de industriële sectoren krijgen het lastig. De boosdoener moet niet ver gezocht worden. De onzekerheid die gepaard gaat met de handelsoorlogen eist ook op Amerikaanse bodem een steeds grotere tol. China lacht in zijn vuistje. De financiële markten reageerden vrij onverschillig op de renteverlaging, want ze lag in de lijn der verwachtingen, en de Fed houdt nog altijd vol dat ook deze tweede renteverlaging niet het begin is van een langere reeks. Het beleid is afhankelijk van de economische gang van zaken. Zelfs de Fed kan de toekomst niet voorspellen. Vroeger kon je nog varen op een aantal vooruitlopende indicatoren, nu moeten economen vooral de Twitter-account van Trump in de gaten houden.

Donderdag. Het was een tijdje geleden dat het Arco-dossier nog eens de kop opstak, en het was nog langer geleden dat we nog iets gehoord hadden van Francine Swiggers. De topvrouw van de financiële holding van de christelijke arbeidersbeweging is volgens velen medeverantwoordelijk voor het debacle van Arco. De holding ging in 2011 kopje-onder na de ontmanteling van de Dexia-groep. Eigenaardig genoeg werd Swiggers benoemd tot vereffenaar. Al snel bleek dat de Arco-coöperanten, vaak gewone spaarders, hun geïnvesteerde centen - in totaal 1,5 miljard euro - kwijt waren.

Zo'n 2000 coöperanten ging in zee met het adviesbureau Deminor en startten rechtszaken tegen de Arco-vennootschappen, de bank Belfius, de Belgische staat en Francine Swiggers. Donderdag raakte bekend dat de Arco-topvrouw op haar beurt al die coöperanten individueel dagvaardt wegens 'een tergend en roekeloos geding'. Bovendien eist ze een maximale rechtsplegingsvergoeding. Die moet de verliezer van een rechtsgeding aan de winnaar betalen als bijdrage tot diens kosten en kan in theorie voor elke coöperant oplopen tot meer dan 1000 euro.

Wat een beetje onder de radar bleef, is dat ook de Arco-vennootschappen en zelfs de bank Belfius en de Belgische staat vergelijkbare eisen stellen. Als de coöperanten de procedure verliezen, zou hen dat meer geld kosten dan wat ze verloren aan Arco. In de praktijk ziet het ernaar uit dat Swiggers, Arco en Belfius vooral druk willen zetten op Deminor, dat zich ertoe geëngageerd heeft de gerechtskosten te betalen. Daarvoor gebruiken ze een courante juridische praktijk: als iemand tegen je procedeert, dien dan zelf een claim in tegen die partij. Vaak komen de twee partijen er daarna maar uit als ze hun wederzijdse aanklacht laten vallen. Dat is precies wat Francine Swiggers en de andere betrokkenen willen: dat de procedures tegen hen worden stopgezet.

De juridische actie zorgde voor veel kwaadheid en onbegrip bij de Arco-coöperanten die via een rechtszaak hopen hun verloren centen te recupereren. In de pers werd vooral Francine Swiggers zwaar onder vuur genomen. Koud, cynisch, beschamend,... Onbegrijpelijk hoe iemand die mee verantwoordelijk is voor het geldverlies van de coöperanten nu diezelfde mensen nog eens het geld uit de zakken klopt, luidt de kritiek. Maar Swiggers weet al sinds 2011 dat ze de perceptie over haar persoon niet meer kan keren, en heeft dus niets te verliezen. De prijs van sympathiekste bankier zal ze nooit winnen.

Nog op donderdag vielen speurders van het gerecht binnen in de woning en het kantoor van Dominique Leroy, die vrijdag afzwaaide bij Proximus om op 1 december te beginnen bij het Nederlandse KPN. Aanleiding is een onderzoek naar mogelijke handel met voorkennis, omdat Leroy op 1 augustus voor 285.342 euro aandelen van Proximus verkocht. Leroy ontkent dat ze toen al wist dat ze zou overstappen naar KPN. Waarnemers fronsen de wenkbrauwen bij zoveel machtsvertoon van het gerecht, omdat dat niet in proportie tot de aanklacht is. Het ging bovendien om een kleine transactie, met een heel beperkte winst op basis van de koersbeweging op de aankondiging van haar vertrek, ruim een maand later. Dat de FSMA, de toezichthouder op de markt, de zaak tegen het licht houdt, is normaal. Maar een huiszoeking, op het ogenblik dat de CEO haar afscheid viert? Welke ernstige CEO, die dit moet aanschouwen, wil nog Proximus leiden? Nu, het was niet verstandig van Dominique Leroy om eind augustus aandelen van Proximus te verkopen. De vraag is hoe KPN zal reageren. Je zal maar voorzitter zijn van de raad van bestuur van KPN, als je moet vaststellen dat de CEO die je net hebt aangetrokken, in een gerechtelijk onderzoek is beland. Het woord is aan Duco Sickinghe.