"We hebben alles georganiseerd om de bevoorradingszekerheid te garanderen, maar er kan altijd iets gebeuren." Dat was de reactie van eerste minister Alexander De Croo (Open Vld) op de kritiek dat nog veel onduidelijkheid bestaat over het principeakkoord met Engie Electrabel over de verlengde levensduur van de jongste twee kerncentrales, Doel 4 en Tihange 3. Het is symptomatisch voor de federale regering. "We zien later wel", is de teneur.
...

"We hebben alles georganiseerd om de bevoorradingszekerheid te garanderen, maar er kan altijd iets gebeuren." Dat was de reactie van eerste minister Alexander De Croo (Open Vld) op de kritiek dat nog veel onduidelijkheid bestaat over het principeakkoord met Engie Electrabel over de verlengde levensduur van de jongste twee kerncentrales, Doel 4 en Tihange 3. Het is symptomatisch voor de federale regering. "We zien later wel", is de teneur.Het blijft onduidelijk of de reactoren ook effectief klaar zullen zijn wanneer we ze nodig hebben. Dat de factuur voor de ontmanteling van de resterende kerncentrales niet naar de consument wordt doorgeschoven, is geen garantie. Hetzelfde geldt voor de kosten van de berging van het nucleair afval. De eerste minister kan gemakkelijk beweren dat er geen extra belastingen komen om de kosten van een deal te verhalen op de gewone Belg. Want wanneer de kostprijs van de deal echt duidelijk wordt, hebben we wellicht al een andere federale regering.De paars-groene+ coalitie maakt er een sport van alle heikele dossiers te laten aanslepen. Als dan toch wordt gemeld dat er een akkoord is, dan vallen de vele onzekerheden op. Het geldt voor de nucleaire deal, maar bijvoorbeeld ook voor de taks op de overwinsten van energiebedrijven, die de federale regering vorig jaar afklopte. De opbrengst ervan is al mooi ingeschreven in de begroting en moet de steunmaatregelen voor een hoge energiefacturen financieren. Dat staat vast, maar juristen lieten vorige herfst al snel weten dat de energiebedrijven juridische stappen zullen ondernemen om die overwinstbelasting te betwisten. Met een redelijke kans op succes.Toen journalisten dat voorlegden aan federale excellenties, reageerde onder anderen minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) kribbig: uiteraard verwacht men klachten van energiebedrijven, maar de regering staat volgens hem stevig in haar schoenen en zal uiteindelijk wel haar gelijk halen. Alleen is de kans groot dat een juridisch geschil over de overwinsttaksen pas na 2024 zijn beslag krijgt. Indien het een probleem wordt, dan is het voor de volgende federale regering. Wellicht zonder Frank Vandenbroucke als minister. Zo is het natuurlijk gemakkelijk om zichzelf op de borst te kloppen. De volgende regering dreigt wel een lijk in de kast te vinden.En dat zal dan wellicht niet het enige zijn. Wat te denken van de vaudeville die de pensioenhervorming aan het worden is? Twee pogingen om noodzakelijke maatregelen te nemen die voor langere loopbanen zullen zorgen en het systeem betaalbaar moeten houden, zijn mislukt. Het pensioenplan van de bevoegde minister, Karine Lalieux (PS), is zelfs een stap achteruit, want volgens het Planbureau dreigt het de pensioenfactuur te verhogen.Met als gevolg dat de Europese Commissie druk zet op de federale regering: onderneem een derde poging om de pensioenen echt te hervormen. En de Commissie heeft een drukkingsmiddel: 847 miljoen euro aan coronasubsidies komen er pas, als de regering hier een aantal doelstellingen heeft gehaald.Maar plots lijkt er geen haast meer. De federale regering zou aan de Commissie hebben gevraagd te wachten tot maart. Dan pas zou ze met een pensioenakkoord komen en de coronacheque van 847 miljoen aanvragen. Aangezien de partijen er de voorbije jaren niet in geslaagd zijn tot een vergelijk te komen, rijst de vraag of het de komende twee maanden wel lukt.Echte ingrepen in het pensioenstelsel zullen er pas in de volgende regeerperiode komen, wanneer de factuur voort is opgelopen en men met het mes op de keel moet hervormen. Hetzelfde geldt voor de begroting. Bij de begrotingscontrole in maart vallen wel wat bijsturingen te verwachten, maar een structurele sanering zit er niet aan te komen.Ondertussen stijgen rentelasten op de schuld langzaam maar zeker. Bij de begrotingsopmaak in oktober ging de regering uit van een langetermijnrente van 2,1 procent. Nu bedraagt die 2,9 procent. Het gevolg is dat de herfinanciering van de schuld in 2023 (voor 45 miljard euro aan obligaties) honderden miljoenen euro's aan bijkomende rentekosten met zich brengt. Extra werk dus voor de begrotingscontrole in maart-april. En voor de volgende beleidsploeg. Want de rente zal niet direct dalen en met een van de hoogste begrotingstekorten in de EU zullen de Belgische rentelasten blijven stijgen. Na 2024 moeten we betalen voor het verwaarloosde begrotingsbeleid van de regering-De Croo.