Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bracht een bezoekje aan de Britten, voor het eerst sinds Boris Johnsons verkiezingsoverwinning vorig jaar. Voorts landde het roterende voorzitterschap van de Europese Raad bij Kroatië.
...

Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen bracht een bezoekje aan de Britten, voor het eerst sinds Boris Johnsons verkiezingsoverwinning vorig jaar. Voorts landde het roterende voorzitterschap van de Europese Raad bij Kroatië.De studiedienst van het Europees Parlement is wel al wakker geschoten en boog zich over de vraag hoe belangrijk data zullen worden in de digitaliserende economie. Is data de nieuwe olie? luidt de titel van het rapport daarover. Als je kijkt naar de tabel die 's werelds grootste bedrijven van nu vergelijkt met die van tien jaar terug, is het antwoord duidelijk ja. In 2008 waren PetroChina, Exxon, General Electric, China Mobile en ICBC de grootste globale spelers. Nu zijn dat Apple, Google, Microsoft, Amazon en Facebook.Daarmee is, zoals Trends eerder al schreef, het belang van ontastbare zaken, zoals intellectuele eigendom, merkbekendheid, software of gewoonweg ideeën, belangrijker geworden dan fabrieken, machines en pijpleidingen.Die digitale superbedrijven zijn niet alleen gegroeid, ze hebben ook hun marktmacht vergroot. Ze steken de vrijemarktconcurrentie stokken in de wielen, doordat ze voor sommige digitale dienstverlening bijna monopolies vormen. Bij de webbrowsers heeft Google 65 procent van de markt in handen, voor onlinezoekmachines is dat zelfs 93 procent, terwijl Facebook 66 procent uitmaakt van het globale ecosysteem van sociale media.Aangezien data de voornaamste grondstof zijn in die digitale economie, is het belangrijk dat bepaalde spelers daar geen alleenrecht op krijgen. Net dat dreigt te gebeuren. De eigendom van alle digitale data zit geconcentreerd bij een beperkt aantal spelers. Een bijkomend probleem is dat veel technologieën van de toekomst, zoals artificiële intelligentie en machine learning, afhangen van data. Die kunnen maar ontwikkeld worden door een gigantische berg aan data te verwerken. En als die gegevens in handen zijn van een beperkt aantal spelers, hebben zij een concurrentieel voordeel bij de ontwikkeling van die nieuwe technologieën, waarmee ze hun marktpositie nog meer kunnen versterken.De voornaamste uitdaging voor de Europese instellingen zal zijn die zelfversterkende concurrentiespiraal te doorbreken.Voor de financiëlerisicojunkies kwam de European Systemic Risk Board (ESRB) uit met zijn risk dashboard. Dat rapport zoomt in op de mogelijke systemische risico's in het Europese financieel systeem. Volgens de ESRB zijn er geen acute risico's, maar vergen sommige zaken wel extra aandacht. Een ervan is de totale schuldgraad van bepaalde landen. België staat op plaats zes in de Europese ranking. In ons land bedraagt de schuldenlast van de overheid, de gezinnen en de niet-financiële bedrijven net geen 300 procent van het bbp. De bedrijven nemen daarvan zo'n 110 procent voor hun rekening, de overheid iets meer dan 100 procent en de gezinnen zo'n 80 procent. Nederland, het nummer 3 in de lijst, heeft een iets hogere schuldgraad dan België, maar die wordt voor grotendeels door de bedrijven en de gezinnen gedragen.Voorts lanceerde de studiedienst van het Europees Parlement ook nog zijn vooruitblik Tien zaken om in 2020 in de gaten te houden. Bij die tien zaken zitten zowel verrassende ontwikkelingen, zoals hoe designdenken de democratie kan versterken, als evidente onderwerpen, zoals de klimaatverandering en de Europese meerjarenbegroting.