Er was deze week goed nieuws over de Vlaamse arbeidsmarkt. De Vlaamse werkzaamheidsgraad stijgt naar meer dan 76 procent. Misschien is het toch mogelijk dat Vlaanderen tegen het einde van deze legislatuur een werkzaamheidsgraad van 80 procent haalt.

Volgens de recente prognoses van de Nationale Bank is de Belgische arbeidsmarkt eveneens robuust. De jobcreatie valt wat terug, maar blijft positief. Er is sprake van een netto-jobcreatie van gemiddeld bijna 30.000 mensen per kwartaal sinds de start van 2021, waardoor het pre-crisisniveau van de binnenlandse werkgelegenheid al ruimschoots werd geëvenaard. In België is de 80 procent werkzaamheidsgraad nog veraf, maar men evolueert richting 72 procent.

Een ander opvallend bericht: de voorbije vier weken zijn er 46 procent meer studenten aan het werk dan in dezelfde periode in 2019, voor corona. Dat blijkt uit cijfers van de hr-dienstverlener Randstad. Oorzaken zijn de algemene schaarste op de arbeidsmarkt, de vele quarantainegevallen bij bedrijven en de traditionele eindejaarspiek in heel wat sectoren. De voorbije maand stelde Randstad gemiddeld 3.300 studenten per dag te werk. Het is een bewijs dat de Belgische arbeidsmarkt, ondanks de structurele rigiditeit op bepaalde momenten, toch wendbaar is.

Maar dat opbeurende nieuws werd zo goed als volledig verdrongen door het bericht over een verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen. Dat werd direct negatief geframed door de vakbonden en sommige experts. Concreet wil Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) vanaf 2023 iedereen die langer dan twee jaar werkloos is gemeenschapsdienst laten doen. Wie weigert, dreigt zijn uitkering te verliezen. In Vlaanderen zou het gaan om zo'n 70.000 langdurig werklozen.

Crevits is van oordeel dat zo'n maatregel de arbeidsethiek zal versterken. Het vermijdt dat bepaalde attitudes, zoals collegialiteit en stiptheid, niet verloren gaan. De vakbonden zijn echter niet overtuigd. Men vreest voor een stigmatisering van de werklozen. De Leuvense arbeidsmarktspecialist Ides Nicaise (HIVA) had het ook over stigmatisering en stelt op basis van evaluatiestudies in het buitenland dat het nettotewerkstellingseffect van zo'n gemeenschapsdienst op termijn nul is. Hij vreest ook een verdringing van de reguliere arbeid.

Onbeperkte uitkeringen en mank schorsingsbeleid

De cijfers van mensen als Nicaise verdienen zeker de nodige aandacht. Alleen zijn de critici van de gemeenschapsdienst net dezelfde die huiverachtig staan tegenover een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Dat bestaat in tal van buurlanden en heeft een positief effect op de werking van de arbeidsmarkt. In België bestaat die beperking niet en dan moet men inderdaad andere maatregelen nemen om langdurig werklozen niet definitief verloren te laten gaan voor de arbeidsmarkt. Zoals de verplichte gemeenschapsdienst.

Het debat over de werking van de arbeidsmarkt en de activering moet trouwens breder worden gevoerd dan rond één thema. Zeker nu er overal sprake is van krapte en personeelstekorten. Het aantal werkzoekenden per vacature behoort in België tot de laagste van Europa.

Terwijl er nu storm wordt gelopen tegen het verplichte gemeenschapswerk, was het bij een aantal arbeidsexperts zeer stil toen bleek dat er in Vlaanderen zeer weinig werklozen worden gesanctioneerd. Concreet werden er de voorbije zes maanden nauwelijks vijf werkloosheidsuitkeringen geschorst. De VDAB is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de controle en sanctionering van werkzoekenden, maar er zijn steeds meer signalen dat ze die taak niet naar behoren invult.

Federale hervormingen in de koelkast

De belangrijkste maatregelen om de arbeidsmarkt vlot te trekken situeren zich nog altijd op federaal niveau. En daar is het sinds de beleidsverklaring van premier Alexander De Croo (Open Vld) zeer stil. In oktober legde de federale regering de basis voor een aantal interessante hervormingen: gebruik van een deel van de opzegvergoeding voor opleiding, behoud van een deel van de uitkering bij het aannemen van een knelpuntberoep en een werkweek van 38 uur in vier in plaats van vijf dagen. Alleen moeten de sociale partners zich nog over die maatregelen buigen. Dat komt er concreet op neer dat die hervormingen in de koelkast verdwijnen. Dat de federale regering hen een deadline van zes maanden oplegt, verandert daar niets aan. Als die dossiers daarna opnieuw op de tafel van Vivaldi komen, leidt dat door de vele ideologische tegenstellingen gegarandeerd tot een nieuwe politieke blokkering.

Er was deze week goed nieuws over de Vlaamse arbeidsmarkt. De Vlaamse werkzaamheidsgraad stijgt naar meer dan 76 procent. Misschien is het toch mogelijk dat Vlaanderen tegen het einde van deze legislatuur een werkzaamheidsgraad van 80 procent haalt.Volgens de recente prognoses van de Nationale Bank is de Belgische arbeidsmarkt eveneens robuust. De jobcreatie valt wat terug, maar blijft positief. Er is sprake van een netto-jobcreatie van gemiddeld bijna 30.000 mensen per kwartaal sinds de start van 2021, waardoor het pre-crisisniveau van de binnenlandse werkgelegenheid al ruimschoots werd geëvenaard. In België is de 80 procent werkzaamheidsgraad nog veraf, maar men evolueert richting 72 procent.Een ander opvallend bericht: de voorbije vier weken zijn er 46 procent meer studenten aan het werk dan in dezelfde periode in 2019, voor corona. Dat blijkt uit cijfers van de hr-dienstverlener Randstad. Oorzaken zijn de algemene schaarste op de arbeidsmarkt, de vele quarantainegevallen bij bedrijven en de traditionele eindejaarspiek in heel wat sectoren. De voorbije maand stelde Randstad gemiddeld 3.300 studenten per dag te werk. Het is een bewijs dat de Belgische arbeidsmarkt, ondanks de structurele rigiditeit op bepaalde momenten, toch wendbaar is.Maar dat opbeurende nieuws werd zo goed als volledig verdrongen door het bericht over een verplichte gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen. Dat werd direct negatief geframed door de vakbonden en sommige experts. Concreet wil Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) vanaf 2023 iedereen die langer dan twee jaar werkloos is gemeenschapsdienst laten doen. Wie weigert, dreigt zijn uitkering te verliezen. In Vlaanderen zou het gaan om zo'n 70.000 langdurig werklozen.Crevits is van oordeel dat zo'n maatregel de arbeidsethiek zal versterken. Het vermijdt dat bepaalde attitudes, zoals collegialiteit en stiptheid, niet verloren gaan. De vakbonden zijn echter niet overtuigd. Men vreest voor een stigmatisering van de werklozen. De Leuvense arbeidsmarktspecialist Ides Nicaise (HIVA) had het ook over stigmatisering en stelt op basis van evaluatiestudies in het buitenland dat het nettotewerkstellingseffect van zo'n gemeenschapsdienst op termijn nul is. Hij vreest ook een verdringing van de reguliere arbeid.De cijfers van mensen als Nicaise verdienen zeker de nodige aandacht. Alleen zijn de critici van de gemeenschapsdienst net dezelfde die huiverachtig staan tegenover een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Dat bestaat in tal van buurlanden en heeft een positief effect op de werking van de arbeidsmarkt. In België bestaat die beperking niet en dan moet men inderdaad andere maatregelen nemen om langdurig werklozen niet definitief verloren te laten gaan voor de arbeidsmarkt. Zoals de verplichte gemeenschapsdienst.Het debat over de werking van de arbeidsmarkt en de activering moet trouwens breder worden gevoerd dan rond één thema. Zeker nu er overal sprake is van krapte en personeelstekorten. Het aantal werkzoekenden per vacature behoort in België tot de laagste van Europa.Terwijl er nu storm wordt gelopen tegen het verplichte gemeenschapswerk, was het bij een aantal arbeidsexperts zeer stil toen bleek dat er in Vlaanderen zeer weinig werklozen worden gesanctioneerd. Concreet werden er de voorbije zes maanden nauwelijks vijf werkloosheidsuitkeringen geschorst. De VDAB is sinds de zesde staatshervorming bevoegd voor de controle en sanctionering van werkzoekenden, maar er zijn steeds meer signalen dat ze die taak niet naar behoren invult.De belangrijkste maatregelen om de arbeidsmarkt vlot te trekken situeren zich nog altijd op federaal niveau. En daar is het sinds de beleidsverklaring van premier Alexander De Croo (Open Vld) zeer stil. In oktober legde de federale regering de basis voor een aantal interessante hervormingen: gebruik van een deel van de opzegvergoeding voor opleiding, behoud van een deel van de uitkering bij het aannemen van een knelpuntberoep en een werkweek van 38 uur in vier in plaats van vijf dagen. Alleen moeten de sociale partners zich nog over die maatregelen buigen. Dat komt er concreet op neer dat die hervormingen in de koelkast verdwijnen. Dat de federale regering hen een deadline van zes maanden oplegt, verandert daar niets aan. Als die dossiers daarna opnieuw op de tafel van Vivaldi komen, leidt dat door de vele ideologische tegenstellingen gegarandeerd tot een nieuwe politieke blokkering.