De Belgische economie begint het nieuwe jaar op slappe benen. In het eerste kwartaal van 2022 verwacht de Nationale Bank een bescheiden groei van 0,2 procent, net zoals in het huidige laatste kwartaal van 2021. De economie wordt nog enkele maanden geplaagd door hoge energieprijzen die de koopkracht en het consumentenvertrouwen aantasten, door aanslepende flessenhalzen in de aanvoerketens, en een verhoogde viruscirculatie. Het is nu afwachten welke schade omikron zal aanrichten, maar de Nationale Bank verwacht geen grote economische impact. "De economie gaat steeds beter om met de coronagolven", zegt gouverneur Pierre Wunsch.

Vanaf de lente zou de groei opnieuw moeten aantrekken, zodat over heel 2022 een groeicijfer van 2,6 procent verwacht wordt, na een spectaculaire groei van 6,1 procent in 2021. De coronacrisis zal de Belgische economie dus weinig tot geen permanente schade toebrengen. In de loop van 2023 zou onze welvaart opnieuw aanpikken met het groeipad van voor de crisis. De motor van het herstel blijft bestaan uit een aantrekkende consumptie, die gedragen wordt door een stijgende koopkracht. In de periode 2021-2024 stijgt de koopkracht per hoofd van de bevolking met ruim 6 procent. Ook een normalisatie van de spaarquote ondersteunt de consumptie, maar de spaarreserves die tijdens de crisis zijn opgepot, zullen grotendeels onaangeroerd blijven.

Dure energie is serieuze verarming

Het herstel wordt overschaduwd door de hoge energieprijzen, die via de automatische loonindexatie ook de competitiviteit van de bedrijven aantast. In de eerste maanden van het nieuwe jaar zal de Belgische inflatie zich boven 7 procent handhaven, om vanaf de lente te dalen. Over heel 2022 verwacht de Nationale Bank een inflatie van 4,9 procent, die bijna volledig te wijten is aan de fel gestegen energieprijzen. Aardgas bijvoorbeeld is op dit ogenblik zeven keer duurder dan normaal. "Elke maand dat deze hoge aardgasprijzen standhouden, kost dat de Belgische economie 1,8 miljard euro. Het grootste deel van die kosten wordt gedragen door de bedrijven", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank. Normaal gezien zouden de aardgasprijzen na de winter moeten dalen, maar dat is geen uitgemaakte zaak. "De energieschok betekent een serieuze verarming voor de Belgische economie. Als het conflict tussen Rusland en Oekraïne escaleert, dan is de sky the limit voor de aardgasprijzen", waarschuwt Pierre Wunsch.

Via de automatische indexering van de lonen sijpelen de hogere energieprijzen snel door in hogere loonkosten voor de ondernemingen. "De loonkosten stijgen in de periode 2022-2024 met ruim 9 procent. Dergelijke stijging hebben we al lang niet meer gezien", zegt Geert Langenus. De lonen in België stijgen in 2022 daarbij een stuk sneller dan in de buurlanden. "Onze lonen stijgen volgend jaar met ruim 4 procent, terwijl ze in Duitsland, Frankrijk en Nederland gemiddeld met minder dan 2 procent stijgen. Onze concurrentiepositie gaat in 2022 dus stevig achteruit", zegt Geert Langenus. Toch is deze aantasting van de competitiviteit een tijdelijk fenomeen. In 2024 zouden de lonen in de buurlanden sneller stijgen dan in België. De hogere energieprijzen leiden ook in de buurlanden tot hogere lonen, maar dat proces verloopt trager dan in België. "We zien in België het begin van een loonprijsspiraal, maar deze spiraal dooft normaal gezien snel uit, dankzij dalende energieprijzen en dankzij de wet van 1996 die de loonkosten in het gareel moet houden", zegt Geert Langenus.

De aantasting van de concurrentiekracht vertaalt zich in zwakkere export. De Belgische bedrijven verliezen al jarenlang geleidelijk marktaandeel op de internationale markten, maar in 2022 versnelt dat proces, met een verlies van marktaandeel van 1,6 procent. De bedrijven beperken die schade door de hogere loonkosten niet volledig te vertalen in hogere prijzen, wat druk zet op de winstgevendheid.

Aanhoudend zwakke overheidsfinanciën

Herstelt de Belgische economie verder, dan kan niet hetzelfde gezegd worden van de Belgische overheidsfinanciën. Het begrotingstekort is in het spoor van het economisch herstel afgenomen, maar blijft de volgende jaren hangen rond een structureel tekort van 4 procent. Aan de basis liggen structureel hogere overheidsuitgaven. Deze uitgaven zijn met 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gestegen tussen 2019 en 2022. "Deze hogere uitgaven zijn een politieke keuze, maar ik pleit voor een grondige doorlichting van de uitgaven of voor een meerjarenbegroting om de uitgaven onder controle te krijgen", zegt Pierre Wunsch.

"Een begrotingstekort van 4 procent is op zich niet dramatisch, maar onze schuldgraad stijgt opnieuw", zegt Wunsch. "Bij een nieuwe recessie kan het tekort opnieuw oplopen naar 6 of 7 procent. Dan zullen de financiële markten reageren, en dan zullen wij moeten saneren tijdens een recessie. We moeten dus buffers bouwen om de volgende schok op te vangen. Daarom pleit ik ervoor te streven naar een tekort van 3 procent tegen 2024", zegt Pierre Wunsch, die ook opmerkt dat het eigenlijke structurele tekort 5 procent bedraagt in plaats van 4 procent, als ook rekening gehouden wordt met de Belgische inspanning om het Europese herstelfonds te financieren. België levert een grotere bijdrage dan het zelf krijgt uit dit fonds. "De nettobijdrage bedraagt 1 procent van het bbp de volgende jaren, en moet bij het begrotingstekort geteld worden", zegt Pierre Wunsch.

De Belgische economie begint het nieuwe jaar op slappe benen. In het eerste kwartaal van 2022 verwacht de Nationale Bank een bescheiden groei van 0,2 procent, net zoals in het huidige laatste kwartaal van 2021. De economie wordt nog enkele maanden geplaagd door hoge energieprijzen die de koopkracht en het consumentenvertrouwen aantasten, door aanslepende flessenhalzen in de aanvoerketens, en een verhoogde viruscirculatie. Het is nu afwachten welke schade omikron zal aanrichten, maar de Nationale Bank verwacht geen grote economische impact. "De economie gaat steeds beter om met de coronagolven", zegt gouverneur Pierre Wunsch.Vanaf de lente zou de groei opnieuw moeten aantrekken, zodat over heel 2022 een groeicijfer van 2,6 procent verwacht wordt, na een spectaculaire groei van 6,1 procent in 2021. De coronacrisis zal de Belgische economie dus weinig tot geen permanente schade toebrengen. In de loop van 2023 zou onze welvaart opnieuw aanpikken met het groeipad van voor de crisis. De motor van het herstel blijft bestaan uit een aantrekkende consumptie, die gedragen wordt door een stijgende koopkracht. In de periode 2021-2024 stijgt de koopkracht per hoofd van de bevolking met ruim 6 procent. Ook een normalisatie van de spaarquote ondersteunt de consumptie, maar de spaarreserves die tijdens de crisis zijn opgepot, zullen grotendeels onaangeroerd blijven.Het herstel wordt overschaduwd door de hoge energieprijzen, die via de automatische loonindexatie ook de competitiviteit van de bedrijven aantast. In de eerste maanden van het nieuwe jaar zal de Belgische inflatie zich boven 7 procent handhaven, om vanaf de lente te dalen. Over heel 2022 verwacht de Nationale Bank een inflatie van 4,9 procent, die bijna volledig te wijten is aan de fel gestegen energieprijzen. Aardgas bijvoorbeeld is op dit ogenblik zeven keer duurder dan normaal. "Elke maand dat deze hoge aardgasprijzen standhouden, kost dat de Belgische economie 1,8 miljard euro. Het grootste deel van die kosten wordt gedragen door de bedrijven", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank. Normaal gezien zouden de aardgasprijzen na de winter moeten dalen, maar dat is geen uitgemaakte zaak. "De energieschok betekent een serieuze verarming voor de Belgische economie. Als het conflict tussen Rusland en Oekraïne escaleert, dan is de sky the limit voor de aardgasprijzen", waarschuwt Pierre Wunsch.Via de automatische indexering van de lonen sijpelen de hogere energieprijzen snel door in hogere loonkosten voor de ondernemingen. "De loonkosten stijgen in de periode 2022-2024 met ruim 9 procent. Dergelijke stijging hebben we al lang niet meer gezien", zegt Geert Langenus. De lonen in België stijgen in 2022 daarbij een stuk sneller dan in de buurlanden. "Onze lonen stijgen volgend jaar met ruim 4 procent, terwijl ze in Duitsland, Frankrijk en Nederland gemiddeld met minder dan 2 procent stijgen. Onze concurrentiepositie gaat in 2022 dus stevig achteruit", zegt Geert Langenus. Toch is deze aantasting van de competitiviteit een tijdelijk fenomeen. In 2024 zouden de lonen in de buurlanden sneller stijgen dan in België. De hogere energieprijzen leiden ook in de buurlanden tot hogere lonen, maar dat proces verloopt trager dan in België. "We zien in België het begin van een loonprijsspiraal, maar deze spiraal dooft normaal gezien snel uit, dankzij dalende energieprijzen en dankzij de wet van 1996 die de loonkosten in het gareel moet houden", zegt Geert Langenus.De aantasting van de concurrentiekracht vertaalt zich in zwakkere export. De Belgische bedrijven verliezen al jarenlang geleidelijk marktaandeel op de internationale markten, maar in 2022 versnelt dat proces, met een verlies van marktaandeel van 1,6 procent. De bedrijven beperken die schade door de hogere loonkosten niet volledig te vertalen in hogere prijzen, wat druk zet op de winstgevendheid.Herstelt de Belgische economie verder, dan kan niet hetzelfde gezegd worden van de Belgische overheidsfinanciën. Het begrotingstekort is in het spoor van het economisch herstel afgenomen, maar blijft de volgende jaren hangen rond een structureel tekort van 4 procent. Aan de basis liggen structureel hogere overheidsuitgaven. Deze uitgaven zijn met 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) gestegen tussen 2019 en 2022. "Deze hogere uitgaven zijn een politieke keuze, maar ik pleit voor een grondige doorlichting van de uitgaven of voor een meerjarenbegroting om de uitgaven onder controle te krijgen", zegt Pierre Wunsch."Een begrotingstekort van 4 procent is op zich niet dramatisch, maar onze schuldgraad stijgt opnieuw", zegt Wunsch. "Bij een nieuwe recessie kan het tekort opnieuw oplopen naar 6 of 7 procent. Dan zullen de financiële markten reageren, en dan zullen wij moeten saneren tijdens een recessie. We moeten dus buffers bouwen om de volgende schok op te vangen. Daarom pleit ik ervoor te streven naar een tekort van 3 procent tegen 2024", zegt Pierre Wunsch, die ook opmerkt dat het eigenlijke structurele tekort 5 procent bedraagt in plaats van 4 procent, als ook rekening gehouden wordt met de Belgische inspanning om het Europese herstelfonds te financieren. België levert een grotere bijdrage dan het zelf krijgt uit dit fonds. "De nettobijdrage bedraagt 1 procent van het bbp de volgende jaren, en moet bij het begrotingstekort geteld worden", zegt Pierre Wunsch.