Om ondernemingen en werknemers verder door de coronacrisis te helpen, hebben de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) een nieuw akkoord bereikt. Zo wordt de cao verlengd, die de tijdelijke werkloosheid voor werknemers in coronatijden regelt. De sociale partners beslisten daarom cao nr. 147/147bis - die overeengekomen werd bij de aanvang van de coronacrisis om sectoren en ondernemingen die geen cao hebben, toegang te geven tot de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor bedienden - retroactief te verlengen van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2021. De cao voorziet in een werkgeverssupplement van 5,63 euro per dag tijdelijke werkloosheid per werknemer, en biedt toegang tot het klassieke stelsel van economische werkloosheid voor de bedienden en het corona-overgangsstelsel.

Corona-akkoord sociale partners stuurt factuur nog maar eens door naar belastingbetaler.

Belangrijker is dat de periodes van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht worden meegeteld in de berekening van de jaarlijkse vakantie. Dat betekent dat iedereen in 2021 zijn volledige vakantiegeld krijgt. Bedrijven die zwaar lijden onder de coronacrisis, zijn daar niet happig op. Zij vrezen een te zware factuur, net nu ze veel omzetverlies hebben geleden. Maar de werkgevers en de vakbonden in de interprofessionele Groep van Tien schieten te hulp: zij vragen aan de regering de bedrijven te steunen, zodat het vakantiegeld kan worden betaald. Daar hangt een prijskaartje aan van 180 miljoen euro.

Belastinggeld als glijmiddel voor een sociaal akkoord

Het is legitiem dat tijdelijk werklozen volgend jaar een koopkrachtimpuls krijgen via het vakantiegeld, maar de aanpak van de sociale partners doet vragen rijzen. We zijn weer aanbeland bij de oude praktijken, waarbij de werkgevers de sociale vrede afkopen met een voor de vakbonden interessante financiële deal. De factuur wordt doorgeschoven naar de regering, en dus de belastingbetaler. In het verleden hebben de sociale partners vaak een beroep gedaan op de regering om een sociaal akkoord te smeren. Dat is dus niet nieuw. Maar er is nu geen geld voor.

De vraag is of die door de belastingbetaler gefinancierde coronadeal van de Groep van Tien geen manier is om de onderhandelingen voor een interprofessioneel akkoord 2021-2022 vlot te laten verlopen. Die vinden eind dit jaar plaats. Deze deal in de NAR, die de goedkeuring krijgt van de regering, kan ervoor zorgen dat de loononderhandelingen straks niet op het scherp van de snee worden gevoerd. De werkgevers zijn bang dat de vakbonden met zware looneisen zullen komen. Dat zou nadelig zijn voor de recent verbeterde concurrentiepositie van de Belgische ondernemingen.

Het slot op de hervorming van de arbeidsmarkt

Een ander opvallend onderdeel van het corona-akkoord is dat de sociale partners het eens zijn over een verlenging van de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, die loopt sinds april, tot eind dit jaar. Die bevriezing wordt gekoppeld aan een sterke oproep aan de federale en de regionale regeringen om in opleiding te voorzien, en aan de werkzoekenden om die te volgen en dat met een bijzondere focus op de knelpuntberoepen. De vraag is of die degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zo definitief wordt bevroren en het slot wordt gezet op een verdere hervorming van de arbeidsmarkt. In België is het vaak de gewoonte dat tijdelijke maatregelen uiteindelijk definitief worden. Het is aan de volgende volwaardige federale regering om dat te vermijden.

Om ondernemingen en werknemers verder door de coronacrisis te helpen, hebben de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad (NAR) een nieuw akkoord bereikt. Zo wordt de cao verlengd, die de tijdelijke werkloosheid voor werknemers in coronatijden regelt. De sociale partners beslisten daarom cao nr. 147/147bis - die overeengekomen werd bij de aanvang van de coronacrisis om sectoren en ondernemingen die geen cao hebben, toegang te geven tot de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen voor bedienden - retroactief te verlengen van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2021. De cao voorziet in een werkgeverssupplement van 5,63 euro per dag tijdelijke werkloosheid per werknemer, en biedt toegang tot het klassieke stelsel van economische werkloosheid voor de bedienden en het corona-overgangsstelsel.Belangrijker is dat de periodes van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht worden meegeteld in de berekening van de jaarlijkse vakantie. Dat betekent dat iedereen in 2021 zijn volledige vakantiegeld krijgt. Bedrijven die zwaar lijden onder de coronacrisis, zijn daar niet happig op. Zij vrezen een te zware factuur, net nu ze veel omzetverlies hebben geleden. Maar de werkgevers en de vakbonden in de interprofessionele Groep van Tien schieten te hulp: zij vragen aan de regering de bedrijven te steunen, zodat het vakantiegeld kan worden betaald. Daar hangt een prijskaartje aan van 180 miljoen euro.Het is legitiem dat tijdelijk werklozen volgend jaar een koopkrachtimpuls krijgen via het vakantiegeld, maar de aanpak van de sociale partners doet vragen rijzen. We zijn weer aanbeland bij de oude praktijken, waarbij de werkgevers de sociale vrede afkopen met een voor de vakbonden interessante financiële deal. De factuur wordt doorgeschoven naar de regering, en dus de belastingbetaler. In het verleden hebben de sociale partners vaak een beroep gedaan op de regering om een sociaal akkoord te smeren. Dat is dus niet nieuw. Maar er is nu geen geld voor.De vraag is of die door de belastingbetaler gefinancierde coronadeal van de Groep van Tien geen manier is om de onderhandelingen voor een interprofessioneel akkoord 2021-2022 vlot te laten verlopen. Die vinden eind dit jaar plaats. Deze deal in de NAR, die de goedkeuring krijgt van de regering, kan ervoor zorgen dat de loononderhandelingen straks niet op het scherp van de snee worden gevoerd. De werkgevers zijn bang dat de vakbonden met zware looneisen zullen komen. Dat zou nadelig zijn voor de recent verbeterde concurrentiepositie van de Belgische ondernemingen.Een ander opvallend onderdeel van het corona-akkoord is dat de sociale partners het eens zijn over een verlenging van de bevriezing van de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen, die loopt sinds april, tot eind dit jaar. Die bevriezing wordt gekoppeld aan een sterke oproep aan de federale en de regionale regeringen om in opleiding te voorzien, en aan de werkzoekenden om die te volgen en dat met een bijzondere focus op de knelpuntberoepen. De vraag is of die degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zo definitief wordt bevroren en het slot wordt gezet op een verdere hervorming van de arbeidsmarkt. In België is het vaak de gewoonte dat tijdelijke maatregelen uiteindelijk definitief worden. Het is aan de volgende volwaardige federale regering om dat te vermijden.