Wat krijgen ondernemingen aan beide zijden van het Kanaal over zich heen als de onderhandelingen van de laatste kans tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie niets opleveren? Vooral veel onzekerheid, bureaucratisch gedoe en kosten.
...

Wat krijgen ondernemingen aan beide zijden van het Kanaal over zich heen als de onderhandelingen van de laatste kans tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie niets opleveren? Vooral veel onzekerheid, bureaucratisch gedoe en kosten. Bij een harde brexit komt er opnieuw een douanegrens en dat zal de Belgische exporteurs geld kosten. "Reken om te beginnen op ongeveer 35 euro per uitvoeraangifte bij de douaneagent", zegt Claire De Lepeleire, bestuurder bij PwC Tax Consultants. "Btw zal je niet moeten betalen. In België is de uitvoer vrijgesteld van btw." Daarna komen de invoer in het VK en de Britse invoerheffingen. De invoeraangifte bij de douaneagent kost gemiddeld 50 euro. Voor de invoerheffingen zullen de tarieven gelden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). "Om de import vlotter te laten verlopen, hebben de Britten wel beslist de meeste goederen vrij te stellen van invoerheffingen", zegt De Lepeleire. "Dat klinkt goed, maar volgens de WTO-regels moet het VK dat nultarief ook toekennen aan alle andere handelspartners, dus ook aan China. Belgische exporteurs krijgen dus stevige concurrentie uit het oosten." Voor de goederen die niet onder het nultarief vallen, gelden dus de WTO-tarieven. "Die bedragen gemiddeld 4 à 5 procent", zegt De Lepeleire. "Dat kan een flinke brok uit je winstmarge halen. Denk niet dat de Britse klant die invoerheffing zomaar zal betalen. Dat hangt af van het leveringscontract, dat de voorwaarden voor een bepaalde periode vastgelegd heeft. Het is dus goed mogelijk dat de Belgische exporteur zal moeten betalen. Als hij de invoerheffing toch wil doorrekenen aan zijn Britse klant, zal hij het contract moeten heronderhandelen." Daarbovenop komt de btw op de ingevoerde goederen, goed voor 20 procent. Wie zal dat betalen? "De Belgische exporteur en zijn Britse klant zullen dat contractueel moeten vastleggen", zegt De Lepeleire. "Tot een effectieve betaling van de btw zal het niet komen, dankzij de zogenoemde verlegging van heffing. Dat betekent dat je de verschuldigde btw in dezelfde aangifte zal kunnen rapporteren als te recupereren btw, zodat er per saldo geen betaling aan te pas komt. Dat systeem treedt in werking na de brexit, heeft de Britse overheid aangekondigd." "Al die nieuwigheden - de aangifte bij de douaneagent, de Britse invoerheffingen, de btw op de invoer in het VK - zullen aanpassingen van het boekhoudsysteem vergen", stelt De Lepeleire. "En het zal niet bij de ene aanpassing blijven. Allicht komen er de volgende jaren voortdurend wijzigingen in het douaneregime, wat telkens aanpassingen van het boekhoudsysteem zal vergen." Hier is er goed nieuws voor de Belgische exporteur. Alle goederen met het vertrouwde CE-label, dat aangeeft dat het product overeenstemt met de Europese regels voor veiligheid, gezondheid en milieu, blijven na de brexit welkom op de Britse markt. Voorlopig toch. "Over hoelang dat zal duren spreken de Britten zich niet uit", zegt Karolien Vandenberghe, advocaat bij PwC Legal. "Op termijn zal het CE-label dus vervallen in het VK." Wat gebeurt er dan? "Daarop heeft de EU al geanticipeerd", zegt Vandenberghe. "Meteen na een harde brexit zijn Britse producten - ook al voldoen ze aan de CE-normen - niet langer conform de Europese normen. De EU heft dus de wederkerigheid op: zo houdt ze een stok achter de deur bij toekomstige onderhandelingen over de erkenning van elkaars producten. De Britten zullen pas toegang krijgen tot de EU-markt als ze de naleving van de Europese normen garanderen. De EU wil vermijden dat Britse bedrijven dankzij zwakkere normen goedkopere producten op onze markt brengen, wat niet fair zou zijn tegenover hun Europese concurrenten die aan strengere normen moeten voldoen. Zolang er geen akkoord is, zal een Britse fabrikant zijn product in de EU moeten binnenloodsen via een erkenning door een certificatie-orgaan in één van de 27 EU-lidstaten." De bescherming van een merk kost geld. Daarom voorziet de EU in het European Union Trade Mark (EUTM). "Dat maakt het eenvoudiger een product op Europees niveau te registreren, zodat het bescherming geniet in alle lidstaten", zegt Vandenberghe. "Vroeger moest een bedrijf in elke lidstaat apart bescherming aanvragen, wat neerkwam op 28 registraties en dus onzinnige kosten. Na een harde brexit valt het VK uit het EUTM-systeem. Ook voor dat probleem hebben de Britten een overgangsregeling uitgewerkt. Hier geldt: hou het in de gaten." Als EU-lid moest het VK zich houden aan de Europese regels voor de bescherming van persoonsgegevens (de General Data Protection Regulation of GDPR). "Belgische ondernemingen die bijvoorbeeld hun loonadministratie aan een Brits bedrijf uitbesteedden, hoefden zich in principe geen extra zorgen te maken", zegt Vandenberghe. "Maar bij een harde brexit wordt het VK een derde land. Net zoals bij de productnormen zullen het VK en de EU moeten onderhandelen over de erkenning van elkaars privacyregels. De Britten hebben al beslist de GDPR in de eigen wetgeving te kopiëren. Maar dat garandeert nog niets voor de Belgische onderneming. De Britse regels zijn niet langer zomaar gelijkwaardig aan de EU-regels, zelfs als ze grotendeels een kopie van de GDPR zijn. De EU zal eerst het Britse regime als 'passend' moeten erkennen, via een speciale procedure. Tot zolang zullen ondernemingen zelf maatregelen moeten nemen om gegevens veilig en conform de GDPR uit te wisselen met het VK. Vergeet niet dat de Britten in de toekomst hun regels kunnen wijzigen." Voor de Belgische onderneming zit er niets anders op dan het contract met het Britse bedrijf uit te pluizen, meent Vandenberghe. "Bekijk de afgesproken voorwaarden om zeker te zijn dat de Britse onderaannemer de persoonsgegevens correct behandelt en beschermt. Op inbreuken op de GDPR door een EU-bedrijf staan zware boetes."