Oktober 2014. Wanneer de centrumrechtse regering-Michel aantreedt, is Alexander De Croo niet de gelukkigste onder de nieuwe excellenties. Hij is wel vicepremier, maar als vakminister voor Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecom en Post is hij geen topper. Zijn partij is de kleinste in de coalitie en kon slechts één topdepartement claimen. Dat was Sociale Zaken, voor toenmalig liberaal stemmenkanon Maggie De Block.

Dat De Croos bevoegdheden bijna de afdankertjes waren, leidde tot spanningen met partijvoorzitter Gwendolyn Rutten die nog jaren bleven voortduren. Tot na de verkiezingen van 26 mei 2019. Rutten droomde een jaar geleden van het premierschap van een paars-groene of Vivaldi-regering. De Croo voerde samen met Egbert Lachaert binnen de partij het verzet aan tegen die coalitie. Paradoxaal genoeg is het de Oost-Vlaming die de Wetstraat 16 mag betreden als leider van een ploeg bestaande uit socialisten, liberalen, groenen en CD&V.

Alexander De Croo wacht een zware taak en zal een andere rol moeten vervullen dan in het verleden. Als premier moet hij voor cohesie zorgen in het bonte Vivaldi-gezelschap. De premier krijgt de rol van verzoener en zal de brokken moeten lijmen als de rechterflank van de regering (Open Vld, MR en eigenlijk ook CD&V) in de clinch gaat met de linkse partijen.

De rechts-liberale reflex

Als minister van Pensioenen in de regering-Di Rupo (2012-2014), als vicepremier onder Charles Michel (2014-2018) en op Financiën in de regering-Wilmès (2019-2020) was het De Croo zelf die in het ideologische strijdperk trad. Hij vertolkte de rechts-liberale stem. Ten tijde van de tripartite onder leiding van Di Rupo moest Alexander De Croo proberen de belastingverhogingen tot een minimum te beperken. Hij had ook een directe lijn naar het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en verhief zijn stem wanneer de standpunten van de werkgevers moesten worden vertolkt. Dat gebeurde onder meer wanneer de concurrentiekracht van de ondernemingen ter sprake kwam. Een thema waar bij de PS amper interesse voor was.

In de centrumrechtse regering-Michel botste De Croo vaak met CD&V-vicepremier Kris Peeters, die het linkse geweten van de Zweedse coalitie was. Arbeidsmarkthervormingen werden doorgeschoven naar de sociale partners, waar ze een stille dood stierven. Het maakte De Croo woest.

Onder Charles Michel verzorgde De Croo de contacten met de ondernemerswereld. Geert Vancronenburg, de discrete kabinetschef van De Croo, is oud-hoofdeconoom van het VBO. Onder de regering-Wilmès kreeg De Croo als minister van Financiën goede punten voor de deal over het betalingsuitstel voor bedrijven die hij met de banksector had gesloten.

Kan de Oost-Vlaming als premier scoren in een regering die sterk naar links overhelt? Bij de Vlaamse liberalen zijn ze er gerust op. Een eerste minister uit eigen rangen zou blijkbaar een manier kunnen zijn om zich te profileren en aan populariteit te winnen. Dat zou dan positief afstralen op de partij.

Maar de voorbije jaren was er voor een eerste minister en zijn partij weinig reden om te juichen na de passage in de Wetstraat 16. Het leidde meestal tot een verkiezingsnederlaag. Wat bij N-VA-voorzitter Bart De Wever de boutade ontlokte: "De 16 van de Wetstraat verwijst naar het percentage dat de partij van de premier nog haalt bij de volgende verkiezingen." Voor Open Vld zou 16 procent in 2024 echter een aanzienlijke vooruitgang zijn. Bij de verkiezingen van 2019 haalden de Vlaamse liberalen geen 13 procent van de stemmen meer.

Wantrouwen van Franstalige kant

De tweetalige Alexander De Croo zou goed moeten liggen aan Franstalige kant. Vader Herman is een Belg van de oude stempel en liep school bij de jezuïeten in Bergen. Dat wordt in de Franstalige media vaak herhaald. Maar De Croo jr. staat bezuiden de taalgrens ook nog altijd bekend als de jonge partijvoorzitter die in 2010 de regering-Leterme liet vallen en nieuwe verkiezingen uitlokte. Open Vld verloor die verkiezingen en de stembusslag betekende de definitieve doorbraak van de N-VA. Volgens Franstaligen het begin van veel politiek onheil. Dat is de reden waarom ze hem nog wat wantrouwen.

In eigen liberale kringen heeft Alexander De Croo ervoor gezorgd dat hij veel meer is dan 'de zoon van'. Dat was ook de waarschuwing van Herman De Croo in 2009, toen de Solvay-boy en ex-medewerker van de Boston Consulting Group (BCG) en ondernemer overwoog de stap naar de politiek te zetten: "Je hebt vier jaar om te maken dat je voornaam je belangrijkste naam wordt."

Oktober 2014. Wanneer de centrumrechtse regering-Michel aantreedt, is Alexander De Croo niet de gelukkigste onder de nieuwe excellenties. Hij is wel vicepremier, maar als vakminister voor Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecom en Post is hij geen topper. Zijn partij is de kleinste in de coalitie en kon slechts één topdepartement claimen. Dat was Sociale Zaken, voor toenmalig liberaal stemmenkanon Maggie De Block.Dat De Croos bevoegdheden bijna de afdankertjes waren, leidde tot spanningen met partijvoorzitter Gwendolyn Rutten die nog jaren bleven voortduren. Tot na de verkiezingen van 26 mei 2019. Rutten droomde een jaar geleden van het premierschap van een paars-groene of Vivaldi-regering. De Croo voerde samen met Egbert Lachaert binnen de partij het verzet aan tegen die coalitie. Paradoxaal genoeg is het de Oost-Vlaming die de Wetstraat 16 mag betreden als leider van een ploeg bestaande uit socialisten, liberalen, groenen en CD&V.Alexander De Croo wacht een zware taak en zal een andere rol moeten vervullen dan in het verleden. Als premier moet hij voor cohesie zorgen in het bonte Vivaldi-gezelschap. De premier krijgt de rol van verzoener en zal de brokken moeten lijmen als de rechterflank van de regering (Open Vld, MR en eigenlijk ook CD&V) in de clinch gaat met de linkse partijen.Als minister van Pensioenen in de regering-Di Rupo (2012-2014), als vicepremier onder Charles Michel (2014-2018) en op Financiën in de regering-Wilmès (2019-2020) was het De Croo zelf die in het ideologische strijdperk trad. Hij vertolkte de rechts-liberale stem. Ten tijde van de tripartite onder leiding van Di Rupo moest Alexander De Croo proberen de belastingverhogingen tot een minimum te beperken. Hij had ook een directe lijn naar het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en verhief zijn stem wanneer de standpunten van de werkgevers moesten worden vertolkt. Dat gebeurde onder meer wanneer de concurrentiekracht van de ondernemingen ter sprake kwam. Een thema waar bij de PS amper interesse voor was.In de centrumrechtse regering-Michel botste De Croo vaak met CD&V-vicepremier Kris Peeters, die het linkse geweten van de Zweedse coalitie was. Arbeidsmarkthervormingen werden doorgeschoven naar de sociale partners, waar ze een stille dood stierven. Het maakte De Croo woest.Onder Charles Michel verzorgde De Croo de contacten met de ondernemerswereld. Geert Vancronenburg, de discrete kabinetschef van De Croo, is oud-hoofdeconoom van het VBO. Onder de regering-Wilmès kreeg De Croo als minister van Financiën goede punten voor de deal over het betalingsuitstel voor bedrijven die hij met de banksector had gesloten.Kan de Oost-Vlaming als premier scoren in een regering die sterk naar links overhelt? Bij de Vlaamse liberalen zijn ze er gerust op. Een eerste minister uit eigen rangen zou blijkbaar een manier kunnen zijn om zich te profileren en aan populariteit te winnen. Dat zou dan positief afstralen op de partij.Maar de voorbije jaren was er voor een eerste minister en zijn partij weinig reden om te juichen na de passage in de Wetstraat 16. Het leidde meestal tot een verkiezingsnederlaag. Wat bij N-VA-voorzitter Bart De Wever de boutade ontlokte: "De 16 van de Wetstraat verwijst naar het percentage dat de partij van de premier nog haalt bij de volgende verkiezingen." Voor Open Vld zou 16 procent in 2024 echter een aanzienlijke vooruitgang zijn. Bij de verkiezingen van 2019 haalden de Vlaamse liberalen geen 13 procent van de stemmen meer.De tweetalige Alexander De Croo zou goed moeten liggen aan Franstalige kant. Vader Herman is een Belg van de oude stempel en liep school bij de jezuïeten in Bergen. Dat wordt in de Franstalige media vaak herhaald. Maar De Croo jr. staat bezuiden de taalgrens ook nog altijd bekend als de jonge partijvoorzitter die in 2010 de regering-Leterme liet vallen en nieuwe verkiezingen uitlokte. Open Vld verloor die verkiezingen en de stembusslag betekende de definitieve doorbraak van de N-VA. Volgens Franstaligen het begin van veel politiek onheil. Dat is de reden waarom ze hem nog wat wantrouwen.In eigen liberale kringen heeft Alexander De Croo ervoor gezorgd dat hij veel meer is dan 'de zoon van'. Dat was ook de waarschuwing van Herman De Croo in 2009, toen de Solvay-boy en ex-medewerker van de Boston Consulting Group (BCG) en ondernemer overwoog de stap naar de politiek te zetten: "Je hebt vier jaar om te maken dat je voornaam je belangrijkste naam wordt."