De negatieve uitslag van de stemming bij het ABVV komt niet helemaal onverwacht, want de voorbije dagen was er bij heel wat centrales al tegenstand over het interprofessioneel akkoord 2019-2020.

Het 'neen' van het ABVV is vooral ingegeven door de te geringe maximale loonmarge van 1,1 procent bovenop de index, zegt algemeen secretaris Miranda Ulens. '1,1 procent is te weinig voor onze mensen. Op het einde van de maand hebben de mensen te weinig over', aldus Ulens. Ook de beperkte stijging van de minimumlonen met 10 cent per uur is voor het ABVV te weinig. De soepeler SWT-regeling (het vroegere brugpensioen) die in het ontwerpakkoord is overeengekomen was dan weer positief, erkent de ABVV-topvrouw. 'Maar onze jonge generatie heeft duidelijk gezegd dat ze meer koopkracht willen, net als de oudere generatie', luidt het.

Eerder op de dag raakte bekend dat het ACV het ontwerp van het loonakkoord wel had goedgekeurd met 65 procent van de stemmen. Later gaf de liberale vakbond ACLVB groen licht met 75,5 procent van de stemmen.

Zonder akkoord van een van de drie bonden is er dus geen interprofessioneel akkoord (IPA) en ligt de bal in het kamp van de regering. In 2015 was dat ook al het geval. Toen nam de regering het ontwerp van loonakkoord over. Vandaag is er een minderheidsregering in lopende zaken.

Hoe het nu verder moet is onduidelijk, geeft ABVV-topvrouw Ulens toe. 'De politiek is aan zet. Zal de regering een bemiddelaar aanduiden, of is het nu aan het parlement. Dat is onduidelijk. We zullen zien'. Het ABVV is momenteel niet van plan actie te voeren.