Sinds 1995 komen aan het einde van elk jaar tienduizenden specialisten in klimaatbeleid, politici, journalisten en campagnevoerders van over de hele wereld samen. Ze zitten dan twee weken lang opeengepakt in een congrescentrum. Er wordt veel gepraat en weinig geslapen. De ene keer komen er honderden deelnemers bij elkaar in één auditorium, de andere keer zitten ze bovenop elkaar in kleine groepjes. Frisse lucht is een luxe. Er wordt gezellig samen gedronken en gegeten. En daarna vliegen alle deelnemers terug naar waar ze vandaan kwamen. Met andere woorden: de jaarlijkse klimaattop van de Verenigde Naties is een paradijs voor virussen.
...

Sinds 1995 komen aan het einde van elk jaar tienduizenden specialisten in klimaatbeleid, politici, journalisten en campagnevoerders van over de hele wereld samen. Ze zitten dan twee weken lang opeengepakt in een congrescentrum. Er wordt veel gepraat en weinig geslapen. De ene keer komen er honderden deelnemers bij elkaar in één auditorium, de andere keer zitten ze bovenop elkaar in kleine groepjes. Frisse lucht is een luxe. Er wordt gezellig samen gedronken en gegeten. En daarna vliegen alle deelnemers terug naar waar ze vandaan kwamen. Met andere woorden: de jaarlijkse klimaattop van de Verenigde Naties is een paradijs voor virussen. Het is dan ook geen verrassing dat de editie van 2020, de COP26, uitgesteld is tot november 2021. Vanuit het perspectief van de volksgezondheid viel die beslissing te verwachten. Ze is mogelijk ook een meevaller voor de Britse regering, die het evenement organiseert in Glasgow. Begin 2020 werd duidelijk dat premier Boris Johnson en zijn team hun handen vol hadden aan de brexit en dat ze op klimaatgebied wat glansloos voor de dag kwamen. Door het uitstel hebben ze een jaar langer de tijd gekregen om hun huiswerk te maken. In de aanloop naar de COP26 komt het er vooral op aan de bijna tweehonderd regeringen die in 2015 het klimaatakkoord van Parijs ondertekend hebben, er dringend van te overtuigen om hun uitstoot nog forser te verminderen dan ze beloofd hebben. Voorlopig zijn alle nationally determined contributions (NDC) onvoldoende om een catastrofale klimaatopwarming af te wenden. Modellen wijzen uit dat de planeet tegen 2100 wellicht zo'n 3 graden warmer zal zijn dan in de pre-industriële tijd. Dat is veel meer dan het doel van het akkoord: 1,5 à 2 graden. De ondertekenaars moeten ambitieuzere NDC's voorleggen om dat op te vangen. Voor het mondiale klimaatbeleid begon 2021 op 12 december 2020, de vijfde verjaardag van het akkoord van Parijs. Aangespoord door de recente verklaringen van de Europese Unie en China over het elimineren van alle of de meeste emissies tegen 2050, zullen meer landen soortgelijke nuldoelstellingen aankondigen. In september 2020 kondigde de president van China, Xi Jinping, aan dat zijn land de uitstoot van koolstof, dus niet die van andere broeikasgassen, tegen 2060 zal terugdringen tot netto nul. Naar verwachting zullen zowel de Europese Unie als China de doelen voor halfweg de eeuw bij de Verenigde Naties registreren als deel van hun geüpdatete NDC's. Hoe ze precies van plan zijn die torenhoge ambitie waar te maken, en hun doelstellingen voor 2030 te halen op het gebied van piekuitstoot (China) en een uitstoot die 55 procent lager ligt dan in de jaren negentig (EU), zal normaal worden bekendgemaakt met het veertiende vijfjarenplan van China en de Green Deal van de Europese Unie. Net zo belangrijk zal zijn hoe landen op de Climate Adaptation Summit eind januari hun plannen uiteenzetten om zich aan te passen aan de onvermijdelijke gevolgen van een warmer klimaat, en hoe ze hun plannen voor het economische herstel na covid-19 uitwerken. Naar verwachting zal de pandemie in 2020 de mondiale CO2-uitstoot met bijna 8 procent doen dalen, vergeleken met wat ze geweest zou zijn zonder de mondiale recessie als gevolg van die pandemie. Of de uitstoot weer op zijn oude niveau zal komen, zoals na de wereldwijde financiële crisis tussen 2007 en 2009, zal afhangen van hoe landen hun kwakkelende economie zullen stimuleren. Sommige, zoals Nigeria, hebben al aangekondigd dat ze van plan zijn de subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen als onderdeel van hun herstel. Andere, zoals Canada en Frankrijk, hebben klimaatvoorwaarden gekoppeld aan financiële steun. En de Europese Commissie is van plan 30 procent van haar herstelpakket aan klimaatmaatregelen te besteden. Zulke stappen zullen een bijdrage leveren aan een wereldwijde omschakeling naar een groenere economie, en de temperaturen lager houden dan ze anders geweest zouden zijn. Maar ze volstaan niet. De herstelplannen van China en India voorzien nog altijd in stimulansen voor toekomstige steenkoolenergie, wat absoluut niet te rijmen valt met de doelstellingen van Parijs. De grootste klimaatspeler die we in 2021 moeten volgen, is de verloren zoon Amerika, die onder de nieuwe president Joe Biden terugkeert. Op 4 november, de ochtend na de Amerikaanse verkiezingen, stapte het land officieel uit het Parijsakkoord. President Donald Trump had een halfjaar na zijn aantreden in 2017 de eerste stappen daartoe gezet. Joe Biden zal die beslissing terugdraaien zodra hij in het Witte Huis zit. Hij is voorstander van een uitstoot van netto nul tegen 2050. Met die doelstelling, en de Europese en de Chinese toezeggingen, zou tegen dan 45 procent van de mondiale uitstoot teruggedrongen moeten zijn. Maar die deadline is nog ver weg. En als het presidentschap van Trump iets heeft aangetoond, dan is het wel dat de zorgvuldigste plannen gemakkelijk door een volgende regering tenietgedaan kunnen worden. Joe Biden zal op het gebied van klimaat moeten slagen waar Barack Obama gefaald heeft. En de basis daarvoor moet worden gelegd in 2021.