"De Vlaamse regering wil de volgende jaren minstens 120.000 Vlamingen extra aan een job helpen. Een werkzaamheidsgraad van 80 procent is het doel. Zowel werkzoekenden, als nieuwkomers en inactieven begeleiden we intensief met opleidingen, omscholingen en een traject naar werk."

Dat staat in de startnota van Vlaams informateur Bart De Wever (N-VA). Momenteel bedraagt de Vlaamse werkzaamheidsgraad meer dan 75 procent. Dat is een stuk meer dan in Wallonië (63%) en in Brussel (61%). Het Planbureau voorspelt dat de werkzaamheidsgraad de komende jaren zou groeien in de verschillende gewesten, maar dat de kloof tussen Vlaanderen en Wallonië/Brussel niet zou verkleinen. Integendeel.

Als Vlaanderen erin slaagt de werkzaamheidsgraad op te trekken tot 80 procent, dan zit het op het niveau van Nederland en Duitsland. Alleen is de vraag of het volgende Vlaamse regeerakkoord de maatregelen bevat die het mogelijk maken om die doelstelling te halen. De tekst van Bart De Wever is natuurlijk een startnota, geen regeerakkoord. Maar het is met een vergrootglas zoeken naar maatregelen die ervoor moeten zorgen dat die doelstelling gehaald wordt.

Jobstimulans

Eén van de manieren om de werkzaamheidsgraad op te trekken is een belastingverlaging waarbij Vlaanderen gebruikmaakt van zijn fiscale autonomie. Indien die vooral gericht is op de laagste inkomens kan die werken aantrekkelijker maken en de werkloosheidsval sluiten. De werkgeversorganisatie Voka pleitte begin dit jaar voor een jobstimulans: een belastingverlaging die neerkomt op maandelijks extra 100 euro netto erbij voor lonen onder 2500 euro bruto. De meeste politieke partijen reageerden toen positief op het voorstel. Maar in de startnota is daar niets van terug te vinden. Het blijft vreemd dat een Vlaams-nationalistische partij als de N-VA de Vlaamse autonomie in de personenbelasting niet optimaal gebruikt.

Ook over extra geld voor een doelgroepenbeleid wordt niet gesproken. Hierbij worden RSZ-kortingen kunnen worden toegekend aan wie werklozen uit kansengroepen (55+, laaggeschoold,...) aanwerft. De SERV, het adviesorgaan van de sociale partners, pleitte ervoor die korting ook in te voeren als vervanging voor de aanwervingspremie voor wie langdurig werklozen in dienst neemt. Maar het ziet er niet direct naar uit dat dit beleidsinstrument wordt uitgediept.

De 120.000 extra banen zijn dus zeer ambitieus maar weinig realistisch als de volgende Vlaamse regering haar fiscale instrumenten niet optimaal gebruikt.

Wel ziet de nota een belangrijke rol weggelegd voor de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst (VDAB): "Zowel werkzoekenden, als nieuwkomers en inactieven begeleiden we intensief met opleidingen, omscholingen en een traject naar werk. De VDAB versterkt daarvoor zijn samenwerking met lokale besturen en bedrijven."

De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst was de jongste jaren wat ingedommeld. Wordt dit straks een performant orgaan voor activering? Dat is nodig. Nog altijd zijn één op de vier Vlamingen tussen de 20 en 64 jaar niet aan het werk. Naast de 200.000 werklozen zijn dat onder andere 263.000 niet werkzoekende werklozen, 155.000 inactieven en 211.000 tijdelijk niet werkenden. Een beter functionerende VDAB kan die werkloosheid en inactiviteit doen dalen, maar zonder het gebruik van de fiscale hefbomen wordt dat toch zeer moeilijk.

Federaal muurvast

Is de N-VA bevreesd dat de extra jobcreatie in Vlaanderen op termijn vooral de federale staatskas en de sociale zekerheid ten goede komt? Domeinen waar de Vlaams-nationalisten de komende vijf jaar misschien niet meer aan de knoppen zullen zitten?

De federale formatie wordt momenteel trouwens aanzienlijk bemoeilijkt door een mogelijke Vlaamse coalitie van N-VA, Open Vld en CD&V. Een Bourgondische coalitie met sp.a in plaats van CD&V zou volgens politieke waarnemers de PS moeten overtuigen om federaal toch met N-VA te onderhandelen. Nu is er in Vlaanderen een duidelijk centrumrechts blok. Voor de PS is dat onbespreekbaar. De federale formatie zit dus nog even muurvast als op de verkiezingsavond van 26 mei.