"Toen bleek dat de bouwbedrijven tijdens de coronacrisis heel moeilijk aan grondstoffen raakten, hebben we een website gemaakt waar leveranciers zich konden melden. Daar konden aannemers en bouwbedrijven terecht. Dat was in de periode dat onze uitzendactiviteiten op een laag pitje brandden, maar we hebben de sector goed kunnen helpen." Aan het woord is Anke Ulens, de CEO van het uitzendbedrijf Vivaldis, dat met Vivaldis Construct sterk staat in de bouwsector. Vivaldis heeft nationaal een marktaandeel van 2 procent in de uitzendsector, maar de bouwpoot haalt in sommige regio's een marktaandeel van 30 tot 40 procent.
...

"Toen bleek dat de bouwbedrijven tijdens de coronacrisis heel moeilijk aan grondstoffen raakten, hebben we een website gemaakt waar leveranciers zich konden melden. Daar konden aannemers en bouwbedrijven terecht. Dat was in de periode dat onze uitzendactiviteiten op een laag pitje brandden, maar we hebben de sector goed kunnen helpen." Aan het woord is Anke Ulens, de CEO van het uitzendbedrijf Vivaldis, dat met Vivaldis Construct sterk staat in de bouwsector. Vivaldis heeft nationaal een marktaandeel van 2 procent in de uitzendsector, maar de bouwpoot haalt in sommige regio's een marktaandeel van 30 tot 40 procent. De manier waarop de coronacrisis en de lockdown van dit voorjaar inhakte op de uitzendsector, verbaast Ulens niet, maar ze had het toch niet zo erg verwacht. "In de eerste weken daalde onze omzet in het bouwsegment met 80 procent, elders met 55 tot 60 procent. We dachten dat veel kmo's rustiger zouden reageren, maar veel werven zijn gewoon volledig en voor lang stilgevallen, terwijl we dachten dat buitenwerk nog zou lukken. En wie wilde werken, raakte niet aan grondstoffen. Vandaar dat we onze klanten geholpen hebben met die website. Een bewijs dat ook een klassiek uitzendbedrijf zich in moeilijke tijden snel kan aanpassen." Ondertussen herstelt de uitzendmarkt langzaam maar zeker. In juni werd een groei van 12,22 procent genoteerd, in juli - over het algemeen een rustige maand - bijna 2 procent tegenover de maand ervoor. "De sector bevindt zich lang nog niet op het niveau van voor de coronacrisis, en dat geldt ook voor ons", weet Ulens. "We zitten nog 10 à 12 procent onder onze normale omzet, maar daar zijn we niet ontevreden mee. Het arbeiderssegment maakt 75 procent van onze omzet uit, en dat had het heel lastig. Het bediendensegment heeft beter standgehouden." Normaal is alles nog niet, maar toch neemt de groep opnieuw de draad van haar expansiestrategie op. Dat betekent zowel organisch groeien als door acquisities. Organisch is de omzet van Vivaldis het voorbije decennium toegenomen van 20 miljoen tot 110 miljoen euro. Voor de coronacrisis zette het dagelijks 3000 uitzendkrachten aan het werk bij 1500 kmo's. Voor de overnames kan het rekenen op de financiële basis van de aandeelhouders. Eerst was dat het fonds Buysse & Partners, dat in 2009 instapte, toen Vivaldis door de Nederlandse eigenaars werd verkocht. In 2016 volgde Dovesco, het investeringsfonds van Gregory en Anthony De Clerck (Domo). De twee aandeelhoudersblokken hebben elk 45 procent, het management 10 procent. Een belangrijke overname was in 2017 die van het Duitse SPP Direkt (omzet 30 miljoen euro), een kleine speler die vooral rond Frankfurt actief is. Ulens: "De Duitse uitzendmarkt is heel versnipperd. In België wordt 70 procent van de markt ingenomen door grote merken. In Duitsland is dat omgekeerd. De penetratiegraad is er vrij laag en daar zien we nog groeimarge." Die penetratiegraad is het aantal uitzendkrachten tegenover de hele loontrekkende werkgelegenheid. Die bedraagt in Duitsland ongeveer 2 procent, in België bijna 3 procent. Vivaldis telt 76 kantoren en 215 medewerkers in België, en 14 kantoren met 60 medewerkers in Duitsland. Ulens benadrukt dat het niet zomaar om een overname en een integratie gaat. "Wij investeren ook in zo'n bedrijf en zorgen er bijvoorbeeld voor dat het sterker wordt in digitalisering. De groep wil ook geen bedrijven overnemen om marktaandeel te kopen. Met ons lage marktaandeel van 2 procent in België zou dat weinig verschil maken. Dat is ook de visie van de aandeelhouders, die kiezen voor wat we smart equity noemen. Ze stapten in Vivaldis zonder echte einddatum." Voor de overnames richtten de aandeelhouders het investeringsvehikel Antonio Invest op. Een maand geleden werd dat omgedoopt tot Copus Group, dat de markt zal benaderen en op het overnamepad gaat met als focus nichespelers die gespecialiseerde profielen zoeken. Omzet kopen is dus geen doel op zich, en dan is het logische gevolg dat de focus ligt op rendabiliteit. Dat lijkt niet eenvoudig, met een uitzendbedrijf dat vooral sterk staat in het arbeiderssegment. 75 procent blue collar is een pak meer dan het sectorgemiddelde van 55 procent. Anke Ulens nuanceert: "Op verzoek van onze kmo-klanten, meestal bedrijven met minder dan 100 werknemers, focussen we steeds meer op het vinden van technisch geschoolden. Ik moet trouwens zeggen dat onze rendabiliteit snor zit. Onze ebitda-marge bedraagt 10 procent, wat hoog is voor een klassiek uitzendbedrijf. Wij hebben er al boven gezeten, dit jaar zal het uiteraard lager zijn. De grote beursgenoteerde bedrijven halen in goede jaren 6 procent, en anders 3 à 4 procent." De hogere marges zijn mede te danken aan recentere activiteiten, zoals het selectie- en detacheringsbureau Heads & Hunters, dat vooral vacatures aanbiedt in sales en marketing. Ulens wijst er ook op dat kmo's die bij Vivaldis aankloppen, kandidaten voorgesteld krijgen die dicht aansluiten bij de bedrijfscultuur van de onderneming. "Ook al zijn het uitzendcontracten, het gaat over bedrijven die op zoek zijn naar medewerkers voor een langetermijnengagement. De uitzendkrachten zelf verwachten dat er gepraat wordt over loopbaanplanning en mogelijke opleidingen." Die extra hr-dienstverlening maakt dat Ulens niet bang is van de digitale golf die op de sector afkomt, met spelers als Google Jobs. Of van de verhalen dat artificiële intelligentie het selectieproces zal vervangen. "Goede data zijn noodzakelijk om de juiste match te vinden", zegt Ulens. "Die gegevens ontbreken wel eens door de grote versnippering van data of door de privacyregels. Het zal nog een tijdje duren vooraleer matching via artificiële intelligentie een feit is. Voor bepaalde banen, waarvoor een heel snelle beschikbaarheid of heel specifieke vaardigheden nodig zijn, kunnen digitale platformen een rol spelen. Maar wij zitten ook niet stil. Neem Seal Jobs, een digitaal uitzendbureau gespecialiseerd in studentenjobs en payrolling. Dat is in tegenstelling tot onze andere takken wel gericht op volumegroei. Daar hebben we de impact van de coronacrisis heel sterk gevoeld. Veel studenten zijn niet alleen in de horeca maar ook in de evenementensector aan de slag. Nu zoeken we naar andere sectoren waar er vraag is naar veel studentenarbeid."