"Voor alle duidelijkheid: de bestrijding van het virus is prioritair. Dat belet niet dat we nagaan wat de impact van de crisis op de economie is", zegt Edward Roosens, de hoofdeconoom van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Het VBO legde het oor te luisteren bij de sectoren en berekende de impact van de crisis op de toegevoegde waarde van de Belgische economie. Als de lockdownmaatregelen gedurende zes weken aanhouden, kost dat 14,5 miljard euro aan toegevoegde waarde of een krimp van het bruto binnenlands product (bbp) op jaarbasis met 3 procentpunten. Roosens: "We gingen aanvankelijk uit van een economische groei van 1,4 procent voor dit jaar. Door de coronacrisis wordt dat een krimp van 2 procent als de huidige situatie zes weken blijft duren. Dat overleven we wel. Het VBO hoopt dat iedereen de maatregelen goed opvolgt. Als deze situatie een kwartaal aanhoudt, dan dreigt een krimp van 5 procent van het bbp."

Horeca

De situatie verschilt van sector tot sector. Sommige economische branches liggen zo goed als stil, andere houden beter stand, blijkt uit de VBO-analyse. "De toegevoegde waarde in bijvoorbeeld de horeca en de evenementensector is zo goed als nihil", stelt Roosens vast. "Dat is ook normaal. De bedrijven liggen daar stil. De horeca verliest de komende zes weken 1 miljard euro aan toegevoegde waarde, de evenementensector 400 miljoen euro." De luchtvaartsector is afgezien van de cargo-activiteiten zwaar geraakt. Het VBO verwacht dat de luchtvaartactiviteit de komende zes weken met 80 procent zal terugvallen.

De voedingssector heeft het ook zwaar omdat die in belangrijke mate levert aan de horeca en de bedrijfsrestaurants. De export verloopt ook zeer moeilijk. Er wordt gerekend op een verlies aan toegevoegde waarde van 400 miljoen gedurende de komende anderhalve maand. In de handelssector is de non-food gesloten maar via e-commerce kunnen nog goederen worden verkocht. De VBO-hypothese is dat 15 procent van het verlies aan toegevoegde waarde kan worden gecompenseerd door e-commerce. De voedingsretail - grootwarenhuizen met voedingsmiddelen - is de enige sector die de toegevoegde waarde licht ziet stijgen, met 85 miljoen euro in zes weken.

De textiel, hout- en meubelnijverheid meldt dat de helft van de bedrijven stilligt. Wel wordt na de zomer een inhaalvraag verwacht. Producten zullen later toch worden aangekocht.

Cruciale rol voor groothandels

De automotivesector wordt zwaar geraakt. "Dat is meer dan Volvo Gent en Audi Vorst", waarschuwt Roosens. "De toegevoegde waarde zal daar gedurende zes weken met driekwart zakken. De fabrieken zijn nu dicht, maar als er later goede afspraken worden gemaakt rond social distancing,dan kunnen de activiteiten daar worden hernomen in een lager ritme."

De sector van de autodistributie en de garages wordt zeer zwaar getroffen. Waar vroeger 25 mensen werkten, zijn nog gemiddeld vier mensen aan de slag. De verwachte daling van de toegevoegde waarde in dat segment loopt de komende weken op tot 75 procent.

Ook de groothandel heeft het moeilijk. Roosens: "Die sector moet kunnen blijven draaien met respect voor de regels. De groothandel is cruciaal voor de bouwsector. We horen dat bouwbedrijven het moeilijk hebben om aan materiaal te raken. De orderboeken in de bouw zijn goed gevuld, maar er waren praktische problemen. Voor sommige activiteiten is veilig afstand houden moeilijk. Bouwvakkers die samen in een busje naar de werf rijden: dat kan niet meer. Een aantal bouwbedrijven heeft dan ook besloten de activiteiten tijdelijk stil te leggen. De politie had ook een aantal werven gesloten."

De uitzendsector geeft bij elke economisch neergang of opstoot zeer duidelijke signalen. Dat is nu niet anders. "Van het volume dat de uitzendbedrijven in februari optekenden, blijft slechts 45 procent over", weet Roosens. "In Frankrijk is de uitzendactiviteit al teruggevallen tot een kwart. De uitzendfederatie Federgon vreest dan ook een verdere terugval, met 66 procent na zes weken."

"Voor alle duidelijkheid: de bestrijding van het virus is prioritair. Dat belet niet dat we nagaan wat de impact van de crisis op de economie is", zegt Edward Roosens, de hoofdeconoom van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Het VBO legde het oor te luisteren bij de sectoren en berekende de impact van de crisis op de toegevoegde waarde van de Belgische economie. Als de lockdownmaatregelen gedurende zes weken aanhouden, kost dat 14,5 miljard euro aan toegevoegde waarde of een krimp van het bruto binnenlands product (bbp) op jaarbasis met 3 procentpunten. Roosens: "We gingen aanvankelijk uit van een economische groei van 1,4 procent voor dit jaar. Door de coronacrisis wordt dat een krimp van 2 procent als de huidige situatie zes weken blijft duren. Dat overleven we wel. Het VBO hoopt dat iedereen de maatregelen goed opvolgt. Als deze situatie een kwartaal aanhoudt, dan dreigt een krimp van 5 procent van het bbp."De situatie verschilt van sector tot sector. Sommige economische branches liggen zo goed als stil, andere houden beter stand, blijkt uit de VBO-analyse. "De toegevoegde waarde in bijvoorbeeld de horeca en de evenementensector is zo goed als nihil", stelt Roosens vast. "Dat is ook normaal. De bedrijven liggen daar stil. De horeca verliest de komende zes weken 1 miljard euro aan toegevoegde waarde, de evenementensector 400 miljoen euro." De luchtvaartsector is afgezien van de cargo-activiteiten zwaar geraakt. Het VBO verwacht dat de luchtvaartactiviteit de komende zes weken met 80 procent zal terugvallen.De voedingssector heeft het ook zwaar omdat die in belangrijke mate levert aan de horeca en de bedrijfsrestaurants. De export verloopt ook zeer moeilijk. Er wordt gerekend op een verlies aan toegevoegde waarde van 400 miljoen gedurende de komende anderhalve maand. In de handelssector is de non-food gesloten maar via e-commerce kunnen nog goederen worden verkocht. De VBO-hypothese is dat 15 procent van het verlies aan toegevoegde waarde kan worden gecompenseerd door e-commerce. De voedingsretail - grootwarenhuizen met voedingsmiddelen - is de enige sector die de toegevoegde waarde licht ziet stijgen, met 85 miljoen euro in zes weken.De textiel, hout- en meubelnijverheid meldt dat de helft van de bedrijven stilligt. Wel wordt na de zomer een inhaalvraag verwacht. Producten zullen later toch worden aangekocht.De automotivesector wordt zwaar geraakt. "Dat is meer dan Volvo Gent en Audi Vorst", waarschuwt Roosens. "De toegevoegde waarde zal daar gedurende zes weken met driekwart zakken. De fabrieken zijn nu dicht, maar als er later goede afspraken worden gemaakt rond social distancing,dan kunnen de activiteiten daar worden hernomen in een lager ritme."De sector van de autodistributie en de garages wordt zeer zwaar getroffen. Waar vroeger 25 mensen werkten, zijn nog gemiddeld vier mensen aan de slag. De verwachte daling van de toegevoegde waarde in dat segment loopt de komende weken op tot 75 procent.Ook de groothandel heeft het moeilijk. Roosens: "Die sector moet kunnen blijven draaien met respect voor de regels. De groothandel is cruciaal voor de bouwsector. We horen dat bouwbedrijven het moeilijk hebben om aan materiaal te raken. De orderboeken in de bouw zijn goed gevuld, maar er waren praktische problemen. Voor sommige activiteiten is veilig afstand houden moeilijk. Bouwvakkers die samen in een busje naar de werf rijden: dat kan niet meer. Een aantal bouwbedrijven heeft dan ook besloten de activiteiten tijdelijk stil te leggen. De politie had ook een aantal werven gesloten."De uitzendsector geeft bij elke economisch neergang of opstoot zeer duidelijke signalen. Dat is nu niet anders. "Van het volume dat de uitzendbedrijven in februari optekenden, blijft slechts 45 procent over", weet Roosens. "In Frankrijk is de uitzendactiviteit al teruggevallen tot een kwart. De uitzendfederatie Federgon vreest dan ook een verdere terugval, met 66 procent na zes weken."