Rombit is één van de sterren van de Belgische covtech. Voor covid-19 was Rombit al een bekende start-up. Tijdens de pandemie maakt zijn wearable om social distancing toe te laten furore tot in de New York Times. "We weten niet wat eerst te doen", stelt John Baekelmans, de CEO van Rombit. "De lancering van ons eerste product moesten we vijf maanden versnellen. Tegelijk was het alle hens aan dek om tijdens de lockdown met alle potentiële klanten om te gaan. Op een gegeven moment moesten we daar massaal mensen van andere afdelingen voor inzetten. We moesten de voorbije maanden enkele aanpassingen doen, maar dat leverde ons heel wat nieuwe klanten op."
...

Rombit is één van de sterren van de Belgische covtech. Voor covid-19 was Rombit al een bekende start-up. Tijdens de pandemie maakt zijn wearable om social distancing toe te laten furore tot in de New York Times. "We weten niet wat eerst te doen", stelt John Baekelmans, de CEO van Rombit. "De lancering van ons eerste product moesten we vijf maanden versnellen. Tegelijk was het alle hens aan dek om tijdens de lockdown met alle potentiële klanten om te gaan. Op een gegeven moment moesten we daar massaal mensen van andere afdelingen voor inzetten. We moesten de voorbije maanden enkele aanpassingen doen, maar dat leverde ons heel wat nieuwe klanten op." Rombit bestaat al acht jaar. 2,5 jaar geleden besloot het een wearable uit te brengen om de veiligheid in de industrie te verbeteren. "Normaal zou die in de zomer op de markt zijn gekomen", stelt Baekelmans. "Maar covid-19 verraste ons allemaal." Rombit paste daarom in het voorjaar snel zijn wearable aan, zodat arbeiders ermee de social distancing kunnen opvolgen, een godsgeschenk voor bedrijven. In enkele maanden haalde Rombit 250 klanten binnen in Europa en de Verenigde Staten. "Daar is het probleem erg groot, want de overheid doet niet veel", stelt Baekelmans. "Bedrijven nemen daarom het heft in eigen handen. Er staan daar mooie, grote deals op het programma." Maar maakt Rombit zich met zijn focus op corona niet kwetsbaar wanneer het virus weg is? "We kregen duizenden aanvragen tijdens die eerste weken, maar we zijn enkel doorgegaan met de bedrijven waar we na de pandemie ook een rol kunnen spelen", reageert Baekelmans. Bringme is een andere start-up die zich heeft aangepast aan corona. Het is een spin-off van de Leuvense vastgoedgroep Ertzberg. Bringme is vooral bekend van zijn systemen waarmee mensen pakjes ontvangen, ook als ze niet thuis zijn. Maar het biedt ook een digitale conciërge aan voor residentiële gebouwen, en een virtuele receptionist voor de kantoormarkt. Die systemen bleken, met wat aanpassingen, ideaal om kantoren en gebouwen te beveiligen tegen corona. "Eind vorig jaar zag ik dat covid een ernstig probleem kon zijn", stelt Jo Vandebergh, de CEO van Bringme. "In het begin van het jaar begonnen we daarom op ons kantoor te experimenteren. We wilden de Aziatische maatregelen, zoals handhygiëne, social distancing, gezondheidschecks en de temperatuur meten, vertalen naar ons kantoor. We maakten een prototype van onze virtuele receptionist die ook coronaproof was." Bezoekers melden zich aan via een touchscreen met een antibacteriële coating en doorlopen enkele stappen, zoals de handen ontsmetten en veiligheidsvragen beantwoorden. Als ze die succesvol afhandelen, krijgen ze een bezoekersbadge, zonder dat er een persoon aan te pas komt. "Tijdens de lockdown ontwikkelden we dit product heel snel. Toen de bedrijven weer open mochten, stonden we klaar. We stelden alles in het werk om het product zo goed mogelijk te ontwikkelen. Uiteindelijk bleek het een succes." Bringme maakt zich zelfs op om nieuwe vacatures open te stellen. "We willen van deze crisis gebruikmaken om nieuw talent binnen te halen", stelt Vandebergh. Ook Bringme beseft dat de pandemie voorbij zal gaan, en daarmee het nut van hun anti-covid-maatregelen. "We investeren niet zuiver in corona", stelt Vandebergh. "Het belangrijkste is dat we nu een totaaloplossing bieden voor het volautomatisch managen van bezoekers en leveringen, waarbij we meer taken uitvoeren dan receptionisten van vlees en bloed. Een kostendaling, en niet covid-19, is het belangrijkste argument voor ons product bij bedrijven. Ze verplaatsen hun receptionisten naar taken met meer toegevoegde waarde." Maggy is een start-up die het licht zag tijden covid-19, en de oprichters weten dat hun onderneming een houdbaarheidsdatum heeft. "Vanaf de eerste lockdown had iedereen de mond vol van social distancing. We wilden iets maken om dat op te volgen", vertelt Allan Segebarth, de medeoprichter van Maggy. "Zo kwam de optie van een wearable naar boven. We brainstormden er een weekend over, en heel toevallig kregen we toen een uitnodiging voor een hackathon van de Europese Commissie." Die hackathon zouden ze winnen. Het resultaat is een apparaatje dat werknemers aan een halsketting dragen, waarmee kantoren de social distancing kunnen handhaven en aan interne contacttracing kunnen doen. "Tegen 3 mei hadden we het design van een prototype en een website, een paar weken later duizenden bestellingen", stelt Segebarth. "We haalden toen snel 200.000 euro kapitaal op van de Gumption Group en begin juni stonden er zo'n 200 functionele prototypes klaar. Op basis van feedback pasten we ons product constant aan. Begin juli gingen 25.000 stuks in productie en was de eerste versie van de app klaar. Het ging razendsnel. In 100 dagen gingen we van idee naar productie." Sinds september zijn er enkele duizenden Maggy's in gebruik in kantoren. Segebarth vindt het een succes, maar beseft heel goed dat hij onderneemt tegen de klok. "Er zijn zeker ook post-covid-toepassingen, maar daar focussen we momenteel niet op", stelt hij. "Deze crisis duurt nog zeker zes tot negen maanden, en tijdens die periode moeten we de economie draaiende houden. Dit is een uniek project. We weten dat het bedrijf een beperkt leven is beschoren, althans in zijn huidige vorm. Daar moeten we nu het beste uit halen." Ook in de medische sfeer tonen wearables hun nut. Dat bewijst Byteflies, een start-up die een soort pleister maakt, die de gezondheidssituatie van patiënten opvolgt. "Begin maart kwam het virus erg abrupt aan in België", stelt Hans Danneels, medeoprichter en CEO van Byteflies. "Voor ons was dat erg letterlijk. Net voor de eerste golf zijn al onze werknemers ziek geworden. Dat was een schok. Maar heel snel zagen we dat dat het soort situatie was waarvoor we Byteflies vijf jaar geleden hadden opgericht." Voor covid-19 gebruikte het zijn wearable vooral in klinische tests van farmabedrijven, gezien geneeskunde vanop afstand maar moeilijk doordrong in ons gezondheidssysteem. De pandemie veranderde dat. In ijltempo richtte Byteflies een consortium op om geneeskunde vanop afstand voor covid-19-patiënten in te voeren. Vandaag volgen elf ziekenhuizen en één woon-zorgcentrum covid-19-patiënten met milde symptomen op via hun wearable. "De vraag naar telemonitoring stijgt enorm", vertelt Hans De Clercq, medeoprichter en CTO van Byteflies. "Voordien bestond er wel interesse bij ziekenhuizen, maar er was geen acute situatie die ervoor zorgde dat ze er echt in investeerden. Het was een beetje zoals thuiswerken. Iedereen praatte over het nut ervan voor de pandemie, maar heel weinig spelers lieten het toe. Nu verandert dat. Iedereen ziet plots de waarde van telemonitoring in." "Voor ons is covid-19 geen businessmodel", besluit Danneels. "Maar het toont wel de nood aan van telemonitoring. Als we hier over enkele decennia naar terugkijken, dan zullen we zien dat gedecentraliseerde geneeskunde vanop afstand geboren is in 2020."