De cijfers van de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid (RSZ) laten er geen twijfel over bestaan: sinds het aantreden van de regering-Michel zijn er een pak banen bij gekomen. 112.000 tussen het derde kwartaal van 2014 en het eerste kwartaal van dit jaar.

Premier Michel legt graag de link met maatregelen zoals de taxshift. Maar het optimisme is overdreven.

Econoom Gert Peersman (UGent) wijst erop dat de Belgische werkgelegenheidsgraad in die drie jaar met 0,8 procentpunt is toegenomen. Dat komt overeen met de 23ste plaats van alle EU-landen.

Kan stukken beter

Feit is dat de Belgische arbeidsmarkt stukken beter kan, zeker aan de 'onderkant'. In België verdient slechts 3,4 procent van de werknemers een laag loon (2/3 van het mediane loon). In Nederland is dat 14,5 procent.

Dat betekent dat laaggeschoolde Belgen maar geen toegang krijgen tot de arbeidsmarkt, ondanks het feit dat de lastenverlagingen in de taxshift de laagste lonen ten goede komen.

Het probleem is de rigide loonvorming, die niet toelaat dat de brutolonen voor de vooral jonge laaggeschoolden omlaag gaan.

Laaggeschoolde Belgen krijgen maar geen toegang tot de arbeidsmarkt

Het sterk geïnstitutionaliseerde sociaal overleg met de royale sectorale minimumlonen houdt de 'outsiders' (jonge laaggeschoolde werklozen) uit de arbeidsmarkt. Die lonen in laagbetaalde sectoren liggen 20 tot 30 procent hoger dan het gewaarborgde maandelijks inkomen. Meer loonflexibiliteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt kan een oplossing vormen.

Nederland

Nederland is een te volgen voorbeeld: starten tegen lagere lonen die dicht aansluiten bij de wettelijke minimumlonen leidt er tot betere tewerkstellingsresultaten.

Dat creëert trouwens geen groep van working poor. Als daar de nodige opleiding en begeleiding aan worden gekoppeld zullen de lonen van die jongeren daarna snel stijgen.