150.000 werklozen meer in 2020-2021, met een piek van 186.000 in de tweede helft van dit jaar. Dat zijn de recentste arbeidsmarktvoorspellingen van de Nationale Bank van België. De werkzaamheidsgraad van 70,5 procent zou volgend jaar zakken naar 68,5 procent en in 2022 weer stijgen naar 69,3 procent. Dat is iets minder dan in 2018 (69,7%). In 2023 lijkt het pre-coronacijfer opnieuw realiseerbaar.
...

150.000 werklozen meer in 2020-2021, met een piek van 186.000 in de tweede helft van dit jaar. Dat zijn de recentste arbeidsmarktvoorspellingen van de Nationale Bank van België. De werkzaamheidsgraad van 70,5 procent zou volgend jaar zakken naar 68,5 procent en in 2022 weer stijgen naar 69,3 procent. Dat is iets minder dan in 2018 (69,7%). In 2023 lijkt het pre-coronacijfer opnieuw realiseerbaar. De lage Belgische werkloosheidsgraad van voor de coronacrisis (5,4%) wordt een verre herinnering. De werkloosheid stijgt dit jaar naar 8,3 procent, om te dalen naar 7,6 procent in 2022, berekende de Nationale Bank. Een tweede coronapiek doet de werkloosheidsgraad stijgen tot 8,2 procent dit jaar en tot 9,3 procent in 2021, leert het recentste rapport over België van de OESO, de denktank van de geïndustrialiseerde landen. Ook op Vlaams niveau komen de sterke arbeidsmarktcijfers - de werkzaamheidsgraad van 75,5 procent en de werkloosheidsgraad van 3,3 procent - niet meteen terug. Arbeidsmarktexperts verwachten vanaf het najaar een sterke stijging van het aantal werklozen, nu de beschermende stolp van de tijdelijke werkloosheid stilaan wordt weggehaald. De snelheid waarmee de arbeidsmarkt een versnelling hoger schakelt, hangt niet alleen af van een mogelijke tweede coronagolf. Ook het beleid speelt een belangrijke rol. Dat leren vroegere crisissen. Enkele jaren geleden maakte het Steunpunt Werk en Economie van de KU Leuven een studie over de ontwikkelingen op de Vlaamse arbeidsmarkt sinds de jaren tachtig. Die had bijzondere aandacht voor de evolutie van de werkgelegenheid na de grootste twee crisissen van de voorbije veertig jaar: de tweede olieschok van 1979-1980 en de financiële crisis van 2008-2009. Het heeft jaren tot decennia geduurd vooraleer de arbeidsmarkt volledig herstelde. De beleidskeuzes waren daarbij mee bepalend. De devaluatie in 1982 en de indexsprongen die ontsporingen van de loonkosten moesten voorkomen, hadden niet direct een positieve impact op de arbeidsmarkt. Er volgde een langdurige stilstand van de werkzaamheidsgraad. Tussen 1983 en 1988 zakte die van 60,5 procent naar 59,8 procent. Daarna volgde een periode van twintig jaar van vrij stabiele groei die - op twee korte intermezzo's na - standhield tot in 2008. De Vlaamse werkzaamheidsgraad steeg van 59,8 procent in 1988 naar 72,3 procent in 2008. De trage herneming van de werkgelegenheid in de jaren tachtig was het gevolg van beleidskeuzes. De vervroegde uittreding van 55-plussers werd aangemoedigd door stelsels zoals het brugpensioen, het vervroegd pensioen en het ondertussen verdwenen stelsel van de zogenoemde oudere werklozen. Van 1983 tot 1991 daalde de werkzaamheidsgraad van 55-plussers gestaag van 30,4 naar 21,1 procent. Daarna was er een zekere stabilisering tot 1999, waarna de groei weer werd ingezet naar 54,9 procent in 2019. Pas sinds 2005 reikt de Vlaamse werkzaamheidsgraad bij 55-plussers weer boven het niveau van 1983. De keuzes in de jaren tachtig waren een reactie op de hoge jeugdwerkloosheid die richting 20 procent piekte. De redenering was dat oudere werknemers plaats moesten maken voor de babyboomers. De studie van het Steunpunt Werk en Economie is scherp voor de keuzes van de jaren tachtig: "Voor de verkeerde inschatting van weleer betalen we een grote prijs. Het vroeg vele jaren om het snelle verlies van werkzaamheid terug te winnen." Nochtans werden onlangs pleidooien gehouden om die oude recepten van onder het stof te halen. ACV-voorzitter Marc Leemans ziet een versoepeling van het brugpensioen als middel om de negatieve impact van de coronacrisis op de arbeidsmarkt te counteren. Ter linkerzijde wordt gesproken van arbeidsherverdeling. CD&V bracht een aantal ideeën uit de koker van de christelijke arbeidersbeweging aan: een soepeler tijdskrediet en landingsbanen aan het einde van de loopbaan. Zo zou het voorstel worden gelanceerd om bij herstructureringen werknemers een landingsbaan te geven vanaf 55 in plaats van 57 jaar. Landingsbanen laten toe aangevuld met een uitkering deeltijds te werken. Dat zou tot langere carrières moeten leiden, maar dat blijkt niet te kloppen. Die voorstellen dreigen de effectieve uittredeleeftijd, nu ongeveer 60 jaar, terug te brengen tot 58,3 jaar. Wie de arbeidsmarktevolutie na de crisis van de jaren tachtig bekijkt, merkt dat het herstel nog trager zou zijn verlopen zonder de sterke toename van de vrouwelijke tewerkstelling. Zij hebben de arbeidsmarkt gered. De arbeidsdeelname van de vrouwen werd aangezwengeld door de opkomst van de dienstensector, de aanzetten naar een tweeverdienerssamenleving en een toegenomen emancipatie van de vrouw. Dat versnelde in de jaren tachtig. In 1983 verrichtten vier op de tien vrouwen betaalde arbeid. Begin jaren negentig was dat aantal gestegen tot vijf op de tien vrouwen. In de jaren negentig is de Vlaamse werkzaamheidsgraad gestaag gegroeid. In 1997 ging die voorbij de grens van 65 procent, in 2000 bedroeg de werkzaamheidsgraad net geen 69 procent en in 2008 was dat 72,3 procent. De financiële crisis van 2008-2009 sloeg hard toe op de Vlaamse arbeidsmarkt. In een jaar verloor de werkzaamheidsgraad 0,8 procentpunt. De vijf daaropvolgende jaren ging de Vlaamse arbeidsmarkt er gemiddeld met 0,1 procentpunt per jaar op achteruit. Van 2013 tot 2015 bleef de werkzaamheidsgraad hangen op 71,9 procent. Net zoals nu werden in 2009 steunmaatregelen geactiveerd, zoals de tijdelijke werkloosheid, om de impact van de crisis op de arbeidsmarkt te beperken. Maar na de financiële crisis werd lang gewacht met een herstelbeleid. Structurele hervormingen voor de arbeidsmarkt lieten aanvankelijk op zich wachten. De regering-Di Rupo (2011-2014) maakte de werkloosheidsuitkeringen wel degressief en het brugpensioen en het vervroegd pensioen strenger. Maar de Vlaamse werkzaamheidsgraad begon pas in 2016 te stijgen, naar 72 procent in 2016 en naar 75,5 procent in 2019. Dat was een gevolg van de hervormingen van de centrumrechtse federale en Vlaamse regeringen - loonkostenverlagingen en nog striktere regels voor de vervroegde uittreding - maar vooral van de aantrekkende internationale conjunctuur.