Onze economie ligt plat, op levensnoodzakelijke sectoren zoals de gezondheidszorg en de voeding na. Dat kunnen onze bedrijven niet aan, blijkt uit een onderzoek dat Trends heeft uitgevoerd in samenwerking met Trends Business Information. De financiële-informatieverschaffer van de mediagroep Roularta analyseerde bijna 444.000 balansen van bedrijven in België tussen 2014 en 2018. "België telt ongeveer 1,3 miljoen bedrijven en zelfstandigen. Die 444.000 bedrijven leggen cijferbalansen neer die publiek kunnen worden ingekeken", duidt Pascal Flisch, analist bij Trends Business Information.
...

Onze economie ligt plat, op levensnoodzakelijke sectoren zoals de gezondheidszorg en de voeding na. Dat kunnen onze bedrijven niet aan, blijkt uit een onderzoek dat Trends heeft uitgevoerd in samenwerking met Trends Business Information. De financiële-informatieverschaffer van de mediagroep Roularta analyseerde bijna 444.000 balansen van bedrijven in België tussen 2014 en 2018. "België telt ongeveer 1,3 miljoen bedrijven en zelfstandigen. Die 444.000 bedrijven leggen cijferbalansen neer die publiek kunnen worden ingekeken", duidt Pascal Flisch, analist bij Trends Business Information. De cijfers tonen een halfleeg glas. Ze tonen de situatie tot 2018, wat betekent dat de mokerslag van de coronacrisis er nog niet in is verrekend. Bijna één op de zeven bedrijven had eind 2018 een negatief eigen vermogen. Die ondernemingen hadden dus meer schulden dan activa en moesten dringend een kapitaalverhoging doorvoeren. Een schrale troost: dat resultaat is een lichte verbetering in vergelijking met het boekjaar 2014. "De bedrijven met een negatief eigen vermogen moeten hun kostenstructuur aanpassen, anders blijven ze verliezen boeken", zegt Pascal Flisch. Een gevolg van een negatief eigen vermogen is een zwakke solvabiliteit. De solvabiliteit meet de verhouding tussen de eigen middelen en de schulden. Liefst één op de acht bedrijven had eind 2018 een bijzonder zwakke solvabiliteit van maximaal 15 procent. Bij de helft van de ondernemingen stond het eigen vermogen eind 2018 voor maximaal een kwart van het balanstotaal. Ook daar is een lichte verbetering te zien tegenover 2014, toen 55 procent van de bedrijven een solvabiliteit van maximaal 25 procent had."Dat zijn alarmerende cijfers", vindt Pascal Flisch. "Uit onze analyse blijkt dat bedrijven met een solvabiliteit van minder dan 15 procent een veel grotere kans maken om failliet te gaan. Ook de ondernemingen met een solvabiliteit tot 25 procent zijn vogels voor de kat. Er zijn dus bijna 222.000 bedrijven in België die niet kredietwaardig zijn. Bovendien hanteren banken een solvabiliteitsgraad van 25 tot 30 procent als ondergrens voor de kredietwaardigheid. Ze gebruiken ook strengere criteria voor de berekening van de solvabiliteit." Nog een pijnpunt is dat de minst solide ondernemingen nauwelijks werknemers hebben. Bijna negen op de tien bedrijven met een solvabiliteit van maximaal 15 procent hebben niet meer dan vijf medewerkers. Dat lijkt op het eerste gezicht positief, want een golf faillissementen zou dan minder wegen op de werkgelegenheid. "Dat klopt niet. Die bedrijven zullen in moeilijkheden komen", duidt Pascal Flisch. "Zij kunnen nauwelijks besparen, bijvoorbeeld door werknemers in het stelsel van de tijdelijke werkloosheid te plaatsen. Tewerkstelling is als het ware een geneesmiddel tegen weinig eigen vermogen. Wie medewerkers aanwerft, moet professioneler worden. De bedrijven met nauwelijks werknemers hebben vooral vaste kosten. Ze hebben geen buffer als hun omzet plots wekenlang verdwijnt." Het onderzoek van Trends Business Information bevestigt de zwakke uitgangspositie van enkele sectoren: de bouw, de horeca, de handel (zowel individuele winkels als winkelketens) en het transport. Het slechtst scoort de horeca, waar 45 procent van de zaken een solvabiliteit van maximaal 15 procent had. Het best scoort de bouw, met iets meer dan een kwart. In de vier sectoren was de situatie in 2018 beter dan in 2014. "Al voor de coronacrisis was de toestand bij veel bedrijven precair", waarschuwt Pascal Flisch. "Een bijkomende indicator is de stiptheid waarmee facturen worden betaald. Ook daar zien we een duidelijke achteruitgang. In het derde kwartaal van 2018 betaalde vier op de vijf bedrijven zijn facturen binnen de afgesproken betalingstermijn. In het eerste kwartaal van dit jaar ging het nog maar om 60 procent van de bedrijven. En we krijgen overal signalen dat ondernemingen door de coronacrisis uitstel van betaling vragen."