De Brussels Motor Show, die veel mensen nog altijd kennen als het Auto- en Motorsalon, is het populairste evenement in België. In een kleine twee weken komen er 500.000 mensen op af. Dat is meer dan Batibouw, dat 300.000 bezoekers haalt.

Geen enkele constructeur kan zich veroorloven niet aanwezig te zijn op de Brussels Motor Show, die van 12 tot 21 januari 2018 is geopend voor het grote publiek. "Het salon is goed voor 30 procent van onze jaarlijkse verkoop, die we in de eerste twee maanden van het jaar realiseren", zegt René Aerts jr. van Volvo België. "Als we die trein missen, dan kunnen we dat nooit meer goedmaken." Behalve Infiniti, het premiummerk van Nissan, zullen bijna alle merken die in België verkocht worden aanwezig zijn op de Heizel.

De Brussels Motor Show is niet zo prestigieus als de andere grote autosalons met de meeste bezoekers. Genève ontvangt er 670.000, Frankfurt 810.000 en Parijs 1,1 miljoen. Toch heeft geen enkele van die vermaarde salons dezelfde impact op de lokale verkoop als het Brusselse salon. "In België realiseert de autosector ongeveer 25 procent van zijn jaarlijkse verkoop in de salonmaand", schat Joost Kaesemans, de woordvoerder van Febiac. "Je ziet dat in geen enkel ander land."

Beurskortingen

"De aankoop van een auto verloopt in drie fasen: de koper kijkt welke modellen er bestaan, kiest zijn product en bespreekt de aankoopvoorwaarden", legt Guido Savi, expert en baas van HBC Group, uit. Kandidaat-kopers informeren zich meestal op het internet en gaan de modellen daarna op het salon bekijken. Daarnaast zijn er de 'salonvoorwaarden', die doen uitschijnen dat dit het beste moment van het jaar is om een auto aan te schaffen.

"Eerlijk gezegd, is dat niet altijd waar. Er zijn ook interessante aanbiedingen aan het einde van het jaar voor auto's die hun verkoopquota niet hebben gehaald", zegt Joost Kaesemans. "Maar we blijven geloven dat het een interessant moment is. Het salon biedt de mogelijkheid veel wagens met elkaar te vergelijken."

Dat blijkt ook uit de enquêtes onder de bezoekers. Het aandeel van de bezoekers die in de loop van het jaar een auto willen kopen is gestegen van 33 procent in 2016 naar 40 procent in 2017.

© BI

Het salon is aantrekkelijker geworden omdat het zowat alle verkopers heeft verbannen. Bij de stands vind je meestal alleen nog maar mensen die 'informeren'. Ze beantwoorden vragen en verstrekken informatie over de tarieven en de salonvoorwaarden.

De importeurs hebben geleidelijk voor deze aanpak gekozen. Voornamelijk omdat ze willen vermijden dat er tijdens het salon niemand aanwezig is in de verkooppunten. En dat komt de klant goed uit, want die wil liever geen verkoper zien zolang hij geen beslissing heeft genomen.

D'Ieteren, de grootste importeur van België, met de merken VW, Audi, Skoda, Seat, Porsche, Bentley, Lamborghini, Bugatti en Yamaha, bemant zijn stands met 300 'informanten'. Opel heeft 65 'consulent-informanten'. De bezoekers informeren zich op het salon en doen hun aankoop in een concessie als ze een definitieve keuze hebben gemaakt.

Serieuze afstand

De vermindering van het aantal concessiehouders biedt het salon een bijkomend voordeel. "Het is een hele klus aan het worden om vier of vijf merken te vergelijken. Je moet steeds grotere afstanden afleggen om de concessies te bezoeken.

Een bezoekje aan het salon is dan een praktische oplossing", aldus Pierre Lalmand, algemeen directeur van de Brussels Motor Show. Toch moet de bezoeker ook daar een serieuze afstand afleggen, want het salon strekt zich uit over nagenoeg de hele 115.000 vierkante meter van de paleizen van Brussels Expo.

Dat de bezoeker zo veel moet wandelen, komt ook door de verspreiding van de aantrekkelijke merken over alle paleizen door Febiac. Op die manier krijgen zo veel mogelijk bezoekers de minder bekende merken te zien.

"We doen dat uit commerciële overwegingen, maar ook voor de veiligheid", legt Pierre Lalmand uit. "Zo beperken we de zones waar de druk te groot is. Elke bezoeker brengt gemiddeld 5 uur en 12 minuten op het salon door."

Meer dan auto's

Febiac heeft er alle belang bij dat het salon slaagt, aangezien de opbrengst ervan de federatie financiert (zie kader De kas van Febiac). Het bestuur doet zijn best om het evenement te verruimen. Zo is er dit jaar een tentoonstelling met originele tekeningen van de strip Michel Vaillant.

Het probeert ook meer vrouwen naar het salon te krijgen, want zij maken slechts een kwart van de bezoekers uit. De organisatoren hopen met allerlei kinderanimaties nog meer bezoekers aan te trekken. Een bezoek aan het salon moet een uitstapje voor het hele gezin worden. "We hebben voor deze editie ook een tentoonstelling met horloges", voegt Pierre Lalmand eraan toe.

© BI

Tot slot wil het salon laten zien dat het ook oog heeft voor nieuwe ontwikkelingen in mobiliteit. Het organiseert tijdens de laatste vier dagen een apart salon voor alternatieve mobiliteitsoplossingen met de naam #WeAreMobility.

Dat is gewijd aan alle mogelijke moderne mobiliteitsalternatieven, zoals deelfietsen en -auto's, elektrische steppen en hoverboards. Er wordt zelfs een crowdfundingsactie gehouden voor start-ups in de mobiliteitssector.

De kas van Febiac

De Brussels Motor Show is de grootste inkomstenbron van de vzw Febiac. De sectorfederatie verenigt de importeurs van auto's, vrachtwagens, motors en tweewielers.


Febiac, dat 45 mensen tewerkstelt, leeft van lidgeld. Het haalt ook inkomsten uit de verkoop van auto- en motorstatistieken op maat. Maar het grootste deel van de inkomsten, 10 van de 14 miljoen euro, komt van de Brussels Motor Show. "Dankzij die inkomsten blijft de lidmaatschapsbijdrage van onze leden redelijk", zegt Joost Kaesemans, de woordvoerder van Febiac. De inkomsten komen van de ticketverkoop en de verhuur van stands (45 à 84 euro per vierkante meter voor leden van Febiac). Elke bezoeker die een ticket koopt, betaalt mee aan het loon van de werknemers van de Febiac.


In de loop der jaren heeft Febiac dankzij het succes van het salon 29 miljoen euro bij elkaar gekregen. 16 miljoen daarvan zit in de kas. Is dat hun oorlogskas? "Het is een financiële buffer voor het geval we een of twee jaar geen salon kunnen organiseren", preciseert Kaesemans.