Dit is een aangepaste versie van een artikel dat verscheen in maart 2022.
...

De lijst van internationale bedrijven die, al dan niet tijdelijk, wegtrekken uit Rusland, is indrukwekkend en groeit nog elke dag. De beslissingen van de bedrijven in kwestie worden door sommigen in verband gebracht met de verhoogde aandacht voor de maatschappelijke rol van ondernemingen.Zo werkt Europa al langer aan wetgeving voor de bescherming van mens en milieu in de productieketens. Net voor de oorlog in Oekraïne begon, publiceerde de Europese Commissie een wetsvoorstel om bedrijven zorgplicht ( due diligence) op te leggen. "De Europese bedrijven die nu tijdelijk breken met Rusland, reageren gepast op de crisis", stelt Lara Wolters, Europees Parlementslid en een van de drijvende krachten achter het wetsvoorstel. "Niet alleen omwille van de directe economische impact, maar vooral als signaal voor de Russische bevolking. Dat werkgevers en winkels zich plots terugtrekken, kan een tegengewicht zijn voor de propaganda. Uiteraard is de wetgeving rond de zorgplicht niet ontworpen voor acute crisissituaties als deze. Toch denk ik dat de aandacht voor het thema bedrijven voorzichtiger maakt."De verhoogde aandacht voor het thema betekent echter nog niet dat de westerse bedrijfswereld zich plots opwerpt als een beschermer van de mensenrechten. Lobbyisten uit de bedrijfswereld vonden het afgelopen jaar vlot hun weg naar het kabinet van Europees commissaris van Justitie Didier Reynders, de eindverantwoordelijke voor het wetsvoorstel. Het gepubliceerde voorstel was een sterk afgezwakte versie van dat waar de initiatiefnemers en mensenrechtenorganisaties op hadden gehoopt. Wanneer de economische belangen op het spel staan, dalen de ethische bezwaren dikwijls snel een paar treden op de prioriteitenladder.Het is dus maar de vraag in welke mate de recente exodus van westerse bedrijven uit Rusland een weerspiegeling is van ethische bezwaren tegen de oorlog. Rusland was ook voor de oorlog al niet bepaald een paradijs voor de mensenrechten of de democratische waarden, getuige de oorlog in Tsjetsjenië, de steun aan de Syrische president Assad, de vergiftiging van politieke tegenstanders, de annexatie van de Krim, of de behandeling van de LGTBQ+- gemeenschap. Tot enkele weken geleden vormde dat bedenkelijke trackrecord van het Russische regime voor veel bedrijven geen obstakel om zaken te doen in het land. Hetzelfde geldt voor de Europese Unie, die sterk steunt op Russische olie en gas. De oorlog in Oekraïne doet de vraag rijzen of het wel een goed idee is dat bedrijven aan de slag gaan in landen die worden bestuurd door dictatoriale regimes. Europarlemendslid Lara Wolters is echter geen voorstander van het categorisch uitsluiten van landen of regimes wegens wantoestanden. "We zitten nu in een acute crisissituatie. Op dit moment moet je durven te zeggen dat betalingen voor Russisch gas de oorlogskas van Poetin spekken. Maar in normale omstandigheden zie ik de uitsluiting van landen of regimes van investeringen door Europese bedrijven als een oplossing van de laatste kans, als alle andere pogingen hebben gefaald. We moeten zulke zaken geval per geval bekijken. Want wie een gebied verlaat, verliest ook de kans om een positieve impact te hebben. Het idee achter due diligence is net dat bedrijven een hefboomeffect kunnen hebben op hun omgeving, bijvoorbeeld door waardige werkomstandigheden te garanderen in een land waar dat nog niet de norm is. Of door druk uit te oefenen op de lokale overheid, of door niet toe te geven aan corruptie, een voorbeeld dat in Rusland erg relevant is." De bakkerijgroep La Lorraine is een Belgisch voorbeeld van een bedrijf dat zijn activiteiten in Rusland on hold heeft gezet. "We zijn bijna tien jaar actief in Rusland, dat met minder dan 5 procent van onze omzet weliswaar nog een zeer kleine markt vormt voor ons", zegt Nele Van Malderen, Chief Communications and Sustainability Officer. "We zagen veel potentieel in de groeiende middenklasse. Tot nu exporteerden we naar de regio, maar om verder te groeien en ook ter plaatse te produceren, waren we bezig met de bouw van een fabriek op ongeveer 100 kilometer van Moskou."De invasie in Oekraïne dwarsboomt die plannen. De bouw van de fabriek ligt stil. Het gespecialiseerde personeel is teruggeroepen uit Rusland en het materiaal kan niet langer worden aangeleverd. De commerciële organisatie met lokale werknemers is wel nog actief, maar er gebeuren vandaag geen leveringen naar Rusland. Van Malderen benadrukt dat het niet om een ideologische beslissing gaat: "We zijn in de eerste plaats diep geschokt door het conflict. Onze gedachten gaan uit naar het Oekraïense volk en alle slachtoffers. Wat onze activiteiten betreft, handelen we op basis van een risico-analyse. We zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van onze werknemers. De oorlog veroorzaakt ook in Rusland veel onzekerheid. Daarnaast hebben de sancties van de Europese Unie impact op de bedrijfsvoering: firma's zijn momenteel niet bereid om naar Rusland te transporteren of personeel ter plaatse te sturen voor de bouw van onze fabriek. En ook financiële transacties worden geblokkeerd." De toekomst voor La Lorraine in Rusland is onduidelijk. "Het land was een volgende stap in onze internationale expansie. Die mogelijkheid ligt nog altijd op tafel, maar we moeten ons nu ook voorbereiden op andere scenario's", aldus Van Malderen. Zullen de oorlog en, meer algemeen, ethische bezwaren over een regime in de toekomst zwaarder wegen in de investeringspolitiek van La Lorraine? "Uiteraard keuren we wat nu gebeurt af, en hopen we dat er snel een einde komt aan het geweld. Veel van onze personeelsleden in de Oost-Europese regio's zijn er via vrienden of familie persoonlijk door getroffen. Desalniettemin nemen we onze beslissingen na een grondige analyse van alle risico's, en niet louter vanuit ideologie. We zullen altijd de wetgeving respecteren en onze activiteiten op een verantwoorde manier ontplooien."