"De Belgische markt wint aan maturiteit", zegt David Laurent, senior partner bij Avolta Partners. "Dat blijkt onder meer uit de stijging van het gemiddelde bedrag van de kapitaalrondes: van 2,8 miljoen euro in 2016 tot 3,5 miljoen euro het jaar nadien." Het klopt dat het aantal serie B-rondes duidelijk stijgt. België stond natuurlijk niet nergens, maar de grote serie B-deals zijn toch in aantal toegenomen. NG Data en Collibra in 2015, Showpad in 2016, andermaal Collibra in 2017. Ook het jaar 2018 ziet er goed uit met onder meer Teamleader (18,5 miljoen), Ibanfirst (15 miljoen), Cowboy (10 miljoen) en haulogy (7,5 miljoen).
...

"De Belgische markt wint aan maturiteit", zegt David Laurent, senior partner bij Avolta Partners. "Dat blijkt onder meer uit de stijging van het gemiddelde bedrag van de kapitaalrondes: van 2,8 miljoen euro in 2016 tot 3,5 miljoen euro het jaar nadien." Het klopt dat het aantal serie B-rondes duidelijk stijgt. België stond natuurlijk niet nergens, maar de grote serie B-deals zijn toch in aantal toegenomen. NG Data en Collibra in 2015, Showpad in 2016, andermaal Collibra in 2017. Ook het jaar 2018 ziet er goed uit met onder meer Teamleader (18,5 miljoen), Ibanfirst (15 miljoen), Cowboy (10 miljoen) en haulogy (7,5 miljoen). De cijfers komen uit een studie die Avolta Partners en Data.be maakten voor FinTech Belgium, die ons Franstalig zusterblad Trends-Tendances exclusief kon inkijken. Hoewel de studie besteld is door de vereniging van fintechbedrijfjes, werd wel degelijk de hele Belgische markt van kapitaalrondes bij venture capitalists onderzocht. Volgens Avolta Partners is die markt tussen 2015 en 2017 met 53 procent gegroeid, van 135 miljoen euro tot 206 miljoen euro. Over drie jaar bekeken gaat het om een totaalbedrag van 514 miljoen euro. De cijfers zien er anders uit als je ook de biotechbedrijven in de berekeningen opneemt, maar in elk geval staan de lichten op groen voor het ophalen van kapitaal. Dat blijkt uit een andere recente studie, van Tech.eu. Die nieuwssite over Europese technologiebedrijven publiceerde een nieuwe studie over het ophalen van early stage kapitaal - het rapport hanteert bedragen tot 5 miljoen euro als definitie - in Europa van 2015 tot en met het tweede kwartaal van 2018. Haalden Europese bedrijven in het eerste kwartaal van 2015 net iets meer dan 400 miljoen euro aan kapitaal in een vroeg stadium op, dan ging het in het tweede kwartaal van dit jaar al om meer dan 2 miljard. De studie van Tech.eu laat ook toe de landen met elkaar te vergelijken, al merken de onderzoekers terecht op dat start-ups vaker wel dan niet grensoverschrijdend werken van bij de opstart. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk zijn de uitschieters. Ze trokken elk bijna een kwart van het Europese early stage kapitaal aan. Duitsland, Spanje en Zweden maken de top vijf vol. België kan van op de dertiende plaats - goed voor 1,83 procent van het Europese vroege zaaikapitaal - nog net zijn wagon aan een pelotonnetje landen aanhaken. Het moet wel landen met minder inwoners als Finland, Zwitserland, Ierland of Denemarken voor zich dulden. De verklaring van dat alles is eenvoudig dat er meer geld beschikbaar is voor jonge bedrijfjes. Niet alleen de overheid reikt oplossingen aan, ook het ecosysteem zelf begint vorm te krijgen. Enerzijds komen businessangelsnetwerken zoals Be Angels en BAN Vlaanderen met tal van initiatieven om te investeren in de digitale sector. Anderzijds staan er geleidelijk aan gefortuneerde particuliere businessangels op (in een vorig leven succesvolle ondernemers) die beginnen te investeren in nieuwe projecten. Dat is het geval in Vlaanderen met de pioniers van het ecosysteem Clear2Pay en Netlog. Denk aan succesvolle entrepreneurs zoals Pieter-Jan Bouten en Louis Jonckheere van Showpad, Jeroen Lemaire van In The Pocket en anderen. Ze leiden niet alleen bekende scale-ups, ze investeren voor eigen rekening ook in veelbelovende jonge bedrijfjes. Aan Franstalige zijde begint die evolutie zich stilaan te voltrekken. Dat was de voorbije jaren merkbaar rond baanbrekende pioniers zoals Jean-Guillaume Zurstrassen en Grégoire de Streel (ex-Skynet, Keytrade, enzovoort). De digitale sector trekt ook andere namen uit het investeerderswereldje aan, zoals Pierre L'Hoest (ex-EVS), die The Faktory opzette. Ook Pierre-Olivier Beckers, de voormalige CEO van Delhaize, duikt in almaar meer digitale dossiers op. Ook in Franstalig België ontstaat door de verkoop van ondernemingen als Immoweb en myShopi een nieuwe generatie businessangels. In de fase na de businessangels krijgt het ecosysteem van de investeringsfondsen vorm met Volta Ventures en Fortino. Die fondsen zijn in staat Belgische start-ups te steunen bij kapitaalrondes waar meer dan 20 miljoen euro mee gemoeid is, al is er een trend naar grotere fondsen met Smile Invest en de nieuwkomer M80. "Tot ongeveer 20 miljoen euro is het mogelijk fondsen te vinden in België", beklemtoont Sam Sluismans, innovation services partner van Deloitte België. "Investeerderconsortia kunnen zich organiseren om zo'n ronde mogelijk te maken, maar boven dat bedrag wordt het een pak moeilijker. Wie 50 miljoen euro wil ophalen, moet naar het buitenland, omdat de Belgische investeringsfondsen niet groot genoeg zijn. Een fonds van 100 miljoen euro - en dat is voor de Belgische markt lang niet slecht - kan het zich niet veroorloven 30 tot 40 miljoen te investeren in één enkele start-up. Dan zou het onbezonnen risico's nemen. Het fonds is dus verplicht zijn portefeuille te spreiden en zijn investering telkens te beperken tot een paar miljoen euro. In de Verenigde Staten of in Engeland zijn er daarentegen investeringsfondsen die 3 of 4 miljard euro te besteden hebben. Voor zulke fondsen is het uiteraard makkelijker participaties van 50 miljoen te nemen." Vandaar dat buitenlandse investeringsfondsen naar de Belgische markt kijken. De maturiteit van sommige Belgische goudhaantjes die geld willen ophalen, scherpt de appetijt van de grote internationale namen aan. De tendens is al enkele jaren voelbaar. Start-ups zoals Showpad, Take Eat Easy, Collibra en Menu Next Door werden gefinancierd door internationale venture capitalists met naam en faam. Volgens Avolta Partners zou geld uit het buitenland nu al goed zijn voor liefst 52 procent van de investeringen van venture capitalists in digitale start-ups. De risicokapitaalmarkt is aan het verschuiven en wordt meer risicoavers, analyseert Vincent Molly, professor ondernemerschap en familiebedrijven aan de KU Leuven en de Antwerp Management School. "Bedrijven die in een vroege fase zitten, zullen minder snel vc-investeerders kunnen overtuigen dan een paar jaar geleden omdat die venture capitalists aan het opschuiven zijn. Dat moet je als bedrijf dan dichtfietsen met de juiste financieringsmix. Investeerders schuiven op naar grotere en meer mature dossiers. Het geeft hen iets meer houvast omdat die bedrijven al een langer parcours hebben afgelegd. Als typische start-up moet je trouwens realistisch zijn als je vc-geld wilt binnenhalen. Zo'n venture capitalist krijgt elk jaar honderden dossiers en financiert misschien vijf of tien bedrijven. Niet elk bedrijf is vc-waardig."