'Wij hebben de banken gered, nu moeten de banken ons redden.' Onder dat adagium sloot minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) een overeenkomst met de sector om gezonde bedrijven en gezinnen met betaalproblemen, die het slachtoffer van de coronacrisis zijn, te ontzien. De banken zouden uitstel van betaling verlenen, en ondernemingen met tijdelijke liquiditeitsproblemen van overbruggingskredieten voorzien. Het was een uitgelezen kans voor de grootbanken, die in de periode 2008-2009 met overheidsgeld werden gered, om hun blazoen op te poetsen.

Die kans hebben ze laten liggen. Dat werd gisteren duidelijk toen de precieze modaliteiten van het systeem van de uitstel van betaling bekend raakten. Particulieren die zijn getroffen door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze tijdelijk werkloos zijn) kunnen zes maanden de pauzeknop van hun hypothecaire lening indrukken. Maar dan mogen ze niet meer dan 25.000 euro bezitten. Let wel: op al hun zicht-, spaar- en beleggingsrekeningen, en niet enkel bij de bank waar ze hun krediet hebben maar bij alle banken. Hoe de banken dat gaan controleren, is overigens maar de vraag.

Afbetaling wordt duurder

De banken sluiten meteen een pak mensen uit. Wie ook maar een beetje spaargeld heeft, kan geen betalingsuitstel krijgen. Je zult maar een gezin zijn waar beide partners plots in de werkloosheid verzeilen en dat over een klein spaarpotje beschikt. Wie wat reserves heeft aangelegd, wordt daar meteen voor afgestraft. En de rentelasten die tijdens de zes maanden betaalpauze verschuldigd zijn, worden achteraf doodleuk verrekend in de maandelijkse aflossingen. Daardoor wordt de afbetaling van het woonkrediet de facto duurder. Erg gul is het allemaal niet.

Banken laten de kans liggen om hun blazoen op te poetsen.

Maar eigenlijk is het ergste nog dat Febelfin-voorzitter Johan Thijs beweert dat 55 procent van de woonkredieten wél in aanmerking komen voor de betaalpauze. Dat zou betekenen dat meer dan de helft van de uitstaande hypothecaire leningen (ongeveer 250 miljard euro) bij mensen zit die nauwelijks over een financiële buffer beschikken. Dat doet heel erg denken aan de subprime-leningen in de Verenigde Staten, die twaalf jaar geleden aan de basis lagen van de financiële crisis. We hebben reden om ons zorgen te maken over de risicoanalyse die de banken de voorbije jaren hebben gemaakt, toen ze ongeremd woonkredieten toekenden om hun inkomsten op peil te houden.

Uniforme regels

Het probleem is dat de banken niet bereid zijn geval per geval te bekijken wie gediend is met het betalingsuitstel. Ze willen uniforme regels voor iedereen, zodat alle banken die op dezelfde manier kunnen toepassen. Zo kunnen bedrijven die op 1 februari al met een betalingsachterstand kampten geen uitstel van betaling krijgen. Terwijl daar wellicht een aantal mooie bedrijven met een perspectief op lange termijn tussen zitten. Om te voorkomen dat die bij een concurrent gaan aankloppen, moesten er uniforme regels komen.

Reputatiemanagement gaat in de banksector voor het belang van de klant. De oude verwijten dat de sector zich als een kartel gedraagt, waarbij het eigenbelang dat van de klant overstijgt, kunnen weer bovengehaald worden. Of misschien is er in al die jaren gewoon niets veranderd?

'Wij hebben de banken gered, nu moeten de banken ons redden.' Onder dat adagium sloot minister van Financiën Alexander De Croo (Open Vld) een overeenkomst met de sector om gezonde bedrijven en gezinnen met betaalproblemen, die het slachtoffer van de coronacrisis zijn, te ontzien. De banken zouden uitstel van betaling verlenen, en ondernemingen met tijdelijke liquiditeitsproblemen van overbruggingskredieten voorzien. Het was een uitgelezen kans voor de grootbanken, die in de periode 2008-2009 met overheidsgeld werden gered, om hun blazoen op te poetsen.Die kans hebben ze laten liggen. Dat werd gisteren duidelijk toen de precieze modaliteiten van het systeem van de uitstel van betaling bekend raakten. Particulieren die zijn getroffen door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze tijdelijk werkloos zijn) kunnen zes maanden de pauzeknop van hun hypothecaire lening indrukken. Maar dan mogen ze niet meer dan 25.000 euro bezitten. Let wel: op al hun zicht-, spaar- en beleggingsrekeningen, en niet enkel bij de bank waar ze hun krediet hebben maar bij alle banken. Hoe de banken dat gaan controleren, is overigens maar de vraag.De banken sluiten meteen een pak mensen uit. Wie ook maar een beetje spaargeld heeft, kan geen betalingsuitstel krijgen. Je zult maar een gezin zijn waar beide partners plots in de werkloosheid verzeilen en dat over een klein spaarpotje beschikt. Wie wat reserves heeft aangelegd, wordt daar meteen voor afgestraft. En de rentelasten die tijdens de zes maanden betaalpauze verschuldigd zijn, worden achteraf doodleuk verrekend in de maandelijkse aflossingen. Daardoor wordt de afbetaling van het woonkrediet de facto duurder. Erg gul is het allemaal niet.Maar eigenlijk is het ergste nog dat Febelfin-voorzitter Johan Thijs beweert dat 55 procent van de woonkredieten wél in aanmerking komen voor de betaalpauze. Dat zou betekenen dat meer dan de helft van de uitstaande hypothecaire leningen (ongeveer 250 miljard euro) bij mensen zit die nauwelijks over een financiële buffer beschikken. Dat doet heel erg denken aan de subprime-leningen in de Verenigde Staten, die twaalf jaar geleden aan de basis lagen van de financiële crisis. We hebben reden om ons zorgen te maken over de risicoanalyse die de banken de voorbije jaren hebben gemaakt, toen ze ongeremd woonkredieten toekenden om hun inkomsten op peil te houden.Het probleem is dat de banken niet bereid zijn geval per geval te bekijken wie gediend is met het betalingsuitstel. Ze willen uniforme regels voor iedereen, zodat alle banken die op dezelfde manier kunnen toepassen. Zo kunnen bedrijven die op 1 februari al met een betalingsachterstand kampten geen uitstel van betaling krijgen. Terwijl daar wellicht een aantal mooie bedrijven met een perspectief op lange termijn tussen zitten. Om te voorkomen dat die bij een concurrent gaan aankloppen, moesten er uniforme regels komen.Reputatiemanagement gaat in de banksector voor het belang van de klant. De oude verwijten dat de sector zich als een kartel gedraagt, waarbij het eigenbelang dat van de klant overstijgt, kunnen weer bovengehaald worden. Of misschien is er in al die jaren gewoon niets veranderd?