Marketing. Het slaat de bezoeker meteen in het gezicht, bij een bezoek aan de brouwerij van Anheuser-Busch in St. Louis, een stad vier uur autorijden ten zuiden van Chicago.

Het is ongetwijfeld een van de hoofdredenen waarom de Belgische Braziliaanse wereldbrouwer de Amerikaanse marktleider in de zomer van 2008 kocht. Het begint met die imposante inkomruimte, boordevol gadgets en allerlei snufjes. Foto's, posters, petjes. Reclamecampagnes. Sierborden met emblemen. De diverse biermerken. Want biertraditie luidt het sleutelwoord, ook al gaat het om een brouwerij van "amper" anderhalve eeuw oud. Mét weliswaar een Europese traditie, want St. Louis was een stad met immigranten uit Duitsland.

Vandaar de vele adelaars in de brouwerij. Die zou verwijzen naar het embleem van de Oostenrijkse-Hongaarse Monarchie. Het wemelt van adelaars. Aan de receptie staat een reusachtige adelaar. In de brouwerij, onder de brouwketels, in de vloertegels. Op de traliehekken rond de brouwerij.

Maar er zijn vooral de Clydesdales. In levende lijve. De gekende paarden. De ambassadeurs van het pilsmerk Budweiser. Op een zandterrein in de brouwerij wippen een aantal paarden met de voor- en achterpoten op en neer. Demonstraties, shows, geven zit hen blijkbaar in het bloed. 230 van die merkiconen heeft Anheuser-Busch in stal. Eén exemplaar drinkt gemiddeld 114 liter water per dag. Op de vraag hoeveel liter 'Bud' ze drinken per dag, bleef de gids ons het antwoord schuldig.

Hypermoderne traditie Ook de eigenlijk brouwerij zelf baadt in een merkwaardige combinatie van "ouderwetse" traditie, en een hypermoderne uitrusting. Met een capaciteit van 19,2 miljoen hectoliter, is het de tweede grootste van de Verenigde Staten (en van de wereld, samen met een AmBev kanjer in Brazilië). Leuven bijvoorbeeld heeft een capaciteit van zes miljoen hectoliter, en is daarmee één van de grotere jongens in Europa. Anheuser-Busch gebruikt liefst een tiende van de waterconsumptie van de stad. Voor één hectoliter bier, gaat 3,6 hectoliter water in de brouwketels. Ook het vullen van de flesjes en blikken is al even modern indrukwekkend. Per minuut worden 1300 flesjes gebotteld. St. Louis brouwt een twintigtal merken.

En toch. Het baadt allemaal in een traditionele sfeer. De eigenlijke brouwzaal bevindt zich in een belfortachtig gebouw. Een veranda-achtige constructie, zes verdiepingen hoog. Italiaans Europees, met pilaren van verguld stucco. Langs een open gaanderij leidt de weg naar beneden. Vanaf de vierde verdieping zie je de brouwketels. Het leidt naar de controlezaal voor het brouwproces. Daar zitten slechts vijf werknemers. "Pas de voorbije vijf jaar kregen we een echt goed brouwproces. Zonder smaak- of temperatuurverschillen", meldt Peter Kraemer, het hoofd van de brouwerijen bij Anheuser-Busch.

W.R.

Marketing. Het slaat de bezoeker meteen in het gezicht, bij een bezoek aan de brouwerij van Anheuser-Busch in St. Louis, een stad vier uur autorijden ten zuiden van Chicago. Het is ongetwijfeld een van de hoofdredenen waarom de Belgische Braziliaanse wereldbrouwer de Amerikaanse marktleider in de zomer van 2008 kocht. Het begint met die imposante inkomruimte, boordevol gadgets en allerlei snufjes. Foto's, posters, petjes. Reclamecampagnes. Sierborden met emblemen. De diverse biermerken. Want biertraditie luidt het sleutelwoord, ook al gaat het om een brouwerij van "amper" anderhalve eeuw oud. Mét weliswaar een Europese traditie, want St. Louis was een stad met immigranten uit Duitsland. Vandaar de vele adelaars in de brouwerij. Die zou verwijzen naar het embleem van de Oostenrijkse-Hongaarse Monarchie. Het wemelt van adelaars. Aan de receptie staat een reusachtige adelaar. In de brouwerij, onder de brouwketels, in de vloertegels. Op de traliehekken rond de brouwerij. Maar er zijn vooral de Clydesdales. In levende lijve. De gekende paarden. De ambassadeurs van het pilsmerk Budweiser. Op een zandterrein in de brouwerij wippen een aantal paarden met de voor- en achterpoten op en neer. Demonstraties, shows, geven zit hen blijkbaar in het bloed. 230 van die merkiconen heeft Anheuser-Busch in stal. Eén exemplaar drinkt gemiddeld 114 liter water per dag. Op de vraag hoeveel liter 'Bud' ze drinken per dag, bleef de gids ons het antwoord schuldig. Hypermoderne traditie Ook de eigenlijk brouwerij zelf baadt in een merkwaardige combinatie van "ouderwetse" traditie, en een hypermoderne uitrusting. Met een capaciteit van 19,2 miljoen hectoliter, is het de tweede grootste van de Verenigde Staten (en van de wereld, samen met een AmBev kanjer in Brazilië). Leuven bijvoorbeeld heeft een capaciteit van zes miljoen hectoliter, en is daarmee één van de grotere jongens in Europa. Anheuser-Busch gebruikt liefst een tiende van de waterconsumptie van de stad. Voor één hectoliter bier, gaat 3,6 hectoliter water in de brouwketels. Ook het vullen van de flesjes en blikken is al even modern indrukwekkend. Per minuut worden 1300 flesjes gebotteld. St. Louis brouwt een twintigtal merken. En toch. Het baadt allemaal in een traditionele sfeer. De eigenlijke brouwzaal bevindt zich in een belfortachtig gebouw. Een veranda-achtige constructie, zes verdiepingen hoog. Italiaans Europees, met pilaren van verguld stucco. Langs een open gaanderij leidt de weg naar beneden. Vanaf de vierde verdieping zie je de brouwketels. Het leidt naar de controlezaal voor het brouwproces. Daar zitten slechts vijf werknemers. "Pas de voorbije vijf jaar kregen we een echt goed brouwproces. Zonder smaak- of temperatuurverschillen", meldt Peter Kraemer, het hoofd van de brouwerijen bij Anheuser-Busch. W.R.