De Nationale Bank had deze week goed nieuws: de Belgische economie groeit sterker dan verwacht. In het eerste kwartaal kende België een nulgroei, maar in het tweede kwartaal ging de economie met 0,3 procent vooruit en in het derde kwartaal met 0,4 procent. Een paar maanden geleden verwachtte de Nationale Bank amper 0,2 procent groei per kwartaal. Uit de cijfers van de Nationale Bank blijkt dat de toegevoegde waarde steeg in de diensten (+0,5 procent) en de bouw (+0,3 procent), maar daalde in de industrie (-0,4 procent). De binnenlandse werkgelegenheid steeg het derde kwartaal dan weer met 13.200 personen (+0,3 procent).

650 miljoen extra voor de staat

Het is niet de eerste keer dat de Nationale Bank de groeicijfers opwaarts bijstelt. Zo was de gemiddelde groei in 2014-2018 niet 1,52 procent maar 1,72 procent. Zowel in 2015 als 2017 werd 2 procent groei gehaald. Daarbij valt de krachtigere groei van de consumptie van de particulieren op: vóór herziening in 2017-2018: 2,1 procent. Na herziening: 3,3 procent. Belgen zijn verwoede spaarders maar laten het geld ook opnieuw wat meer rollen. De regering-Michel mag dan wel een te mager palmares voorleggen, de taxshift met lastenverlagingen en de lagere personenbelasting die tot meer banen hebben geleid, hebben dus ook de groei ondersteund.

Ondertussen trekt ING zijn groeiraming voor 2019 op van 1 naar 1,3 procent. 0,3 procentpunt meer lijkt niet indrukwekkend, maar dat is toch zo'n 1,3 miljard euro.

Een iets hogere groei is ook goed nieuws voor de overheidsfinanciën. Het betekent meer belastinginkomsten door jobcreatie (sociale bijdragen en belastinginkomsten nemen toe) en door stijgende consumptie (via onder andere de btw). Met een overheidsbeslag van 50 procent betekent dat van die 1,3 miljard euro extra groei er zo'n 650 miljoen euro extra naar de staatskas vloeit. Dat is niet indrukwekkend in vergelijking met het begrotingsdeficit van 11 miljard euro waar we volgend jaar bij ongewijzigd beleid tegenaan kijken, maar een lagere groei zou het gat in de begroting nog doen toenemen.

Pijnlijk ontwaken

Al snijdt dat zwaard natuurlijk aan twee kanten. De ervaring leert dat iets betere groeicijfers in de Wetstraat snel tot meer gemakzucht leiden. Extra inkomsten, hoe klein ook, zorgen voor minder begrotingsurgentie. En dat doet ook de druk voor een snellere federale regeringsformatie afnemen. Maandag stappen de preformateurs Geert Bourgeois (N-VA) en Rudy Demotte (PS) naar de koning. De kans is klein dat ze zullen vragen het licht op groen te zetten voor de vorming van een paars-gele regering. De twee grootste partijen aan de beide kanten van de taalgrens, de PS en de N-VA, staan nog geen stap dichter bij een compromis. Meer nog, de vraag van PS-voorzitter Paul Magnette om de deur voor de groenen open te laten maakt dat een federale doorbraak nog niet voor morgen is. Nu al wordt in de Wetstraat volop gespeculeerd over wat er in 2020 moet gebeuren. In de laatste twee maanden van dit jaar, waarin de voorzittersverkiezingen bij CD&V en MR een schaduw werpen over de politiek, dreigt de zoveelste stilstand.

Ondertussen moet premier ad interim Sophie Wilmès (MR) op de winkel letten. Symbolischer kan het niet. Als minister van Begroting was ze niet meer dan een notaris.

Straks wordt het opnieuw een pijnlijk ontwaken. Want de groeicijfers mogen voor 2019 dan wel opwaarts worden bijgesteld, voor 2020 lijkt een groeivertraging onvermijdelijk. Daar zijn genoeg signalen voor. De vraag naar uitzendkrachten daalt, en dat is vaak de voorbode van minder gunstig economisch weer. ING rekent volgend jaar op amper 0,8 procent groei. Andere grootbanken die al hun prognoses hebben bekendgemaakt, zitten in dezelfde grootteorde. De negatieve impact op de overheidsfinanciën staat vast.