Steeds meer starters op de markt van autodeelbedrijven

10/12/14 om 17:25 - Bijgewerkt om 17:25

Met CarAmigo kwam nog maar eens een autodeelbedrijf op de markt. Alle starters in de sector hanteren een eigen zakenmodel.

Ooit stortten achttienjarigen elke cent die ze als jobstudent verdienden op een spaarrekening, om een auto te kunnen kopen zodra ze hun rijbewijs op zak hadden. De jeugd van tegenwoordig verkiest een smartphone boven een vierwieler. Niet dat jongeren mobiliteit niet belangrijk vinden, maar ze kijken er anders tegen aan: tijdens de week carpoolen ze naar het werk, in het weekend gebruiken ze het openbaar vervoer, en na een feestje op zaterdagavond delen ze een taxi om naar huis te rijden. Met hun slimme telefoon is het allemaal in een wip geregeld.

Niet alleen jongeren denken na over alternatieven om zich te verplaatsen. Federauto, de federatie van de Belgische autosector, verspreidde een onderzoek van het adviesbureau Frost & Sullivan, waaruit blijkt dat 44 procent van de ondervraagde Belgen geïnteresseerd is in nieuwe vormen van mobiliteit, al beperkt die trend zich vooral tot de steden.

Almaar meer jonge bedrijfjes wagen hun kans op de opkomende autodeelmarkt. Ze ontwikkelen elk hun eigen businessmodel en hopen een buzz te creëren bij de gebruikers. Er zijn twee grote modellen: ofwel verhuurt het bedrijf zelf auto's, ofwel ontwikkelt het een app waarmee particulieren hun auto kunnen delen met anderen.

Peer to peer

Tapazz, een Antwerps initiatief dat vorig jaar werd gelanceerd, behoort tot de tweede categorie. Half september waren er 750 aangesloten leden, en elke maand komt daar een honderdtal bij. De pitch: een doorsneeauto staat zowat 90 procent van de tijd stil, dus kunnen we hem net zo goed verhuren aan andere bestuurders. De prijs bepalen we zelf, met een commissie van 30 procent voor het bedrijf. Een app toont welke auto's beschikbaar zijn. Ook het recent gelanceerde Brusselse bedrijf CarAmigo kiest voor dat zakenmodel.

Djump is een start-up die in juni 2013 werd gelanceerd in Brussel. Twee maanden later startte het in Parijs. Ook dat bedrijf speelt in op de trend van het peer-to-peergebruik en het autodelen in de stad. Via een mobiele app komen autobestuurders in contact met 'djumpers', mensen die zich willen verplaatsen, maar geen eigen vervoer hebben.

Die initiatieven doen onvermijdelijk denken aan Uber, de Amerikaanse taxidienst die al heel wat inkt heeft doen vloeien. Djump dankt zijn succes deels aan het feit dat Uber in Brussel is neergestreken, vindt medeoprichter en financieel directeur Olivier Delens. "Uber heeft veel ophef veroorzaakt en negatieve publiciteit teweeggebracht. Maar aan de andere kant kan een divers aanbod voor een ruime keuze aan mobiliteitsoplossingen zorgen."

Hybride model

"De markt is nog zo pril dat alle nieuwe initiatieven elkaar versterken", zegt ook Pierre Oldenhove, de medeoprichter van Wibee. Het bedrijf ontwikkelde dit jaar een hybride concept. Het lanceerde een app om gebruikers met elkaar in contact te brengen, maar de auto's die ze gebruiken, zijn eigendom van Wibee. Zogenoemde ambassadeurs krijgen een auto ter beschikking voor een vast bedrag van ongeveer 35 cent per kilometer (alles inbegrepen). De ambassadeurs gaan op zoek naar medebestuurders, die minstens 20 cent per kilometer betalen.

Wibee draait momenteel proef in Louvain-la-Neuve. Oldenhove vindt niet dat hij onder de duiven schiet van Cambio, de voorloper van het autodelen in België. "Dat bedrijf richt zich tot het grote publiek en heeft openbare aandeelhouders (waaronder De Lijn, de MIVB en de TEC, nvdr), terwijl wij kleine privécirkels willen vormen." Frédéric Van Malleghem, de directeur van Cambio, vreest de nieuwkomer niet. "Onze echte concurrenten zijn automerken die een model voor 8000 euro op de markt brengen. Dat boezemt ons meer angst in dan een nieuwe starter. De markt is niet verzadigd, maar er zijn weinig bedrijven die de sprong wagen. De winstmarges en de return on investment liggen laag."

Mélanie Geelkens

Onze partners